Trend in jaargemiddelde fijn stof-concentraties (PM10) 1992-2020

Sla de grafiek Trend in jaargemiddelde fijnstofconcentraties (PM10) 1992-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Luchtmeetnet.nl

  • Van 1992 tot 1999 zijn de waarden voor stedelijke en straatstations gebaseerd op een beperkt aantal meetstations.

Fijnstofconcentraties dalen

De laatste twintig jaar zijn de jaargemiddelde fijn stof (PM10)-concentraties gedaald van ongeveer 40 µg/m3 in 1993 tot iets minder dan 20 µg/m3 in 2019 ( CBS et al. 2021 CBS, PBL, RIVM, WUR, Fijn stof (PM10) in lucht, 1992-2020 (indicator 0243, versie 17 , 25 oktober 2021 ). www.clo.nl, Den Haag, Den Haag, Bilthoven, Wageningen (2021) ). In de periode 2008-2015 zijn de PM10-concentraties statistisch significant gedaald met gemiddeld 0,9 µg/m3 per jaar. Wel treden er van jaar tot jaar forse verschillen op. Hierbij spelen weersomstandigheden een rol ( Hoogerbrugge et al. 2016 Hoogerbrugge, R., Nguyen, P. L., Wesseling, J., Van den Elshout, S., Willers, S., Visser, J., Van der Zee, S., Trends in PM10- en NO2-concentraties (2016) ). In 2020 zorgden de de COVID-19 maatregelen voor minder uitstoot van fijn stof dan 'normaal'. Hierdoor waren de gemeten jaargemiddelde PM10-concentraties in 2020 lager dan op basis van de trend verwacht kon worden ( Velders et al. 2021 Velders, G. J. M., Willers, S.M., Wesseling, J., Van den Elshout, S., van der Swaluw, E., Mooibroek, D., van Ratingen, Improvements in air quality in the Netherlands during the corona lockdown based on observations and model simulations (2021) ). In de PM2,5-concentraties (niet in de figuur) is vanaf 2009 een vrijwel gelijke daling waarneembaar als bij PM10-concentraties. Het is dan ook de daling in deze fijnere fractie fijn stof die de daling in de PM10-concentratie domineert ( CBS et al. 2017 CBS, PBL, Wageningen UR, Fijnere fractie van fijn stof (PM2,5) in lucht, 2009-2015 (indicator 0532, versie 07, 17 januari 2017), Den Haag, Den Haag/Bilthoven, Wageningen (2017) Hoogerbrugge et al. 2016 Hoogerbrugge, R., Nguyen, P. L., Wesseling, J., Van den Elshout, S., Willers, S., Visser, J., Van der Zee, S., Trends in PM10- en NO2-concentraties (2016) ).

Normen sinds 2011 niet meer overschreden

Na 1998 hebben de jaargemiddelde PM10-concentraties op geen enkele meetlocatie de grenswaarde van 40 µg/m3 overschreden. Wel is in deze periode voor enkele meetstations het aantal dagen waarop de PM10-concentratie boven de 50 µg/m3 komt, boven de grenswaarde van 35 dagen per jaar uitgekomen. Sinds 2010 zijn de regionale en stedelijke meetlocaties wel onder deze grenswaarde gebleven. Op enkele meetlocaties op plekken met veel wegverkeer (straatstations) werd deze norm voor het laatst in 2011 overschreden ( CBS et al. 2019 CBS, PBL, RIVM, WUR, Fijn stof (PM10) in lucht, 1992-2017 (indicator 0243, versie 16, 8 augustus 2019), Den Haag, Den Haag, Bilthoven, Wageningen (2019) ).

Daling uitstoot door maatregelen verkeer en energie

Maatregelen bij verkeer, industrie en de energiesector hebben voor een daling in fijn stof uitstoot gezorgd, evenals strengere eisen aan motorvoertuigen. Maar een toename van het aantal gereden kilometers, zwaardere voertuigen, hogere snelheden en een hogere belading hebben de daling deels teniet gedaan ( Hoogerbrugge et al. 2010 Hoogerbrugge, R., Denier-van der Gon, H. A. C., van Zanten, M. C., Matthijsen, J., Trends in fijn stof. Rapport 500099014, Bilthoven/Den Haag (2010) Matthijsen & Koelemeijer 2010 Matthijsen, J., Koelemeijer, R. B., Beleidsgericht onderzoeksprogramma fijn stof. Resultaten op hoofdlijnen en beleidsconsequenties. Rapport 500099013, Bilthoven/Den Haag (2010) ).


Trend in jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties, 1992-2020

Sla de grafiek Trend in jaargemiddelde stikstofdioxideconcentraties, 1992-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Luchtmeetnet.nl

  • Van 1992 tot 1999 zijn de waarden voor stedelijke en verkeersbelaste stations gebaseerd op een beperkt aantal meetstations.

Stikstofdioxide-concentraties dalen

De laatste decennia dalen de jaargemiddelde stikstofdioxide (NO2)-concentraties. In de periode 1993-2019 daalden NO2-concentraties op regionale achtergrondstations van 25 naar 14 µg/m³, met in 2020 een nog lagere waarde van 12 µg/m³ door de COVID-19 maatregelen. Op stedelijke achtergrond- en de verkeersbelaste straatstations daalden de NO2-concentraties in de periode 2004-2019 significant met (gemiddeld) 0,8 en 1,1 µg/m³ per jaar ( CBS et al. 2022 CBS, PBL, RIVM, WUR, Stikstofdioxide in lucht, 1992-2020 (indicator 0231, versie 17 , 18 januari 2022 ). www.clo.nl, Den Haag, Den Haag, Bilthoven, Wageningen (2022) ). De COVID-19 maatregelen zorgden in 2020 voor minder verkeer dan 'normaal' en zo voor een lagere jaargemiddelde NO2-concentratie dan normaal. De gemiddelde gemeten concentraties van NO2 in 2020 waren lager dan op basis van de langjarige trend verwacht kon worden ( Velders et al. 2021 Velders, G. J. M., Willers, S.M., Wesseling, J., Van den Elshout, S., van der Swaluw, E., Mooibroek, D., van Ratingen, Improvements in air quality in the Netherlands during the corona lockdown based on observations and model simulations (2021) ). 

Daling door maatregelen verkeer, industrie en energie

Maatregelen bij verkeer, industrie en de energiesector zorgden in de afgelopen jaren voor een daling in de NO2-concentraties. De laatste jaren is deze daling echter minder sterk en daar zijn meerdere mogelijke verklaringen voor. Zo stijgt het aandeel stikstofdioxide in de uitlaatgassen door de gecombineerde toepassing van fijnstoffilters, oxidatiekatalysatoren en andere maatregelen. Verder is door strengere eisen aan motorvoertuigen de gemiddelde uitstoot per voertuig weliswaar verminderd maar door een toename van het aantal gereden kilometers is het netto effect op de totale emissies kleiner ( CBS et al. 2020 CBS, PBL, RIVM, WUR, Stikstofdioxide in lucht, 1990-2019 (indicator 0231, versie 16, 9 juli 2020), Den Haag, Den Haag, Bilthoven, Wageningen (2020) ).


Ozonconcentraties nemen niet langer af

Sinds het begin van deze eeuw daalt het aantal dagen met een hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie boven de 120 µg/m3 niet langer. Op locaties met veel verkeer en/of in steden stijgen de jaargemiddelde concentraties licht. In de eerste helft van de jaren negentig van de vorige eeuw daalde het aantal dagen met een hoogste 8-uursgemiddelde ozonconcentratie boven de 120 µg/m3 nog, waarschijnlijk door een aanzienlijke reductie van de uitstoot van ozonvormende stoffen in Europa ( CBS et al. 2013 CBS, PBL, Wageningen UR, Ozon in lucht en volksgezondheid, 1990-2012 (indicator 0238, versie 14, 29 oktober 2013) (2013) ).


  • P.H. Fischer † (RIVM)
  • L. van Bree ( PBL Planbureau voor de Leefomgeving (Planbureau voor de Leefomgeving))
  • M. Harbers, red. (RIVM)