In 2020 overleden 87 personen aan een aangeboren hartafwijking

In 2020 stierven 87 personen aan een aangeboren hartafwijking (ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes Q20-Q28), 48 jongens/mannen en 39 meisjes/vrouwen (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek). Dat is een vijfde (20%) van de sterfte aan alle aangeboren afwijkingen samen (ICD-10-codes Q00-Q99). Van de overleden personen waren 39 jonger dan 1 jaar (zuigelingen).

Meer informatie


Sterfte aan aangeboren hartafwijkingen 1980-2020

Sla de grafiek Sterfte aan aangeboren hartafwijkingen 1980-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes Q20-Q28
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterke daling in sterfte aan aangeboren hartafwijkingen

De totale sterfte aan aangeboren hartafwijkingen (alle leeftijden) is sinds 1980 sterk gedaald van rond de 300 sterfgevallen per jaar naar rond de 85 sterfgevallen per jaar in de periode 2015-2020. Snellere (prenatale) opsporing gevolgd door een tijdiger en verbeterde behandeling hebben de sterfte aan aangeboren afwijkingen in de afgelopen decennia doen afnemen en het aantal overlevenden doen toenemen ( Vaartjes et al. 2011 Vaartjes, I., Zomer, A. C., Verheugt, C. L., Uiterwaal, C. S. P. M., Langemeijer, M. M., Koolbergen, D. R., Hazekamp, M. G., van Melle, J. P., Konings, T. C., Bellersen, L., Mulder, B. J. M., Grobbee, D. E., Surgery in adults with congenital heart disease. (2011) ). 

Meer informatie


Daling zuigelingensterfte door aangeboren hartafwijkingen

Bij zuigelingen is de sterfte aan een aangeboren hartafwijking vanaf 1996 sterk gedaald van ongeveer 100 gevallen per jaar (5 per 10.000 levendgeborenen ) in de periode 1996-2006 naar ongeveer 60 gevallen per jaar (rond 3 tot 3,5 per 10.000 levendgeborenen) in de periode 2007-2013. In 2014 is de sterfte aan aangeboren hartafwijkingen bij zuigelingen verder gedaald tot 35-40 per jaar, dat is ongeveer 2 per 10.000 levendgeborenen. In de jaren vijftig was deze sterfte nog 15 tot 20 per 10.000 pasgeborenen. Bij zuigelingen is de sterftedaling vooral sterk geweest in 2007, het jaar van invoering van de landelijke programmatische routinematige echoscopische screening (20-weken echo).

Toename prenatale detectie aangeboren hartafwijkingen

Met de invoering van het Structureel Echoscopisch Onderzoek (SEO structureel echoscopisch onderzoek (20 wekenecho)) is in een deel van Nederland de prenatale detectie van aangeboren hartafwijkingen significant toegenomen. Dat ging gepaard met een drievoudige toename in het aantal zwangerschapsbeëindigingen, maar alleen voor afwijkingen met een ernstige afwijking ( Baardman et al. 2014 Baardman, M. E., du March-Sarvaas, G. J., Fleurke-Rozema, H., Snijders, R., Ebels, T., Bergman, J. E. H., Bilardo, C. M., Berger, R.M.F., de Walle, HE. K., Bakker, M. K., Impact of introduction of 20-week ultrasound scan on prevalence and fetal and neonatal outcomes in cases of selected severe congenital heart defects in The Netherlands. (2014) ). Ander Nederlands onderzoek ( Haak et al. 2015 Haak, M. C., van Velzen, C. L., Pajkrt, E, CAHAL Prenatal Research Group, Authors' reply re: Prenatal detection of congenital heart disease-results of a national screening programme. (2015) ) laat effecten zien van de invoering van de SEO en van een gerichte training van de uitvoerders van die screening. Zij rapporteren een stijging van de prenatale detectie van aangeboren hartafwijkingen met rond 24% tot bijna 60%. Dat ging gepaard met een verhoging van de overlevingskansen en een verminderde ziektelast De ziektelast wordt uitgedrukt in Disability Adjusted Life Years (DALY) en is opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). voor de groep kinderen met een transpositie van de grote vaten.

Meer informatie

  • P.W. Achterberg (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)