Jaarprevalentie parkinsonisme 2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie parkinsonisme 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code N87

Ruim 52.700 mensen met parkinsonisme in 2020

In 2020 waren er naar schatting 52.700 mensen bij wie de huisarts de diagnose parkinsonisme heeft gesteld: 31.900 mannen en 20.800 vrouwen ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)). Dit komt overeen met 3,7 per 1.000 mannen en 2,4 per 1.000 vrouwen. Het gaat hier om alle vormen van parkinsonisme, waarvan de ziekte van Parkinson de voornaamste groep uitmaakt. Het aantal personen met een vorm van parkinsonisme neemt toe met de leeftijd en komt bij personen onder de 50 jaar nauwelijks voor. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts voor een vorm van parkinsonisme. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts voor parkinsonisme. Patiënten met een vorm van parkinsonisme die langdurig zijn opgenomen in een verpleeghuis, hebben geen huisarts maar een verpleeghuisarts. Ze zijn daarom niet in de Nivel Zorgregistratie eerste lijn meegeteld waardoor het aantal mensen met parkinsonisme wordt onderschat. 

Meer informatie


Nieuwe gevalleen parkinsonisme 2020

Sla de grafiek Nieuwe gevallen parkinsonisme 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code N87

Ruim 5.000 nieuwe patiënten met parkinsonisme in 2020

In 2020 kregen naar schatting 5.200 nieuwe patiënten de diagnose parkinsonisme bij de huisarts: 3.400 mannen en 1.830 vrouwen. Dit komt overeen met 0,4 nieuwe patiënten per 1.000 mannen en 0,2 per 1.000 vrouwen. Als gevolg van afronding komt de som van het aantal nieuwe diagnoses bij mannen en vrouwen niet precies overeen met het totaal aantal nieuwe diagnoses van parkinsonisme. Het aantal nieuwe patiënten met parkinsonisme neemt toe met de leeftijd.

Meer informatie


Aantal patiënten hoger op basis van epidemiologisch onderzoek

Het aantal personen met de ziekte van Parkinson en andere vormen van parkinsonisme wordt in bevolkingsonderzoek een factor 2 tot 2,5 hoger geschat dan in huisartsenregistraties ( Maas et al. 1997 Maas, I. A. M., Gijsen, R., Lobbezoo, I. E., Poos, M. J. J. C., Volksgezondheid Toekomst Verkenning 1997. I De gezondheidstoestand: een actualisering., Maarssen (1997) ). Een mogelijke verklaring ligt in het geleidelijk progressieve ziektebeeld. Symptomen als trillen en traagheid van bewegen worden door zowel huisarts als patiënt vaak beschouwd als onderdeel van het normale verouderingsproces. Daardoor wordt de diagnose pas veel later gesteld of helemaal niet als de patiënt voortijdig overlijdt. Bovendien zijn de gehanteerde diagnostische criteria in de klinische praktijk mogelijk strenger dan in epidemiologisch bevolkingsonderzoek. Daarnaast is bekend dat de zoekstrategie van bevolkingsonderzoeken (statusonderzoek versus huis-aan-huisonderzoek) verschillen in de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) kan geven van tussen de 11% en 52% ( de Lau 2005 de Lau, LM. L., Incidence, Risk and Prognosis of Parkinson Disease, Rotterdam (2005) ).

Meer informatie


Ongeveer 2.000 patiënten in verpleeghuizen

Patiënten met een vorm van parkinsonisme die langdurig zijn opgenomen in een verpleeghuis, zijn niet in de huisartsenregistraties meegeteld. Er wordt geschat dat in 2007 ongeveer 2.000 patiënten met parkinsonisme waren opgenomen in verpleeghuizen ( Hoeymans et al. 2010 Hoeymans, N., Melse, J. M., Schoemaker, C. G., Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010. Van gezond naar beter: deelrapport Gezondheid en determinanten, Bilthoven (2010) ). Recentere gegevens hierover zijn niet beschikbaar.


Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen parkinsonisme 2011-2020

Sla de grafiek Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen parkinsonisme 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Zorgregistraties eerste lijn

  • ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-code N87
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal nieuwe diagnoses parkinsonisme afgenomen

Voor vrouwen nam het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van parkinsonisme in de periode 2011-2020 continu af. Het aantal nieuwe gevallen is in deze periode meer dan gehalveerd. Voor mannen is ook sprake van een afname, maar deze is minder eenduidig. De trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het aantal nieuwe diagnoses lijkt in het COVID-19-jaar 2020 te zijn afgenomen ten opzichte van het  jaar 2019. Het is niet te achterhalen of parkinsonisme daadwerkelijk minder voorkwam in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze aandoening werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van parkinsonisme is voor mannen nagenoeg constant gebleven, rond de 4.000. Voor vrouwen nam dit aantal af van 3.500 in 2011 naar 1.830 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie parkinsonisme vrijwel constant

In de periode 2011-2020 was het aantal mensen met parkinsonisme dat bekend was bij de huisarts ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) vrijwel constant, vooral voor mannen. De jaarprevalentie voor vrouwen is in deze periode met 17% afgenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met parkinsonisme dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 23.700 in 2011 naar 31.900 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal vrijwel gelijk gebleven, 21.000 in 2011 en 20.800 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave). Dat het ongecorrigeerde aantal vrouwen met parkinsonisme constant is gebleven en het gestandaardiseerde aantal is afgenomen, komt door de vergrijzing van de bevolking.

Geen duidelijke trend in parkinsonisme tussen 1991 en 2014

In de periode 1991-2014 was er geen duidelijke trend in de jaarprevalentie en het aantal nieuwe gevallen van parkinsonisme. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistraties FaMe-net en RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen parkinsonisme 1991-2014 (pdf; 118 kB)).

Meer informatie


Verwachte stijging aantal mensen met ziekte van Parkinson door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met de ziekte van Parkinson ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 56% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 60% voor mannen en 51% voor vrouwen. Omdat de ziekte van Parkinson een aandoening is die vooral bij ouderen voorkomt, leidt vergrijzing van de bevolking tot een toename van het aantal mensen met deze aandoening. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van de ziekte van Parkinson beïnvloeden.

Meer informatie

  • B. Post ( UMCN Universitair Academisch Ziekenhuis Nijmegen (Universitair Academisch Ziekenhuis Nijmegen))
  • M.J.J.C. Poos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M.M.J. Nielen ( NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg (Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg))
  • H.B.M. Hilderink (RIVM)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • M. Rodriguez, red. (RIVM)