17% scholieren voortgezet onderwijs heeft ooit gerookt

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft 17% ooit gerookt. Bijna één op de tien (8%) van de leerlingen heeft in de maand voorafgaand aan het onderzoek nog gerookt en 2% rookt dagelijks. Er zijn geen significante verschillen tussen het percentage jongens en meisjes dat ooit of de voorafgaande maand heeft gerookt of dat dagelijks rookt.


Roken onder scholieren neemt toe met leeftijd

Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft 17% ooit gerookt. Op 12-jarige leeftijd heeft 4% ooit gerookt. Het percentage stijgt geleidelijk met de leeftijd; op 16-jarige leeftijd heeft 33% ooit gerookt. Van alle leerlingen van 12 tot en met 16 jaar heeft 8% gerookt in de maand voorafgaand aan het onderzoek en 2% rookt dagelijks. Er zijn bijna geen dagelijks rokende 12- en 13-jarigen (< 0,5%).


Aantal rokende scholieren neemt af

Sinds 1999 is het percentage scholieren dat ooit heeft gerookt sterk afgenomen, van 54% in 1999 naar 17% in 2017. De daling zette na 2017 niet door. Het aantal scholieren dat aangeeft de afgelopen maand gerookt te hebben, is afgenomen van 26% in 1999 naar 8% in 2017. De trend in het percentage scholieren dat dagelijks rookt, vertoont een vergelijkbaar patroon als het percentage scholieren dat in de afgelopen maand heeft gerookt, en is afgenomen van 13% in 1999 naar 2% in 2019.

Kwart van scholieren gebruikte ooit elektronische sigaret

Een kwart van de 12- tot en met 16-jarige scholieren in het voortgezet onderwijs heeft ooit een elektronische sigaret (e-sigaret) gebruikt, meer jongens (28%) dan meisjes (22%). Het percentage jongeren dat wel eens een e-sigaret heeft gebruikt neemt sterk toe tussen 12 jaar (9%) en 14 jaar (28%). Vanaf 14 jaar neemt dit percentage niet meer significant toe. Onder een e-sigaret verstaan we producten als de shisha-pen, e-hooka, e-smoker en flavor vape.


Roken studenten 2021

Sla de grafiek Dagelijks roken studenten 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijsRIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Trimbos-instituut en GGD Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst GHOR Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Nederland

Bij studenten in het hoger onderwijs rookt 8% dagelijks

In 2021 rookte 8% van de hbo Hoger beroepsonderwijs- en wo Wetenschappelijk Onderwijs-studenten dagelijks. Er zijn geen duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Bij de jongste studenten van 16 tot en met 21 jaar is het aandeel dagelijkse rokers het laagst (ruim 5%). Bij studenten van 26 tot en met 29 jaar wordt het meest gerookt: bijna 13% rookt dagelijks. Studenten zijn ondervraagd tijdens de coronacrisis; dit kan invloed hebben op de antwoorden. Van de rokende studenten geeft 31% aan meer te zijn gaan roken, terwijl  20% juist minder is gaan roken ( Dopmeijer et al. Dopmeijer, Nuijen, Busch, Tak, van Hasselt, N., Verweij, Monitor Mentale gezondheid en Middelengebruik Studenten hoger onderwijs. Deelrapport 2: Middelengebruik, Bilthoven () ). 


Meeroken onder niet-rokers 2020

Sla de grafiek Meeroken onder niet-rokers 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Gezondheidenquête/Leefstijlmonitor CBS i.s.m. RIVM en Trimbos-instituut 

  • De dataverzameling van de Gezondheidsenquête was in 2020 verstoord door de Covid-19-pandemie. Ook hebben de pandemie en de bijbehorende maatregelen mogelijk de leefstijl van de respondenten beïnvloed. Zie de verantwoording voor meer informatie.
  • Achterliggende cijfers: CBS-Statline

Dagelijks rookt bijna 2% van de jongeren minimaal een uur mee

Meeroken is het inademen van tabaksrook uit de omgeving door niet-rokers, ook wel ‘passief roken’ genoemd. In 2020 rookt in Nederland  bijna 2% van de jongeren van 12 tot en met 17 jaar dagelijks minimaal een uur mee.  Daar staat tegenover dat 72%  van de jongeren (bijna) nooit meerookt met anderen die roken. Het percentage meerokers is het laagst onder jonge kinderen en het hoogst onder jongeren.


  • M.C.M. Busch (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • S.A.F.M. van Dorsselaer (Trimbos-instituut)
  • K. Monshouwer (Trimbos-instituut)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • E.M. Zantinge, red. (RIVM)