Aantal deelnemers per onderwijssoort 2019

Sla de grafiek Aantal deelnemers per onderwijssoort 2019 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS StatLine

  • Aantallen 'Totaal' kunnen afwijken in verband met afronding
  • Betreft het schooljaar 2018-2019
  • Vavo: Voortgezet algemeen volwassenenonderwijs

Bijna 35.000 van de 4- tot 12-jarigen naar speciaal onderwijs

In het schooljaar 2018-2019 (voorlopige cijfers) gingen ruim 1,4 miljoen van de 4- tot 12-jarigen naar het basisonderwijs (1.405.500). Daarnaast gingen bijna 35.000 leerlingen naar het speciaal basisonderwijs. Dit is onderwijs voor kinderen en jongeren met een handicap, chronische ziekte of stoornis. Er gingen ongeveer twee keer zoveel jongens als meisjes naar het speciaal onderwijs.

Bijna één miljoen jongeren naar het voortgezet onderwijs

In het schooljaar 2018-2019 (voorlopige cijfers) gingen bijna één miljoen jongeren naar het voortgezet onderwijs. Ruim 498.000 personen volgden het middelbaar beroepsonderwijs en ruim 455.700 personen het hoger beroepsonderwijs. In totaal volgden 294.800 personen wetenschappelijk onderwijs en 16.300 het volwassenen onderwijs (vavo). Het aantal jongens en meisjes was in alle onderwijssoorten ongeveer gelijk.

Meer informatie


Meer jongens dan meisjes met vertraging tijdens voortgezet onderwijs

In het schooljaar 2017-2018 was het aantal jongens dat vertraging opliep (blijven zitten of een klas teruggezet) tijdens de schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs groter dan het aantal meisjes met vertraging. Dit geldt voor zowel de categorie '1 jaar vertraging' als '2 jaar of meer vertraging'. Volgens cijfers van het  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) hebben jongens vaker gedrags- en ontwikkelingsproblemen, dit kan er mogelijk toe bijdragen dat ze vaker blijven zitten en vaker voortijdig het onderwijs verlaten (CBS, 2015).

Meer informatie


Trend in voortijdige schoolverlaters 2004-2018

Sla de grafiek Trend in voortijdige schoolverlaters 2004-2018 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Statline

* Vanaf 2012/2013 zijn de cijfers berekend volgens een nieuwe methode. Daarmee is dit jaar niet goed vergelijkbaar met de voorgaande jaren, maar wel met alle jaren daarna (vanaf 2013-2014).

Daling percentage voortijdige schoolverlaters

In de periode 2004-2018 is het aantal leerlingen dat voortijdig het onderwijs heeft verlaten zonder startkwalificatie (een  havo Hoger algemeen voortgezet onderwijs (Hoger algemeen voortgezet onderwijs)- of  vwo Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs)-diploma, of een diploma op  mbo Middelbaar beroepsonderwijs (Middelbaar beroepsonderwijs) niveau 2 of hoger) sterk gedaald. In de leeftijdscategorie 23+ daalde het percentage het meest van 23,9% naar 7,2%. In de leeftijdscategorie 18 tot 23 jaar daalde het totaal percentage van 9,9% naar 6,1%. De daling verliep voor zowel mannen als vrouwen ongeveer gelijk. Sinds 2016 ligt het percentage voortijdige schoolverlaters onder Nederlandse 18- tot 25-jarigen onder de 8%, daarmee is de nationale doelstelling bereikt. Dit percentage ligt onder de Europese doelstelling van 10% (Onderwijs in Cijfers).

Meer informatie


Gezondheid en onderwijs naar leeftijd 2016

Sla de grafiek Gezondheid en onderwijs naar leeftijd 2016 over en ga naar de datatabel

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM 

  • EG: Ervaren gezondheid*
  • MG: Mentale gezondheid (betreft het percentage 'matig of hoog risico op angststoornis of depressie')
  • Bep: Beperkingen*
  • CZ: Chronische ziekte

*De verschillen in percentages voor de weergegeven leeftijdscategorie zijn statistisch significant (geen overlap in de 95% betrouwbaarheidsintervallen, hier niet weergegeven). 

Beperkingen zorgen voor lagere schooldeelname

De schooldeelname van studenten (tussen de 19 en 24 jaar) met gezondheidsproblemen is lager dan van studenten zonder gezondheidsproblemen. Met name het hebben van een beperking zorgt voor een lagere deelname aan het onderwijs (55,8% tov 35,5%). Daarentegen zorgt het hebben van een chronische ziekte niet voor een lagere schooldeelname. Deze is ongeveer gelijk voor studenten met of zonder chronische aandoeningen (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD'en, CBS en RIVM). 

Gezondheidsproblemen risico voortijdig schoolverlaten

Er is een aantal scholen dat voorzieningen en faciliteiten inzet om het voor leerlingen met gezondheidsproblemen gemakkelijker te maken (regulier) onderwijs te volgen. Als dit niet mogelijk is en (ernstige) gezondheidsproblemen bij leerlingen langer aanhouden, is het risico op langdurig schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten groot. Als de leerlingen daardoor geen startkwalificatie kunnen halen, zijn ze extra kwetsbaar bij het vinden van een baan ( Harbers & Hoeymans 2013 Harbers, M. M., Hoeymans, N., Gezondheid en maatschappelijke participatie: Themarapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014, Bilthoven (2013) ).

Meer informatie


Onderwijs en gezondheid naar leeftijd 2016

Sla de grafiek Onderwijs en gezondheid naar leeftijd 2016 over en ga naar de datatabel

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM 

  • EG: Ervaren gezondheid*
  • MG: Mentale gezondheid (betreft het percentage 'matig of hoog risico op angststoornis of depressie')
  • Bep: Beperkingen*
  • CZ: Chronische ziekte

*De verschillen in percentages voor de weergegeven leeftijdscategorie zijn statistisch significant (geen overlap in de 95% betrouwbaarheidsintervallen, hier niet weergegeven). 

Studenten even gezond als niet onderwijsvolgenden

Vanuit dit perspectief vergelijken we studenten met personen die geen onderwijs volgen in de leeftijd van 19 tot 25 jaar. Er zijn echter weinig verschillen in de gezondheid tussen studenten en personen die geen onderwijs volgen. Alleen het hebben van beperkingen zorgt voor een verminderde deelname aan het onderwijs (2,8% tov 6,2%) (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD'en, CBS en RIVM). 

Meer informatie

  • P.E.D. Eysink ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • B.E.P. Snijders (RIVM)
  • T. Hulshof, red. (RIVM)