In 2020 overleden 168.678 personen

In 2020 overleden in Nederland 168.678 personen, 84.317 mannen en 84.361 vrouwen. Dit komt overeen met 973 per 100.000 mannen en 961 per 100.000 vrouwen. In 2020 was de absolute sterfte voor mannen het hoogst in de leeftijdsgroep van 80 tot en met 84 jaar en voor vrouwen in de leeftijdsgroep van 85 tot en met 89 jaar. Op de leeftijd van 85 jaar en ouder stierven meer vrouwen dan mannen. De belangrijkste reden hiervoor was dat er in 2020 veel meer oudere vrouwen dan oudere mannen waren. In 2020 overleden bijna 17.000 mensen meer dan in 2019, toen 151.885 mensen overleden. Deze toename is voor een belangrijk deel het gevolg van sterfte aan COVID-19 ( Traag & Hoogenboezem 2021 Traag, Hoogenboezem, Doodsoorzaken 2000-2020; Verschuivingen in de meestvoorkomende groepen doodsoorzaken tijdens de coronapandemie, Heerlen (2021) ).

Meer informatie


Relatieve sterfte 2020

Sla de grafiek Relatieve sterfte 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

Op elke leeftijd hebben mannen een grotere sterftekans dan vrouwen

In 2020 hadden mannen op alle leeftijden een grotere kans om te overlijden dan vrouwen. Zowel bij mannen als vrouwen stijgt de sterftekans vanaf de leeftijd van ongeveer 5 jaar exponentieel. De relatieve sterfte (sterftekans) laat al vele jaren een dalende trend zien, maar in 2020 steeg deze substantieel voor zowel mannen als vrouwen. De stijging in 2020 is vooral het gevolg van sterfte door COVID-19 ( Traag & Hoogenboezem 2021 Traag, Hoogenboezem, Doodsoorzaken 2000-2020; Verschuivingen in de meestvoorkomende groepen doodsoorzaken tijdens de coronapandemie, Heerlen (2021) ).

Meer informatie


Sterfteratio mannen versus vrouwen 2020

Sla de grafiek Sterfteratio mannen versus vrouwen 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

  • Sterfteratio is de sterfte per 100.000 mannen gedeeld door de sterfte per 100.000 vrouwen

Sterftekans jongemannen groter door ongevallen en zelfdoding

In de leeftijdsgroep 20 tot en met 24 jaar was in 2020 de sterftekans van mannen twee keer zo groot als die van vrouwen. Dit verschil komt vooral door een hogere sterfte door ongevallen en zelfdoding onder jongemannen.

Meer informatie


Absolute sterfte geleidelijk toegenomen

Onder invloed van de vergrijzing en een groeiende bevolking laat het jaarlijks aantal overledenen een geleidelijke toename zien. De toename was relatief groot na een vrij koude winter van 2012/2013 en een lange griepgolf (21 weken) in 2014/2015 ( CBS CBS, Meer ouderen overleden in de winter () ). Een griepgolf veroorzaakt vaak een toename van sterfte door hart- en vaatziekten en ziekten van de ademhalingsorganen onder ouderen ( Garssen & Hoogenboezem 2007 Garssen, J. J., Hoogenboezem, J., Aantal sterfgevallen blijft dalen, Voorburg / Heerlen (2007) ). Ondanks een verouderende bevolking, is het absolute aantal sterfgevallen tussen 2002 en 2007 afgenomen. Deze afname heeft meerdere oorzaken. Zo was er in de betreffende periode een relatief geringe sterfte als gevolg van extreem hoge of lage temperaturen. Ook deden zich geen grote griepgolven voor, waardoor de sterfte onder ouderen relatief laag was.
In 2020 overleden bijna 17.000 mensen meer dan in 2019. Deze toename is voor een belangrijk deel het gevolg van sterfte aan COVID-19. 

Sinds 1997 overlijden jaarlijks meer vrouwen dan mannen

Sinds1997 overlijden jaarlijks meer vrouwen dan mannen. In de periode daarvoor (vanaf 1950) was het omgekeerde het geval. Dit komt mede doordat de  levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) voor mannen sinds 1980 meer is gestegen dan voor vrouwen. Eén van de belangrijkste oorzaken hiervan is de afname van het verschil tussen het aantal rokende mannen en rokende vrouwen. Hierdoor zijn ook sekseverschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten, zoals longkanker en hart- en vaatziekten, afgenomen.
Sinds de eeuwwisseling tot en met 2019 was sprake van een vergelijkbare trend in absolute sterfte voor mannen en vrouwen, maar als gevolg van een groter aantal COVID-19-sterfgevallen onder mannen in 2020 overleden er in dat jaar in totaal ongeveer evenveel mannen als vrouwen ( Traag & Hoogenboezem 2021 Traag, Hoogenboezem, Doodsoorzaken 2000-2020; Verschuivingen in de meestvoorkomende groepen doodsoorzaken tijdens de coronapandemie, Heerlen (2021) ).

Meer informatie


Sterfte 1950-2020

Sla de grafiek Sterfte 1950-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020

Gestandaardiseerde sterfte gehalveerd sinds 1950

De gestandaardiseerde sterfte, waarbij is gecorrigeerd voor de effecten van bevolkingsgroei en vergrijzing, is tussen 1950 en 2019 sterk gedaald. De sterftedaling was over de hele periode groter voor vrouwen (55%) dan voor mannen (49%). De sterftedaling onder vrouwen vond vooral plaats in de periode 1950-1980 en 2002-2014. Voor mannen vond de daling vooral plaats in de periode 1975-2019.

Toename gestandaardiseerde sterfte in 2020

In 2020 lag het gestandaardiseerde sterftecijfer met 967 per 100.000 inwoners beduidend hoger dan in 2019 (889 per 100.000 inwoners). De stijging is vooral het gevolg van sterfte door COVID-19 (Traag & Hoogenboezem, 2021).

Meer informatie


Sterfte mannen 1970-2019

Sla de grafiek Sterfte mannen naar leeftijd 1970-2019 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

  • ​Geïndexeerd (1970 = 100)

Sterftedaling voor oudere mannen het minst groot

In de periode 1970-2019 is de sterfte bij mannen voor alle leeftijdsgroepen gedaald. In de jongste leeftijdsklassen daalde de sterfte het meest. Bij ouderen zette de daling van de sterfte later in en over de hele periode is deze daling ook kleiner dan voor de jongere leeftijdsgroepen. In de leeftijdsgroep van 75 en ouder begon de sterfte pas vanaf 1996 te dalen.


Trend sterfte vrouwen 1970-2019

Sla de grafiek Trend sterfte vrouwen naar leeftijd 1970-2019 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

  • ​Geïndexeerd (1970 = 100)

Sterkste sterftedaling voor meisjes van 0 tot en met 14 jaar

Over de periode 1970-2019 is de sterfte onder meisjes van 0-14 jaar het sterkst gedaald. De sterfte onder vrouwen is in de jaren zeventig voor alle leeftijdsgroepen vanaf 15 jaar even sterk gedaald. Na 1980 daalde de sterfte onder jongere vrouwen verder maar bleef voor oudere leeftijdsgroepen gelijk. Na 2000 daalde de sterfte ook weer in de oudere leeftijdsgroepen.


Sterfte onder nuljarigen met ongeveer 85% gedaald sinds 1950

De sterfte per 100.000 onder nuljarigen is in de periode 1950-2007 voor zowel  jongens als meisjes met ongeveer 85% gedaald, vanaf 2007 is de sterfte gestabiliseerd. In alle jaren overleden per 100.000 nuljarigen meer nuljarige jongens dan meisjes.

Meer informatie


Absolute sterfte zal flink stijgen, tot ongeveer 210.000 in 2055

Als gevolg van de vergrijzing van de naoorlogse geboortegolf (babyboom) zal het aantal sterfgevallen in de komende decennia flink toenemen. De stijging zal het sterkst zijn in de periode 2020-2040. Overleden er in 2019 nog ongeveer 152.000 mensen, in 2040 zullen dit er naar schatting 197.000 zijn. Daarna stijgt het nog licht tot ongeveer 210.000 in 2055. Vanaf 2055 zal de absolute sterfte naar verwachting weer licht gaan dalen.

Sinds 1997 overlijden per jaar meer vrouwen dan mannen

In de periode 1950 tot en met 1996 overleden in Nederland meer mannen dan vrouwen. In de daarop volgende periode 1997 tot en met 2019 overleden er per jaar meer vrouwen dan mannen. De verwachting is dat tot het jaar 2058 jaarlijks meer mannen dan vrouwen zullen overlijden en dat vanaf 2059 tot 2070 jaarlijks weer iets meer vrouwen dan mannen zullen overlijden.

Meer informatie

  • M.J.J.C. Poos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M. Rodriguez, red. (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)