Grotere kans op miskraam en sterfte voor de geboorte

Vrouwen die in verwachting zijn van een kind met  downsyndroom Downsyndroom (trisomie 21) is een aangeboren aandoening. Iemand met downsyndroom heeft van een bepaald chromosoom (chromosoom 21) geen twee maar drie exemplaren in elke cel. (Downsyndroom (trisomie 21) is een aangeboren aandoening. Iemand met downsyndroom heeft van een bepaald chromosoom (chromosoom 21) geen twee maar drie exemplaren in elke cel. ) hebben een grotere kans op een miskraam. Deze kans neemt af naarmate de zwangerschap verder is gevorderd ( Gezondheidsraad 2001 Gezondheidsraad, Prenatale screening Downsyndroom, neuralebuisdefecten, routine-echoscopie, Den Haag (2001) ). Kinderen met downsyndroom overlijden ook vaker rond de geboorte ( perinatale sterfte Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. )): ongeveer 15% van de kinderen met downsyndroom wordt dood geboren (bij een zwangerschapsduur van > 24 weken), tegenover 0,5% van de kinderen zonder downsyndroom ( van der Pal-de Bruin et al. 2012 van der Pal-de Bruin, K. M., Mohangoo, A. D., van Gameren-Oosterom, HB. M., Bilardo, C. M., van Wouwe, J. P., Buitendijk, S. E., Unchanged prevalence of Down syndrome in the Netherlands: results from an 11-year nationwide birth cohort. (2012) ).

Relatief hoge sterfte onder kinderen met  downsyndroom 

Hoewel de neonatale en  zuigelingensterfte Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van neonatale en post-neonatale sterfte). Deze wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen. (Aantal overledenen in het eerste levensjaar (som van neonatale en post-neonatale sterfte). Deze wordt uitgedrukt per 1.000 levendgeborenen.) onder kinderen met downsyndroom sterk is gedaald, is de sterfte onder kinderen met downsyndroom nog sterk verhoogd ten opzichte van kinderen zonder het syndroom. In 2003 overleed 1,65% in de eerste vier weken na de geboorte en 4% in het eerste levensjaar. Voor alle levendgeborenen waren deze percentages respectievelijk 0,36% en 0,48% ( Weijerman et al. 2008 Weijerman, M, van Wouwe, J. P., van Furth, MA., Vonk-Noordegraaf, A, Broers, CJ. M., Gemke, R. J. B. J., Prevalence, neonatal characteristics, and first-year mortality of Down syndrome: a national study. (2008) ).

Longontsteking is de belangrijkste doodsoorzaak

Bij mensen met downsyndroom zijn longontsteking en andere infecties aan luchtwegen de meest voorkomende doodsoorzaken. De overige doodsoorzaken zijn per levensfase verschillend ( Bittles et al. 2007 Bittles, AH., Bower, C, Hussain, R, Glasson, EJ., The four ages of Down syndrome (2007) ). Door vroege diagnostiek en behandeling van aangeboren hartafwijkingen neemt de sterfte door aangeboren hartafwijkingen steeds meer af ( Irving & Chaudhari 2012 Irving, CA., Chaudhari, MP., Cardiovascular abnormalities in Down's syndrome: spectrum, management and survival over 22 years. (2012) ).

Meer informatie

Tabel: Kans op miskraam of doodgeboorte in procenten

Zwangerschapsduur

Zwangerschap van kind met met downsyndroom

Zwangerschap van kind zonder downsyndroom

11-13 weken

43

4

16-18 weken

23

2

Bron:  Gezondheidsraad 2001 Gezondheidsraad, Prenatale screening Downsyndroom, neuralebuisdefecten, routine-echoscopie, Den Haag (2001)

  • P.W. Achterberg (RIVM)
  • A.J.M. Waelput (Erasmus MC)
  • M.E. Weijerman (Rijnland Ziekenhuis)