Jaarprevalentie osteoporose 2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie osteoporose 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95

Half miljoen personen met osteoporose bekend bij huisarts

In 2020 hadden naar schatting 507.200 personen osteoporose: 81.700 mannen en 425.400 vrouwen. Dit zijn schattingen op basis van huisartsenregistraties. Dit komt overeen met 9,4 osteoporosepatiënten per 1.000 mannen en 48,5 per 1.000 vrouwen. De  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) is voor vrouwen veel groter dan voor mannen. Het aantal personen met osteoporose neemt toe met de leeftijd. De  jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts voor osteoporose. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts voor osteoporose.

Ongeveer 117.600 mensen in zorg met osteoporose

In 2020 waren er naar schatting 117.600 mensen met osteoporose die voor deze klacht zorg hebben gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn (zorgprevalentie): 17.400 mannen en 100.300 vrouwen (Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn).

Meer informatie


Nieuwe gevallen osteoporose 2020

Sla de grafiek Nieuwe gevallen osteoporose 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95

Naar schatting 30.900 nieuwe patiënten met osteoporose in 2020

In 2020 kregen naar schatting 30.900 personen de diagnose osteoporose bij de huisarts: 7.000 mannen en 23.900 vrouwen. Dit komt overeen met 0,8 per 1.000 mannen en 2,7 per 1.000 vrouwen. Het aantal nieuwe patiënten met osteoporose neemt toe met de leeftijd, maar op hoge leeftijd neemt de incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) af.

Meer informatie


Zorgprevalentie en nieuwe gevallen osteoporose 2011-2020

Sla de grafiek Zorgprevalentie en nieuwe gevallen osteoporose 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code L95
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses osteoporose afgenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van osteoporose is in de periode 2011-2020 voor vrouwen bijna gehalveerd. Voor mannen is het aantal nieuwe gevallen, na een aanvankelijke toename, eveneens afgenomen (ruim 20%). Deze trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). 
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van osteoporose laat een vergelijkbare trend zien. Voor mannen nam het aantal nieuwe gevallen eerst toe van 7.300 in 2011 naar 10.600 in 2012. Daarna nam het aantal af naar 7.000 in 2020. Voor vrouwen nam het aantal nieuwe gevallen eerst toe van 39.000 in 2011 naar 45.200 in 2012. Vervolgens nam het aantal af tot 23.900 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie osteoporose afgenomen

Na een aanvankelijke toename is de zorgprevalentie van osteoporose vanaf 2012 afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Het betreft hier het aantal mensen dat voor deze klacht zorg heeft gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het aantal mensen dat van de huisarts zorg heeft gehad voor osteoporose is in het COVID-19-jaar 2020 afgenomen ten opzichte van het  jaar 2019. Het is niet te achterhalen of osteoporose daadwerkelijk minder voorkwam in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze aandoening werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen dat zorg heeft ontvangen voor osteoporose is voor mannen toegenomen van 15.800 in 2011 naar 20.700 in 2019. In 2020 bedroeg dit aantal 17.400. Voor vrouwen is het aantal toegenomen van 112.000 in 2011 naar 122.200 in 2019. In 2020 bedroeg dit aantal 100.300 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Sterke stijging prevalentie en aantal nieuwe gevallen osteoporose tussen 1991 en 2014

De gestandaardiseerde  jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) van osteoporose is in de periode 1991-2014 voor zowel mannen als vrouwen sterk gestegen. Over de gehele periode is het aantal mannen met osteoporose verdrievoudigd en het aantal vrouwen met osteoporose verviervoudigd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar bekend waren bij de huisarts voor osteoporose. Deze mensen hoeven in dat jaar niet allemaal contact te hebben gehad met de huisarts voor osteoporose.
Ook het gestandaardiseerd aantal nieuwe gevallen van osteoporose is in deze periode toegenomen. Voor mannen was deze toename groter dan voor vrouwen. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen osteoporose 1991-2014 (PDF; 120 KB)).

Meer informatie


Verwachte stijging aantal mensen met osteoporose door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met osteoporose ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 41% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 46% voor mannen en 40% voor vrouwen. Omdat osteoporose een aandoening is die vooral bij ouderen voorkomt, leidt vergrijzing van de bevolking tot een toename van het absoluut aantal mensen met osteoporose. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van osteoporose beïnvloeden.

Meer informatie

  • M.M.J. Nielen ( NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • M.J.J.C. Poos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)