56.000 klinische ziekenhuisopnamen voor artrose

In 2019 waren er 56.085 klinische ziekenhuisopnamen voor artrose. Vrouwen worden vaker opgenomen dan mannen. Het totaal aantal klinische ziekenhuisopnamen had betrekking op 183.880 opnamedagen, waarmee de gemiddelde opnameduur 3,3 dagen bedroeg.
Het aantal opnamen kan groter zijn dan het aantal opgenomen personen, omdat een persoon meerdere keren per jaar opgenomen kan zijn.

Tabel: Ziekenhuisopnamen voor artrose 2019
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Aantal klinische opnamen Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd.

20.445

35.640

56.085

  • Aantal verpleegdagen

63.355

120.530

183.880

  • Gemiddelde opnameduur (dagen)

3,1

3,4

3,3

Aantal dagopnamen

2.785

4.235

7.020

Aantal observaties Een observatie is een 'langdurige observatie zonder overnachting'. Dit is een niet geplande vorm van verpleging van minimaal vier aaneengesloten uren, zonder overnachting, op een voor verpleging ingerichte afdeling, met als doel observatie van de patiënt. Een observatie omvat ten minste een…

10

10

20

Totaal opnamen

23.240

39.885

63.125

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Statline in mei 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes: M15-M19
  • Aantal opnamen en verpleegdagen zijn afgerond op vijftallen 
  • Cijfers zijn voorlopig

Meer informatie


Ziekenhuisopnamen voor artrose 2019

Sla de grafiek Ziekenhuisopnamen voor artrose 2019 over en ga naar de datatabel

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek StatLine in mei 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes: M15-M19
  • Cijfers zijn voorlopig
  • Het absolute aantal ziekenhuisopnamen is zichtbaar in de tabelweergave

Aantal opnamen artrose neemt toe met leeftijd

In 2019 waren er 56.085 klinische ziekenhuisopnamen voor artrose in Nederland (mannen: 20.445 en vrouwen: 35.640). Dit aantal komt overeen met 3,2 opnamen per 1.000 personen (2,4 per 1.000 mannen en 4,1 per 1.000 vrouwen). Het aantal opnamen neemt toe met de leeftijd, maar op hoge leeftijd (80 jaar en ouder) neemt het aantal opnamen weer af. Voor alle leeftijdsklassen tussen 45 en 94 jaar is het aantal opnamen per 1.000 inwoners voor vrouwen hoger dan voor mannen. 

Meer informatie


Ziekenhuisopnamen artrose 1981-2019

Sla de grafiek Ziekenhuisopnamen artrose 1981-2019 over en ga naar de datatabel

Bron: Landelijke Medische Registratie (1981-2012) en Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (2013-2019). De cijfers zijn gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek StatLine in mei 2021 en bewerkt door het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

  • ICD-9 International Classification of Diseases, ninth revision-codes: 715 (1981-2012); ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes: M15-M19 (2013-2019)
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • De absolute cijfers (niet gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave

Aantal ziekenhuisopnamen artrose min of meer stabiel

In 2019 waren er 56.085 klinische ziekenhuisopnamen voor coronaire hartziekten in Nederland (3,2 per 1.000 personen). In de periode 1981-2012 is het aantal klinische opnamen Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd.  voor zowel mannen als vrouwen toegenomen. Na een daling in 2013, is het totale aantal opnamen min of meer gestabiliseerd. Dit geldt ook voor het aantal opnamen voor vrouwen, voor mannen blijft het aantal opnamen licht stijgen. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Het absoluut aantal ziekenhuisopnamen (niet gestandaardiseerd) is vanaf 2013 licht toegenomen: voor mannen van ruim 17.300 in 2013 naar 20.445 in 2019 en voor vrouwen van 33.595  in 2013 naar 35.640 in 2019.

Meer informatie

  • A.M. Gommer (RIVM)
  • C. Hendriks, red. (RIVM)