Preventie aangeboren hartafwijkingen

Foliumzuur voorkomt ook aangeboren afwijkingen hartvaatstelsel

Sinds men begonnen is met het adviseren van foliumzuurgebruik rond de conceptie in verband met neuraalbuisdefecten, verschenen buitenlandse studies die ook een beschermend effect op aangeboren hart- en vaataandoeningen lieten zien ( Shaw et al. 1995 Shaw, G. M., O'Malley, C. D., Wasserman, C. R., Tolarova, M. M., Lammer, E. J., Maternal periconceptional use of multivitamins and reduced risk for conotruncal heart defects and limb deficiencies among offspring. (1995) Czeizel 1996 Czeizel, A. E., Reduction of urinary tract and cardiovascular defects by periconceptional multivitamin supplementation (1996) Botto et al. 2000 Botto, L. D., Mulinare, J., Erickson, J. D., Occurrence of congenital heart defects in relation to maternal multivitamin use. (2000) ). Eén studie liet geen effect zien ( Werler et al. 1999 Werler, Hayes, Louik, Shapiro, Mitchell, Multivitamin supplementation and risk of birth defects (1999) ). In Noord-Nederland werd een significant beschermend effect van 48% van foliumzuur op aangeboren hartafwijkingen aangetoond ( Walle 2001 Walle, H. E. K. D., Awareness and use of folic acid in the Netherlands: from science to practice, Groningen (2001) ).

Determinanten aangrijpingspunt voor preventie

De belangrijkste determinanten die voor primaire preventie in aanmerking komen zijn:

  • diabetes mellitus type II van de moeder (6-9% kans op aangeboren afwijkingen van het hartvaatstelsel);
  • onbehandelde fenylketonurie van de moeder (25% kans op aangeboren afwijkingen van het hartvaatstelsel);
  • gebruik van alcohol, lithium (bijvoorbeeld bij manische depressie) en derivaten van vitamine A (7% kans op afwijkingen van het hartvaatstelsel)
  • rodehondinfectie en mogelijk ook de bof en infecties met Coxsackie-virussen.

Primaire preventie aangeboren afwijkingen

Preventieve maatregelen vaak gericht op meerdere type aangeboren afwijkingen

Met preventieve maatregelen kunnen sommige aangeboren afwijkingen worden voorkómen of de kans erop worden verkleind. Deze preventieve maatregelen zijn vaak niet alleen gericht op het voorkomen van aangeboren hartafwijkingen, maar veelal ter voorkoming van een of meerdere aangeboren afwijkingen:

  1. Door meisjes al op heel jonge leeftijd tegen rodehond te vaccineren, lopen ze later bij een eventuele zwangerschap niet de kans rodehond op te lopen en hun ongeboren kind te besmetten. De vaccinatie voorkomt daarmee ernstige afwijkingen bij het ongeboren kindje zoals: hartafwijkingen, oogafwijkingen, slechthorendheid en doofheid, groeiachterstand, tekort aan bloedplaatjes, lever- of miltvergroting, aandoeningen van het zenuwstelsel, botafwijkingen, afwijkingen aan de urinewegen, ontwikkelingsachterstand of afwijkingen in het afweersysteem. Ook kan de zwangerschap eindigen in een miskraam.
  2. Verrijking van voedingsmiddelen kan bijdragen aan de preventie van aangeboren afwijkingen. In Nederland wordt aan broodzout jodium toegevoegd, onder meer ter preventie van de aangeboren van hypothyreoïdie door jodiumgebrek. Verrijking van voedingsmiddelen met foliumzuur, dat bij periconceptioneel gebruik de kans op neuraalbuisdefecten verkleint, is in Nederland niet toegestaan. Producenten kunnen wel een ontheffing van dit Warenwetverbod aanvragen, waardoor er met foliumzuur verrijkte ontbijtgranen en mueslirepen op de markt zijn.

  • P.W. Achterberg (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)