Trend in deelname combinatietest of NIPT 2013-2020

Sla de grafiek Trend in deelname combinatietest of NIPT 2013-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Monitor screeningsprogramma down-, edwards- en patausyndroom en SEO

  • Zie tabelweergave voor de deelname in absolute aantallen. 
  • Sinds april 2017 kunnen alle zwangeren kiezen voor de NIPT Bij de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt er in een laboratorium bloed afgenomen van de zwangere (Bij de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt er in een laboratorium bloed afgenomen van de zwangere). Zie tabelweergave voor de gegevens van de deelname aan prenatale screening vóór april 2017 en na april 2017.

Dit cijfer is ook onderdeel van
Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid

Ruim de helft van de zwangeren neemt deel aan screening op down-, edwards- en patausyndroom

In 2020 nam 52,0% van alle zwangeren deel aan prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom. De NIPT Bij de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt er in een laboratorium bloed afgenomen van de zwangere (Bij de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt er in een laboratorium bloed afgenomen van de zwangere) wordt sinds 1 april 2017 als eerste screening aangeboden. De deelname aan NIPT is toegenomen van 39,2% van de zwangerschappen in 2017 naar 51,2% in 2020. Deelname aan de combinatietest De combinatietest is een prenatale screening op downsyndroom, edwardssyndroom en patausyndroom tussen 9 en 14 weken zwangerschap en bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere vrouw en een nekplooimeting met een echo bij het kind. (De combinatietest is een prenatale screening op downsyndroom, edwardssyndroom en patausyndroom tussen 9 en 14 weken zwangerschap en bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere vrouw en een nekplooimeting met een echo bij het kind.) is door de invoering van de NIPT sterk afgenomen: van 34,1% in 2016 naar 0,9% in 2020 ( Atsma & Liefers 2021 Atsma, F., Liefers, J., Professionalsmonitor 2020 Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek, Radboudumc (2021) ). Vanaf 1 oktober 2021 wordt de combinatietest niet meer uitgevoerd. De reden hiervoor is dat de NIPT betrouwbaarder is dan de combinatietest.

Meer informatie


0,5% van de zwangeren krijgt een afwijkende uitslag van de NIPT

In 2020 was bij 0,5% (453) van de NIPT Bij de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt er in een laboratorium bloed afgenomen van de zwangere (Bij de NIPT (niet-invasieve prenatale test) wordt er in een laboratorium bloed afgenomen van de zwangere) sprake van een afwijkende uitslag (een aanwijzing voor down-,  edwards- of patausydroom) ( Atsma & Liefers 2021 Atsma, F., Liefers, J., Professionalsmonitor 2020 Prenatale screening op down-, edwards- en patausyndroom en het Structureel Echoscopisch Onderzoek, Radboudumc (2021) ). Bij een afwijkende uitslag van de NIPT krijgt de zwangere vervolgonderzoek (een vruchtwaterpunctie Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater afgenomen en onderzocht.   (Bij een vruchtwaterpunctie wordt vruchtwater afgenomen en onderzocht.   ) of vlokkentest Bij de vlokkentest wordt een stukje weefsel van de moederkoek weggenomen en onderzocht.   (Bij de vlokkentest wordt een stukje weefsel van de moederkoek weggenomen en onderzocht.   )) aangeboden om zeker te weten of het ongeboren kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. 

Tabel: Afwijkende uitslagen NIPT 2020 op basis van 91.658 zwangerschappen

 

Percentage afwijkende uitslagen

Aantal afwijkende uitslagen

Uitslag NIPT

 

 

Aanwijzing voor Downsyndroom

0,32

298

Aanwijzing voor Edwardssyndroom

0,08

76

Aanwijzing voor Patausyndroom

0,09

79

Totaal afwijkende uitslagen

0,49

453

Bron: Monitor screeningsprogramma down-, edwards- en patausyndroom en SEO

  • NIPT: voor down- en edwardssyndroom geldt dat 90% van de vrouwen met een afwijkende uitslag daadwerkelijk zwanger is van een kind met de aandoening. Voor patausyndroom geldt dit voor 50% van de vrouwen met een afwijkende uitslag.
  • Noemer is het aantal zwangerschappen met bekende uitslag van de NIPT.

Meer informatie

  • J. Wieringa ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • W. Koster (RIVM)
  • M.M. Harbers, red. (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)