1,7 miljoen personen met hart- en vaatziekten

In 2020 waren er naar schatting 1,7 miljoen personen met hart- en vaatziekten. Dit zijn niet alle hart- en vaatziekten, maar het betreft cijfers voor de zes ziekten die in de tabel staan weergegeven. Hart- en vaatziekten komen in totaal iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. Coronaire hartziekten komen het meeste voor.  

Tabel: Hart- en vaatziekten naar type in 2020

 

Absolute aantallen

Per 1.000 personen

 

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Coronaire hartziekten (K74-K76)

483.000

294.400

55,7

33,5

Beroerte (K89-K90) 1

261.400

250.200

30,2

28,5

Hartfalen (K77)

115.700

125.200

13,3

14,3

Hartritmestoornissen (K78-K80)

232.300

214.100

26,8

24,4

Hartstilstand

Niet bekend

Niet bekend

   

Aandoeningen van het endocard
 (hartklepafwijkingen) (K70-K71, K83)

64.400

63.600

7,4

7,3

Totaal 2

918.800

754.000

106

85,9

  • ICPC International Classification of Primary Care-codes: K70, K71, K74-K80, K83, K89 en K90
  1. De cijfers voor beroerte zijn inclusief Transient Ischemic Attack (TIA Transient Ischemic Attack (Transiënte Ischemische Aanval). Een tijdelijke vermindering van de doorbloeding van een meestal klein gebied in de hersenen. De klinische verschijnselen zijn binnen 24 uur volledig verdwenen.)
  2. Het totaalcijfer betreft het aantal mensen dat ten minste één ziekte van het hartvaatstelsel had. Personen die meer dan één van de afzonderlijke ziekten hadden, tellen maar één keer mee in het totaalcijfer.

Jaarprevalentie hart- en vaatziekten 2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie hart- en vaatziekten 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care-codes: K70, K71, K74-K80, K83, K89 en K90

Meer mannen dan vrouwen met hart- en vaatziekten

In 2020 waren er naar schatting 1.672.800 mensen met hart- en vaatziekten (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.): 918.800 mannen en 754.000 vrouwen. Dit komt overeen met 106,0 per 1.000 mannen en 85,9 per 1.000 bij vrouwen met hart- en vaatziekten. In vrijwel alle leeftijdsklassen zijn er relatief meer mannen dan vrouwen met een hart- en vaatziekte. De prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. neemt sterk toe met de leeftijd. Bij personen jonger dan 50 jaar komen hart- en vaatziekten relatief gezien weinig voor. 


Ruim 117.000 nieuwe gevallen van boezemfibrilleren

In 2020 waren er naar schatting 117.100 nieuwe gevallen van boezemfibrilleren (een hartritmestoornis): 65.900 mannen en 51.100 vrouwen. Het gaat hier om nieuwe diagnosen die door huisartsen zijn geregistreerd. Boezemfibrilleren is hiermee de hart- en vaataandoening waarvoor de meeste nieuwe gevallen zijn geregistreerd. Als gevolg van afronding komt de som van het aantal nieuwe diagnosen bij mannen en vrouwen niet precies overeen met het totaal aantal nieuwe diagnosen.

Tabel: Hart- en vaatziekten naar type in 2020

Type hart- en vaatziekten (ICPC International Classification of Primary Care-code)

Mannen

Vrouwen

Coronaire hartziekten

   

Angina pectoris (K74)

14.200

12.100

Acuut myocardinfarct (K75)

47.500

20.900

Andere/chronische ischemische hartziekte (K76)

6.200

3.800

Beroerte

   

TIA Transient Ischemic Attack (Transiënte Ischemische Aanval). Een tijdelijke vermindering van de doorbloeding van een meestal klein gebied in de hersenen. De klinische verschijnselen zijn binnen 24 uur volledig verdwenen. (K89)

26.500

27.100

Overige beroerte  (K90)

20.200

18.100

Hartfalen (K77)

17.500

18.600

Hartritmestoornissen

   

Boezemfibrilleren, -fladderen (K78)

65.900

51.100

Paroxysmale tachycardie (K79)

10.700

17.700

Ectopische slagen/extrasystolen (K80)

6.900

8.700

Aandoeningen van het endocard (hartklepafwijkingen)

   

Infectieziekte hartvaatstelsel (K70)

5.000

2.700

Acuut reuma/reumatische hartziekte (K71)

750

1.000

Niet-reumatische klepaandoening (K83)

23.600

25.000

Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).


Jaarprevalentie hart- en vaatziekten 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie hart- en vaatziekten 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care-code K70, K71, K74-K80, K83, K89 en K90
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie hart- en vaatziekten constant in periode 2011-2020

In de periode 2011-2020 was het aantal mensen met hart- en vaatziekten dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) vrijwel constant, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met hart- en vaatziekten dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 728.600 in 2011 naar 918.800 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 632.600 in 2011 naar 754.000 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).


Jaarprevalentie aandoeningen van het endocard (hartklepafwijkingen) 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie aandoeningen van het endocard (hartklepafwijkingen) 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care-code K70, K71 en K83
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Tot 2017 lichte stijging prevalentie hartklepafwijkingen bij vrouwen

In de periode 2011-2017 is het aantal vrouwen met aandoeningen van het endocard (hartklepafwijkingen) dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) toegenomen (18%) en vanaf 2017 weer licht afgenomen. De jaarprevalentie is voor mannen vrijwel constant in de periode 2011-2016 en is daarna licht toegenomen. De trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het aantal mensen met hartklepafwijkingen dat bij de huisarts bekend was lijkt in het COVID-19-jaar 2020 te zijn afgenomen ten opzichte van het jaar 2019. Het is niet te achterhalen of hartklepafwijkingen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze aandoening werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met hartklepafwijkingen dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 48.900 in 2011 naar 64.400 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 50.100 in 2011 naar 63.600 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).


Jaarprevalentie hartritmestoornissen 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie hartritmestoornissen 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care-code K78-K80
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie hartritmestoornissen gestegen

In de periode 2011-2020 is het aantal mensen met hartritmestoornissen dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) toegenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het aantal mensen met hartritmestoornissen dat bekend was bij de huisarts lijkt in het COVID-19-jaar 2020 te zijn afgenomen ten opzichte van het  jaar 2019. Het is niet te achterhalen of hartritmestoornissen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze aandoening werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met hartritmestoornissen dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 149.900 in 2011 naar 232.300 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 151.800 in 2011 naar 214.100 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).


  • M.M.J. Nielen (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg)
  • M.J.J.C. Poos (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • A.M. Gommer (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)