Sterfte non-Hodgkin lymfomen

Sla de grafiek Sterfte aan non-hodgkinlymfomen 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes C82-C86 en C88
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2020 overleden ruim 1.300 mensen aan non-hodgkinlymfomen

In 2020 overleden 1.333 mensen aan non-hodgkinlymfomen, 759 mannen en 574 vrouwen (8,8 per 100.000 mannen en 6,5 per 100.000 vrouwen). De sterfte neemt toe met de leeftijd.


Trend sterfte non-Hodgkin lymfomen

Sla de grafiek Trend sterfte aan non-hodgkinlymfomen 1980-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS Centraal Bureau voor de Statistiek StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision-codes C82-C86, C88
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte non-hodgkinlymfomen sinds eind jaren negentig gedaald

Vanaf 1980 tot halverwege de jaren negentig van de vorige eeuw is de sterfte door non-hodgkinlymfomen bij zowel mannen als vrouwen toegenomen. Vanaf de tweede helft van de jaren negentig tot 2013 is de sterfte weer afgenomen en vervolgens enigszins gestabiliseerd. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is in de periode 1996-2020 juist iets toegenomen. In 1996 overleden 629 mannen en 528 vrouwen aan NHL Non-Hodgkin lymfomen, in 2020 waren dat 759 mannen en 574 vrouwen.

Afname sterfte het gevolg van verbeterde behandeling

Verbeterde behandeling heeft bijgedragen aan de afname van de gestandaardiseerde sterfte door NHL. De verschillende typen NHL worden steeds specifieker behandeld en er is een omslag van een 'one size fits all'-behandeling naar een individueel toegesneden behandeling. Er is een toenemend inzicht in het ontstaan van de verschillende typen NHL en de genen die een rol spelen bij de kwaadaardige 'ontaarding' van de cellen. Niet alleen worden specifieke genetische variaties meer gericht behandeld, ook worden de genetische variaties in toenemende mate gebruikt om patiënten met dezelfde diagnose, maar met een verschil in risico te onderscheiden.



Bron: NKR

  • ICD-10-codes C82-C88
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving bij non-hodgkinlymfomen is verbeterd

De overleving van patiënten met non-hodgkinlymfomen (NHL Non-Hodgkin lymfomen) is in een periode van 20 jaar sterk verbeterd. De relatieve vijfjaarsoverleving bedroeg 47,6% voor mensen die in de periode 1991-1995 werden gediagnosticeerd met non-Hodgkin lymfomen en 71,2% voor mensen die hiermee in de periode 2011-2015 werden gediagnosticeerd. Dit betekent dat van alle mensen met non-hodgkinlymfomen ruim 70% vijf jaar na het stellen van de diagnose nog in leven was. Naast het stadium waarin een lymfoom zich bevindt bij diagnose, is de prognose van NHL-patiënten afhankelijk van het specifieke type non-hodgkinlymfoom. Indolente lymfomen zijn vaak langzaam progressief en kunnen soms maandenlang onbehandeld blijven. Sommige typen indolent NHL kunnen jarenlang onder controle worden gehouden, terwijl andere typen vaak volledig te genezen zijn. Patiënten met bepaalde typen indolent NHL kunnen echter in de loop van de tijd een agressieve vorm van NHL ontwikkelen.

Voor informatie over de overleving van verschillende typen lymfomen, zie NKR cijfers van het IKNL.


  • A.M. Gommer (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • D. de Jong (VUmc VU Medisch Centrum Amsterdam)
  • M.J.J.C. Poos (RIVM)