ADHD-achtige symptomen ( CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)-Gezondheidsenquête)

Percentage personen van 2 tot 12 jaar waarvan de ouder/verzorger op alle drie de items van onderstaande vraag heeft geantwoord met de categorie  ‘duidelijk van toepassing‘’.

'Wilt u zeggen in hoeverre de volgende eigenschappen op uw kind van toepassing zijn?'

  1. Rusteloos gedrag, kan bijna nooit stil zitten
  2. Zit voortdurend te friemelen en te draaien
  3. Kan zich slechts kort op een bepaalde bezigheid richten

Deze vragen konden beantwoord worden met 'niet van toepassing', 'enigszins (of soms) van toepassing' en 'duidelijk van toepassing'.

Als ouders of verzorgers op alle drie de items ‘duidelijk van toepassing’ antwoorden is dit een indicatie voor ADHD Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit) (Attention Deficit Hyperactivity Disorder (Aandachtstekort-stoornis met hyperactiviteit)).

Het CBS-Gezondheidsenquête-onderzoek geeft alleen indicatie van ADHD-achtige symptomen en is geen diagnose.


ADHD-achtige symptomen (HBSC)

Gebaseerd op vijf items uit het HBSC Health Behaviour in School-aged Children (Health Behaviour in School-aged Children)-onderzoek. Zelfrapportage van jongeren over hun gedrag en gevoelens in de afgelopen zes maanden. De schaal Hyperactiviteit omvat symptomen verwant aan aandachtsstoornissen zoals een gebrek aan concentratie, rusteloosheid en impulsiviteit.

  1. Ik ben rusteloos, ik kan niet lang stilzitten
  2. Ik zit constant te wiebelen of te friemelen
  3. Ik ben snel afgeleid, ik vind het moeilijk om me te concentreren
  4. Ik denk na voor ik iets doe
  5. Ik maak af waar ik mee bezig ben. Ik kan mijn aandacht er goed bij houden.

Deze vragen konden beantwoord worden met 'Niet waar', 'Een beetje waar' en 'Zeker waar'.

In het HBSC-onderzoek ( Boer et al. 2022 Boer, M., Dorsselaer, S., de Looze, M., de Roos, S., Brons, H., van den Eijnden, R., Monshouwer, K, Huijnk, W., ter Bogt, T., Vollebergh, W., Stevens, G., HBSC 2021 Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland, Utrecht (2022) ) wordt gewerkt met afkappunten die erop gericht zijn dat ongeveer 15% van de onderzoeksgroep boven het afkappunt van het hebben van psychische problemen scoort. Dat betekent dat de  prevalentiecijfers afkomstig uit dit onderzoek overschattingen zijn van de werkelijke prevalentiecijfers.


ADHD (DSM-5)

ADHD staat voor aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis. ADHD behoort tot de neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, die meestal vroeg in de ontwikkeling van het kind beginnen, vaak nog voor het kind naar de basisschool gaat, en beperkingen veroorzaken in het persoonlijke, sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren. ADHD wordt gedefinieerd door beperkende verstoringen in de aandacht, desorganisatie en/of hyperactiviteit-impulsiviteit ( American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. 2014 American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5, Washington, D.C. (2014) ). De symptomen komen voor in een mate die niet past bij de leeftijd of het ontwikkelingsniveau.

In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 ( American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. 2014 American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen. Nederlandse vertaling van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders 5th Edition (DSM-5), Amsterdam (2014) ). Deze stelt dat er sprake is van ADHD wanneer aan alle van de volgende criteria (A t/m E) is voldaan:

Criteria ter classificatie van ADHD

A Een persisterend patroon van onoplettendheid en/of hyperactiviteit-impulsiviteit dat interfereert met het functioneren of de ontwikkeling, zoals gekenmerkt door (1) en/of (2):
 

(1) Onoplettendheid: minstens 6 van de volgende symptomen zijn gedurende minstens 6 maanden aanwezig: 

a. Geeft onvoldoende aandacht aan details of maakt achteloze fouten
b. Moeite de aandacht bij taken of spelactiviteiten te houden
c. Lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct wordt aangesproken
d. Volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in om taken af te maken
e. Heeft moeite met het organiseren van taken en activiteiten
f. Vermijdt, heeft een afkeer van, of is onwillig zich bezig te houden met taken die langdurige geestelijke inspanning vereisen
g. Raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of activiteiten
h. Wordt makkelijk afgeleid door prikkels
i. Is vaak vergeetachtig bij dagelijkse bezigheden

 

(2) Hyperactiviteit en impulsiviteit: minstens 6 van de volgende symptomen zijn gedurende minstens 6 maanden aanwezig (behalve voor mensen vanaf 17 jaar; zij moeten aan minstens 5 symptomen voldoen):

a. Beweegt vaak onrustig met handen of voeten, of draait in zijn of haar stoel
b. Staat vaak op in situaties waarin verwacht wordt dat je op je plaats blijft zitten
c. Rent vaak rond of klimt overal in op ongepaste momenten (volwassenen: gevoel van rusteloosheid)
d. Kan moeilijk rustig zijn of zich bezighouden met ontspannende activiteiten
e. Is vaak ‘in de weer’ of ‘draaft maar door’
f. Praat vaak excessief veel
g. Gooit het antwoord er vaak al uit voordat een vraag afgemaakt is
h. Heeft moeite op zijn/haar beurt te wachten
i. Stoort vaak anderen of dringt zich op

B Meerdere symptomen van onoplettendheid of hyperactiviteit-impulsiviteit waren voor het 12e levensjaar aanwezig
C Meerdere symptomen van onoplettendheid of hyperactiviteit-impulsiviteit zijn aanwezig op 2 of meer terreinen (bijvoorbeeld op school/werk en met gezinsleden)
D De symptomen verstoren het functioneren
E De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis 

Naast de genoemde criteria dient te worden aangegeven of er sprake is van de volgende specificaties: 

  • Gecombineerd beeld: er is zowel sprake van onoplettendheid als van hyperactiviteit-impulsiviteit 
  • Overwegend onoplettend beeld: onoplettendheid, maar geen hyperactiviteit-impulsiviteit
  • Overwegend hyperactief-impulsief beeld: hyperactiviteit-impulsiviteit, maar geen onoplettendheid 
  • Gedeeltelijk in remissie: als de symptomen verminderen, maar nog wel beperkingen in het functioneren veroorzaken
  • Ernst: licht, matig of ernstig

Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen ( DSM Diagnostic and statistical manual of mental disorders. Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. (Diagnostic and statistical manual of mental disorders. Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association.)-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor ADHD. In VZinfo zijn de diagnoses van ADHD in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. 

Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van ADHD in de DSM-5 en die in de DSM-IV. Een belangrijke wijziging is dat de criteria nu voorzien zijn van voorbeelden, waardoor de criteria niet alleen voor kinderen, maar ook voor volwassenen goed toepasbaar zijn. Een andere verandering is dat verscheidene ADHD-symptomen voor het 12e levensjaar, in plaats van voor het 7e jaar aanwezig dienen te zijn. Ook zijn de de verschillende subtypen van ADHD verdwenen en vervangen door specificaties met dezelfde inhoud als de eerdere subtypen. Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van ADHD in Nederland.