Ouderen hebben grootste kans op bezoek SEH-afdeling vanwege letsel

In 2021 is de  SEH Spoedeisende hulp (Spoedeisende hulp)-afdeling ongeveer 582.000 keer bezocht in verband met letsel, 296.000 keer door mannen (34 per 1.000 mannen) en 286.000 keer door vrouwen (33 per 1.000 vrouwen). Ouderen liepen de grootste kans op letsel dat behandeld moest worden op een SEH-afdeling.
In veruit de meeste gevallen (95%) was sprake van een SEH-bezoek in verband met letsel opgelopen door een ongeval (555.000 SEH-bezoeken). In één op de twintig gevallen was er sprake van opzettelijk toegebracht letsel, dat wil zeggen geweldpleging of zelfbeschadiging.


SEH-bezoeken voor ernstig letsel 2012-2021

Sla de grafiek SEH-bezoeken voor ernstig letsel 2012-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Letsel Informatie Systeem (LIS), VeiligheidNL ( Stam 2022 Stam, C., Letsels 2021; Kerncijfers LIS, Amsterdam (2022) )

  • Ernstig letsel is gedefinieerd als letsel met een ernst uitgedrukt in een  MAIS Maximum Abbreviated Injury Scale (Maximum Abbreviated Injury Scale) (Maximum Abbreviated Injury Score) van ten minste 2.
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2021

Stijging aantal SEH-bezoeken voor ernstig letsel

Uit een trendanalyse uitgevoerd door VeiligheidNL blijkt  dat het aantal SEH Spoedeisende hulp (Spoedeisende hulp)-bezoeken bezoeken in verband met ernstig letsel over de gehele periode 2012-2021 is gestegen (7%). Als gevolg van de COVID-19-uitbraak is het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel in 2020 kleiner dan in voorgaande jaren. Hierbij spelen maatregelen een rol die gericht waren op het tegengaan van de verspreiding van het virus, zoals verplicht thuiswerken en het (tijdelijk) sluiten van scholen en sportaccommodaties. Ook in 2021 speelde COVID-19 een grote rol, maar de coronamaatregelen waren over het algemeen minder beperkend dan in 2020. Dit lijkt zichtbaar in de stijging van het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel in 2021 ten opzichte van 2020. Het aantal SEH-bezoeken was in 2021 echter niet terug op het niveau dat te verwachten was op basis van de ontwikkeling vóór de COVID-19-uitbraak.


  • C. Stam (VeiligheidNL)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)