Antibioticaresistentie in Nederland laag

Resistentie tegen  antibiotica Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.  (Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.  ) komt in Nederland in vergelijking met andere Europese landen weinig voor ( WHO Europe & ECDC 2022 WHO Europe, ECDC, Antimicrobial resistance surveillance in Europe 2022 - 2020 data., Copenhagen (2022) ). In Europa geldt voor bijna alle bacteriën dat antibioticaresistentie toeneemt van noord en west naar zuid en oost. Zo ligt multiresistentie van E. coli-bacteriën (ongevoeligheid voor de drie hoofdgroepen antibiotica: fluorochinolonen, derde generatie cefalosporinen en aminoglycosiden) in Noord- en West-Europese landen in 2020 onder de 5% (in Nederland 1,9%), maar in een aantal Zuid- en Oost-Europese landen op 5-10%. Het vaakst komt multiresistentie voor in Cyprus en Slowakije (beide rond de 14%) en vooral in Bulgarije (19%) (ECDC Surveillance Atlas). Een ander voorbeeld is Methicilline Resistente Staphylococcus aureus ( MRSA Methicilline Resistente Staphylococcus aureus (Methicilline Resistente Staphylococcus aureus )). In Nederland en de Scandinavische landen ligt het percentage resistente isolaten De resistentie van een bacterie tegen antibiotica wordt bepaald in een isolaat van die bacterie. Een isolaat is een cultuur van bacteriën die zuiver is omdat ze afstammen van één enkele bacterie. Eén bacterie uit bijvoorbeeld urine of een wond kan op een voedingsbodem uitgroeien tot een klein rond… (De resistentie van een bacterie tegen antibiotica wordt bepaald in een isolaat van die bacterie. Een isolaat is een cultuur van bacteriën die zuiver is omdat ze afstammen van één enkele bacterie. Eén bacterie uit bijvoorbeeld urine of een wond kan op een voedingsbodem uitgroeien tot een klein rond…) lager dan 5%, terwijl het gemiddelde percentage in Europa rond de 17% ligt. In een aantal landen in Zuid- en Oost-Europa ligt het boven 25% ( WHO Europe & ECDC 2022 WHO Europe, ECDC, Antimicrobial resistance surveillance in Europe 2022 - 2020 data., Copenhagen (2022) ). De gegevens zijn afkomstig van EARS-Net en zijn gebaseerd op invasieve isolaten uit bloed en hersenvocht.

Verklaring voor verschillen tussen landen

Verschillen tussen landen komen niet alleen door echte verschillen in het voorkomen van resistentie maar ook door verschillen in surveillance- en zorgsystemen waardoor de mate van onderdiagnose en onderrapportage eveneens verschilt ( WHO Europe & ECDC 2022 WHO Europe, ECDC, Antimicrobial resistance surveillance in Europe 2022 - 2020 data., Copenhagen (2022) ). Dat resistentie in Nederland nog relatief weinig voorkomt, komt waarschijnlijk doordat in Nederland relatief weinig mensen antibiotica gebruiken. Voor MRSA komt het waarschijnlijk ook door het strikte MRSA-beleid (zie ook: Preventie antimicrobiële  resistentie). Wel was het antibioticagebruik in de veehouderij in het verleden het hoogst van Europa.


    Antiobioticagebruik in de eerste lijn internationaal

    Sla de grafiek Antiobioticagebruik in de eerste lijn internationaal 2020 over en ga naar de datatabel

    Bron: ESAC-NET, 2022

    • Voor Cyprus en Tsjechië zijn de cijfers inclusief het gebruik in het ziekenhuis. Ze geven daarom een overschatting van het antibioticagebruik in de eerste lijn.
    • Voor Finland is het gebruik in afgelegen eerstelijnszorgcentra en verpleeg/verzorgingshuizen bij het gebruik in ziekenhuizen opgeteld, waardoor het gebruik in de eerste lijn een onderschatting is.
    • Tussen haakjes is weergegeven van welk type bron de gegevens afkomstig zijn: v=verkoopcijfers,  g gram (gram)=gedeclareerde afleveringen, b=beide typen gegevens. Bronnen gebaseerd op verkoopcijfers zijn mogelijk vollediger dan bronnen gebaseerd op gedeclareerde afleveringen, omdat antibiotica Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.  (Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.  ) die zonder recept zijn verkregen of niet worden vergoed vaak wel in de verkoopcijfers zijn meegeteld, maar niet bij de gedeclareerde cijfers.
    • In 2019 is de ESAC-Net interactieve database geactualiseerd met de nieuwe 2019 versie van de  ATC/DDD Anatomische Therapeutische Chemische classificatie met gedefinieerde dagdoses (Anatomische Therapeutische Chemische classificatie met gedefinieerde dagdoses) index. Dit heeft geleid tot veranderingen in gerapporteerde consumptie die ook met terugwerkende kracht zijn doorgevoerd in eerder gepubliceerde cijfers in de ESAC-Net database. Hierdoor kunnen cijfers afwijken van cijfers die in het verleden zijn gerapporteerd.

    Nederlanders gebruiken relatief weinig antibiotica

    Het antibioticagebruik in de eerste lijn in  DDD Defined Daily Dose. Standaard dag dosering. (Defined Daily Dose. Standaard dag dosering.) per 1.000 inwoners per dag behoort in Nederland tot de laagste van alle  EU Europese unie (Europese unie)-landen. In België, Frankrijk en de Zuid-Europese landen worden antibiotica Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.  (Antibiotica zijn medicijnen die bacteriën doden of remmen in de groei. Er zijn verschillende groepen antibiotica die onderling verschillen in chemische structuur. Daardoor zijn niet alle antibiotica tegen dezelfde bacteriën effectief.  ) twee tot drie keer zoveel gebruikt (ESAC-Net, 2022). De cijfers hebben betrekking op antibiotica waarvan inname of toediening plaatsvond buiten het ziekenhuis. Voor Nederland gaat het om antibiotica die door huisartsen of specialisten zijn voorgeschreven en zijn afgeleverd in een openbare apotheek. In Nederland kun je antibiotica alleen op recept krijgen, maar in sommige andere Europese landen (Griekenland, Spanje) vormen antibiotica die zonder recept zijn verkregen een flink deel van het totaal ( Safrany & Monnet 2012 Safrany, N., Monnet, DD. L., Antibiotics obtained without a prescription in Europe (2012) ).

    Relatief veel eerstekeuzeantibiotica voorgeschreven in Nederland

     In 2020 haalden 19 van de 27 Europese landen waarvoor data beschikbaar waren de WHO-norm van minimaal 60% voor het aandeel eerstekeuzeantibiotica in het totale antibioticagebruik. Nederland zat met 70% ook ruim boven de norm ( OECD 2022 OECD, Antimicrobial Resistance in the EU/EEA: A One Health Response. (2022) ).  Eerstekeuzemiddelen zijn de meest gebruikelijke antibiotica. Dit in tegenstelling tot de beperkt voorschrijfbare en  reservemiddelen De laatste redmiddelen of reservemiddelen worden uitsluitend voorgeschreven in situaties waarin de gebruikelijke antimicrobiële middelen onvoldoende effectief zijn. Wat een laatste redmiddel is hangt af van de setting, zoals in de huisartsenpraktijk of in het ziekenhuis. Ook verschilt het per… (De laatste redmiddelen of reservemiddelen worden uitsluitend voorgeschreven in situaties waarin de gebruikelijke antimicrobiële middelen onvoldoende effectief zijn. Wat een laatste redmiddel is hangt af van de setting, zoals in de huisartsenpraktijk of in het ziekenhuis. Ook verschilt het per…) die cruciaal zijn voor de medische zorg en een hoger risico op resistentie hebben. Voor deze middelen zijn daarom strengere beperkingen voor het gebruik vastgesteld (AWaRe). 

    Antibioticagebruik in de EU daalt

    Tussen 2014 en 2020 is het totale antibioticagebruik in de EU met 23% gedaald. De daling was vooral groot tussen 2019 en 2020 tijdens de COVID-19 pandemie en deed zich vooral voor buiten het ziekenhuis. De maatregelen tegen het coronavirus spelen hierbij waarschijnlijk een rol. Door deze maatregelen  (zoals afstand houden en reisbeperkingen) kwamen veel infectieziekten die van mens op mens overdraagbaar zijn en waarvoor antibiotica voorgeschreven kunnen worden in 2020 minder vaak voor. Ook gingen mensen minder vaak naar de huisarts ( OECD 2022 OECD, Antimicrobial Resistance in the EU/EEA: A One Health Response. (2022) ). 


    Antibioticagebruik bij dieren in Nederland gemiddeld

    Het antibioticagebruik in de veehouderij is in Nederland gemiddeld vergeleken met andere  EU Europese unie (Europese unie)-landen ( ECDC, EFSA, EMA 2021 ECDC, EFSA, EMA, Third joint inter-agency report on integrated analysis of consumption of antimicrobial agents and occurrence of antimicrobial resistance in bacteria from humans and food-producing animals in the EU/EEA, JIACRA III. 2016–2018, Stockholm, Parma, Amsterdam (2021) ). In 2010 hoorde het antibioticagebruik in de Nederlandse veehouderij nog tot de hoogste van Europa ( Grave et al. 2010 Grave, K, Torren-Edo, J, Mackay, D, Comparison of the sales of veterinary antibacterial agents between 10 European countries. (2010) ). Na 2007 is in Nederland het antibioticagebruik in de veehouderij fors gedaald ( MARAN 2021 MARAN, MARAN 2021. Monitoring of Antimicrobial Resistance and Antibiotic Usage in Animals in the Netherlands in 2020, Bilthoven (2021) ). Zie ook: Oorzaken: trend antibioticagebruik in de veehouderij

    • S.C. de Greeff (RIVM)
    • M. Harbers, red. (RIVM)