De informatie in het onderdeel zorg bij het onderwerp Sterfte rond de geboorte zal in de loop van 2022 geactualiseerd worden. 

 Peristat-studie leidde tot diverse maatregelen 

In reactie op de internationale Peristat-studie (zie: Perinatale sterfte in de Europese Unie) zijn diverse beleidsmaatregelen getroffen met als doel de kwaliteit van zorg tijdens zwangerschap en geboorte te borgen en te verbeteren. Die maatregelen betreffen onder andere de oprichting van de Stuurgroep zwangerschap en geboorte, de oprichting van de stichting Perinatale Audit Nederland (PAN), de invoering van het preconceptieconsult en de invoering van de 20-weken echo (Structureel Echoscopisch Onderzoek,  SEO structureel echoscopisch onderzoek (20 wekenecho) (structureel echoscopisch onderzoek (20 wekenecho))) ( VWS 2008 VWS, Ketenzorg zwangerschap en geboorte. Kamerstuk 29 323/ 22, nr 49. Juli 2008, Den Haag (2008) ). Ook zijn er intussen veel verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s) die werken aan een meer integrale aanpak van de geboortezorg. Hoewel niet primair gericht op het voorkómen van sterfte rond de geboorte, kunnen ook diverse pre- en neonatale screeningen wel bijdragen aan het tegengaan van sterfte. 

Meer informatie


Maatregelen ter verbetering van de perinatale uitkomsten

In de zomer van 2008 heeft de toenmalige minister van Volksgezondheid Ab Klink de 'Stuurgroep zwangerschap en geboorte' ingesteld. Deze kreeg de opdracht om voorstellen te doen om de zorg rond zwangerschap en geboorte te verbeteren. Het doel is om waar mogelijk  perinatale sterfte Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. ) en morbiditeit terug te dringen. In 2009 bracht de stuurgroep het advies ‘Een goed Begin’ uit. Dit advies had als centrale boodschap dat de kwaliteit van de geboortezorg verbeterd moet worden door een hechtere samenwerking en een betere communicatie tussen alle betrokken zorgprofessionals, maar ook tussen zorgprofessionals en de zwangere vrouw en haar omgeving ( Stuurgroep zwangerschap en geboorte 2009 Stuurgroep zwangerschap en geboorte, Een goed begin. Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte, Utrecht (2009) ). Het werk van de stuurgroep wordt inmiddels voortgezet en geïmplementeerd via het College Perinatale Zorg (CPZ) ( CPZ 2012 CPZ, Plan van aanpak, Utrecht (2012) ). Het CPZ heeft in nauwe samenwerking met het Kwaliteitsinstituut een Zorgstandaard Integrale Geboortezorg ontwikkeld. Deze Zorgstandaard beschrijft vanuit het perspectief van een zwangere vrouw voor elke fase in de zwangerschap de noodzakelijk geachte zorg voor en begeleiding van de zwangere vrouw. Het gaat dan zowel om de basiszorg die iedere zwangere vrouw aangeboden hoort te krijgen, als om de aanvullende zorg (bij risico’s of complicaties) conform de geldende richtlijnen, aangevuld met regionale en lokale afspraken ( CPZ/ACK-ZIN 2016 CPZ/ACK-ZIN, Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1, Utrecht/Diemen (2016) ). Daarnaast heeft  ZonMw Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) het onderzoeksprogramma ‘zwangerschap en geboorte’ gelanceerd ( ZonMW 2014 ZonMW, Programma Zwangerschap en geboorte. Een impressie van het kennisnetwerk geboortezorg en onderzoeksprojecten. Een gezonde moeder, een gezonde zwangerschap en een gezond kind, Den Haag (2014) Huijbregts 2012 Huijbregts, V., Deelname is vrijwillig, niet vrijblijvend (2012) ). Beide initiatieven versterken de samenwerking binnen de keten. CPZ stimuleert de samenwerking binnen de (92) verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s). Deze VSV's hebben als doel de samenwerking en afstemming tussen verloskundigen, gynaecologen, kraamverzorgenden, huisartsen, kinderartsen en anesthesiologen te verbeteren. ZonMw heeft (10) regionale multidisciplinaire consortia rond zwangerschap en geboorte mogelijk gemaakt. Binnen deze consortia werken professionals en onderzoekers samen aan verbetering van de zorgpraktijk, ontwikkelen zij kennis over hoe de zorg beter kan en zorgen ze dat deze verspreid wordt. 

Meer informatie


Perinatale audit moet kwaliteit zorg rond de geboorte bewaken en verbeteren

Sinds 1 januari 2010 is de landelijke perinatale audit van start gegaan. Het doel van een perinatale audit is het kritisch en gestructureerd analyseren in hoeverre de daadwerkelijk verleende zorg, zoals de zorg rondom bepaalde aandoeningen of ziektebeelden of overlijden rond de geboorte van moeder (maternale sterfte) of kind (perinatale sterfte), voldeed aan de geaccepteerde standaarden. Daarnaast wordt nagegaan in hoeverre het niet naleven van richtlijnen en protocollen heeft bijgedragen aan de sterfte of andere uitkomsten. Het uiteindelijke doel is het verbeteren en bewaken van de kwaliteit van de integrale zorgverlening. Bespreking van de voldragen (> 37 weken zwangerschapsduur) kinderen uit 2010 en 2011 die rond de geboorte zijn overleden ( PAN 2011 PAN, A terme sterfte 2010. Perinatale audit: eerste verkenningen, Utrecht (2011) PAN 2013 PAN, A terme sterfte 2011. De voortgang, Utrecht (2013) ), heeft geleid tot aanbevelingen die lokaal, regionaal en landelijk worden opgepakt ( PAN 2013 PAN, A terme sterfte 2011. De voortgang, Utrecht (2013) PAN 2013 PAN, Procesevaluatie. Invoering van landelijke perinatale audit, Utrecht (2013) Eskes et al. 2014 Eskes, M., Waelput, A. J. M., Brouwers, H. A. A., Ravelli, A. C. J., Achterberg, P. W., Merkus, H. M. W. M., Bruinse, H. W., Erwich, J. -. J. H. M., Term perinatal mortality audit in the Netherlands 2010-2012: a population-based cohort study (2014) Eskes et al. 2015 Eskes, M., Waelput, A. J. M., Brouwers, H. A. A., Ravelli, A. C. J., Achterberg, P. W., Merkus, J. M. W. M., Bruinse, H. W., Erwich, J. -. J. H. M., Term perinatal mortality audit in the Netherlands 2010-2012: a population-based cohort study (2015) ). Vrijwel alle eerstelijnsverloskundigen, klinisch verloskundigen en gynaecologen in Nederland hebben in de periode 2010-2012 één of meerdere keren deelgenomen aan een perinatale audit ( Stichting PAN 2014 Stichting PAN, A terme sterfte 2010-2012: Perinatale audit op koers, Utrecht (2014) ). Van de verloskundig actieve huisartsen nam 20% deel ( van den Berg et al. 2014 van den Berg, M. J., de Boer, D., Gijsen, R., Heijink, R., Limburg, L. C. M., Zwakhals, L, Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg, Bilthoven (2014) ).

Meer informatie


Preconceptiezorg bij zwangerschapswens

Preconceptiezorg kan bijdragen aan een gezondere leefstijl van de zwangere vrouw, aan minder aangeboren afwijkingen en mogelijk ook aan verlaging van de perinatale sterfte ( Gezondheidsraad 2007 Gezondheidsraad, Preconceptiezorg: voor een goed begin, Den Haag (2007) ). De Gezondheidsraad omschrijft preconceptiezorg als ‘het geheel aan maatregelen ter bevordering van de gezondheid van de (aanstaande) moeder en het aanstaande kind, die, willen ze effectief zijn, bij voorkeur vóór de conceptie moeten worden genomen‘. Een voorbeeld is het advies aan vrouwen om vanaf 4 weken voor de conceptie tot minimaal 8 weken daarna foliumzuur te gebruiken. Dit voorkomt een aanzienlijk deel van de open ruggetjes en enkele andere aangeboren afwijkingen. Andere voorbeelden zijn het stoppen met roken, alcohol en drugs, nagaan van de familieanamnese, en aanpassen van eventuele medicatie. Verloskundigen, huisartsen en gynaecologen kunnen kinderwensconsulten/preconceptieconsulten aanbieden ( KNOV 2016 KNOV, Aanbieders kinderwensspreekuur (2016) de Jong-Potjer et al. 2011 de Jong-Potjer, L. C., Beentjes, M., Bogchelman, M., Jaspar, A. H. J., van Asselt, K. M., NHG-Standaard Preconceptiezorg (2011) NVOG 2008 NVOG, Nota preconceptiezorg. Versie 1.0, Utrecht (2008) ). Zo bieden diverse verloskundigen een kinderwensspreekuur aan en maken hiervoor gebruik van internetsites of werken samen met speciaal opgeleide Voorlichters Perinatale Gezondheid om kwetsbare doelgroepen te bereiken ( Peters et al. 2014 Peters, I. A., Schölmerich, V. L. N., van Veen, D. W., Steegers, E. A. P., Denktaş, S., Reproductive health peer education for multicultural target groups (2014) ). Binnen het ZonMw-programma Zwangerschap en geboorte zijn projecten gestart om het bereik van preconceptiezorg te verhogen ( ZonMW 2014 ZonMW, Programma Zwangerschap en geboorte. Een impressie van het kennisnetwerk geboortezorg en onderzoeksprojecten. Een gezonde moeder, een gezonde zwangerschap en een gezond kind, Den Haag (2014) ).

Meer informatie

  • A.J.M. Waelput (Erasmus MC)
  • P.W. Achterberg ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))