Preventie gericht op minder astma en minder klachten

Preventie van astma is gericht op het verminderen van het aantal personen met astma en op het verminderen van de klachten van personen met astma. Astma heeft een erfelijke en een omgevingscomponent. Preventie richt zich op het gunstig beïnvloeden van de omgevings- en leefstijlfactoren.

Preventie van astma(klachten) vooral via rookontmoedigingsbeleid

Met het rookontmoedigingsbeleid beoogt VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het aantal mensen met astma(klachten) te verminderen ( "VWS" 2006 "VWS", VWS dossier Roken, Den Haag (2006) ). Roken is de belangrijkste oorzaak van binnenluchtverontreiniging, een belangrijke risicofactor voor astma(klachten). Astmapatiënten moeten rook zoveel mogelijk vermijden en zeker niet zelf roken.

Meer informatie

Initiatieven voor verbetering luchtkwaliteit

Een goede luchtkwaliteit is van groot belang voor de gezondheid. De kwaliteit van lucht moet aan allerlei (Europese) normen voldoen. Deze kwaliteitsnormen zijn in de Wet milieubeheer vastgelegd. Om de luchtkwaliteit te verbeteren is in 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) opgesteld. Hierin werken vele partijen samen aan landelijke en lokale beheersmaatregelen. Het betreft zowel fysieke maatregelen als bestuurlijke afspraken. Daarnaast is het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit in het leven geroepen. Dit programma richt zich op innovatieve oplossingen voor de verbetering van de luchtkwaliteit langs het rijkswegennet.

Meer informatie

Nationaal Actieprogramma voor betere preventie en zorg longpatiënten

Sinds januari 2014 loopt het Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten (NACL Nationaal Actieprogramma Chronische Longziekten). Dit Actieprogramma moet zorgen voor betere preventie en zorg voor longpatiënten, meer doelmatigheid en meer arbeidsparticipatie van longpatiënten zodat de longzorg betaalbaar blijft. Het NACL heeft een looptijd van vijf jaar. Doelstellingen van het NACL zijn:

  1. 25% minder ziekenhuisopnamedagen astma en COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten);
  2. 15% vermindering verloren werkdagen door astma en COPD;
  3. 20% meer rendement van inhalatiemedicatie;
  4. 25% minder kinderen die beginnen met roken;
  5. 10% minder doden door astma en COPD.

Coördinatie van het NACL is in handen van de Longalliantie Nederland (LAN).

Meer informatie


Preventie beroepsastma door vermindering blootstelling allergenen op het werk

Door blootstelling aan allergenen op het werk kan beroepsastma ontstaan en kan bestaande astma verergeren (zie ook: beroepsziekten). Bij preventie van beroepsastma gaat het erom de blootstelling aan allergenen op het werk te verminderen. Dit kan door:

  • het treffen van bronmaatregelen (door bijvoorbeeld afzuigen, filteren, ventileren en schoonmaken),
  • organisatorische maatregelen (werk- of functieaanpassing),
  • technische maatregelen en door middel van persoonlijke bescherming, zoals het dragen van beschermende kleding en een mondkapje.

Bij al gesensibiliseerde werknemers bestaat preventie van klachten vaak uit verandering van werk en werkplek. Om tijdig en juiste maatregelen te kunnen treffen is vroege opsporing van beroepsastma van groot belang. Instrumenten hiervoor zijn het Preventief Medisch Onderzoek en het arbeidsgezondheidskundig spreekuur.


Niet roken verkleint de kans op astma

Ter preventie van het ontstaan van astma is alleen voldoende onderbouwing voor een krachtig rookontmoedigingsbeleid ( Gezondheidsraad 2007 Gezondheidsraad, Astma, allergie en omgevingsfactoren, Den Haag (2007) ). Ouders die willen voorkomen dat hun kind astma of een allergie krijgt, doen er verstandig aan om tijdens en na de zwangerschap niet te roken.

Advies stoppen met roken vaak genegeerd

Lang niet altijd volgen (ouders van) astmapatiënten het advies van hun huisarts of specialist op om te stoppen met roken. Uit het PREVASK-onderzoek (PREVentie van Astma bij Kinderen) bleek dat het advies aan ouders om te stoppen met roken veel minder vaak werd opgevolgd dan het inrichten van een allergeenarm huis ( Maas et al. 2011 Maas, T, Dompeling, E, Muris, JW. M., Wesseling, G, Knottnerus, E., van Schayck, C. P., Prevention of asthma in genetically susceptible children: A multifaceted intervention trial focussed on feasibility in general practice (2011) ). Uit ander onderzoek blijkt dat Nederlandse jongeren met astma net zo vaak roken als leeftijdsgenoten zonder astma en dat ouders van kinderen met astma geen strengere regels voor het rookgedrag van hun kinderen hanteren dan ouders van gezonde kinderen ( Otten 2007 Otten, R., Waiting to inhale, Psychosocial Factors of Smoking in Adolescents with and without Asthma, Nijmegen (2007) ).

Reductie blootstelling allergenen biedt enige bescherming

Op basis van interventiestudies blijkt dat reductie van blootstelling aan huisstofmijt- en huisdierenallergenen voor en na de geboorte enig beschermend effect heeft op het ontstaan van astma bij kinderen met een aanleg voor een allergie ( Gezondheidsraad 2007 Gezondheidsraad, Astma, allergie en omgevingsfactoren, Den Haag (2007) ). Dit effect is het sterkst bij een verminderde blootstelling in het eerste levensjaar. Er is echter geen sprake van eenduidige onderzoeksresultaten.

Terugdringen luchtvervuiling vermindert luchtwegaandoeningen

Er zijn veel aanwijzingen dat luchtverontreiniging buitenshuis en binnenshuis een nadelige invloed heeft op het beloop van luchtwegaandoeningen. Volgens de Gezondheidsraad zijn zinvolle preventiemaatregelen door de overheid bijvoorbeeld het terugdringen van de verkeersuitstoot en het op voldoende afstand van drukke wegen bouwen van gevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen ( Gezondheidsraad 2007 Gezondheidsraad, Astma, allergie en omgevingsfactoren, Den Haag (2007) ).

Allergeendichte matrashoes niet effectief in verminderen klachten

Het gebruik van allergeendichte matras- en beddengoedhoezen of speciale luchtfilters verlaagt de blootstelling in de dagelijkse praktijk onvoldoende om astmaklachten meetbaar te verminderen ( Gezondheidsraad 2007 Gezondheidsraad, Astma, allergie en omgevingsfactoren, Den Haag (2007) ). Uit het Nederlandse PIAMA-onderzoek blijkt dat allergeendichte matrashoezen de eerste paar jaar een beperkt gunstig effect hebben op de hoeveelheid stof en allergenen in de matrassen. Evaluatie van het effect van de matrashoezen over de periode vanaf de geboorte tot acht jaar laat zien dat er slechts tijdelijk een geringe vermindering was van astmasymptomen en geen vermindering van allergie (allergie-gerelateerde klachten en gemeten specifiek IgE) ten opzichte van de controlegroep ( Gehring et al. 2012 Gehring, U., Kerkhof, M., Oldenwening, M, van Strien, R. T., Wijga, A. H., Willers, S.M., Wolse, A, Gerritsen, J., Smit, H. A., Brunekreef, B., Postma, D, de Jongste, JC., The 8-year follow-up of the PIAMA intervention study assessing the effect of mite-impermeable mattress covers (2012) ).

Interventies gericht op één omgevingsfactor beperkt effectief in verminderen astmaklachten

De Gezondheidsraad concludeert dat interventies bij astmapatiënten gericht op één specifieke omgevingsfactor slechts beperkt klinisch effectief zijn ( Gezondheidsraad 2007 Gezondheidsraad, Astma, allergie en omgevingsfactoren, Den Haag (2007) ). De Gezondheidsraad is echter overtuigd van de in principe positieve invloed van verdergaande omgevingsinterventies. Een multifactorieel bepaalde aandoening als astma (verschillende factoren spelen een rol bij het ontstaan en verloop ervan) is waarschijnlijk alleen via een gecombineerde aanpak te beperken.

Gecombineerde aanpak vermindert allergeenblootstelling, maar niet de ontwikkeling van astma

Het PREVASK-onderzoek (PREVentie van AStma bij Kinderen) evalueerde een pakket maatregelen gericht op het verminderen van astmaklachten. Deze maatregelen bestonden uit het terugdringen van blootstelling aan huisstofmijt door gladde vloerbedekking en allergeendichte matrashoezen, het terugdringen van blootstelling aan huisdierallergenen, het stimuleren van borstvoeding gedurende zes maanden en niet-roken tijdens de zwangerschap. De interventie resulteerde in een vermindering van de blootstelling aan allergenen van huisstofmijt, kat en hond, maar kinderen in de interventiegroep hadden op de leeftijd van zes jaar niet minder astma dan kinderen in de controlegroep ( Maas et al. 2011 Maas, T, Dompeling, E, Muris, JW. M., Wesseling, G, Knottnerus, E., van Schayck, C. P., Prevention of asthma in genetically susceptible children: A multifaceted intervention trial focussed on feasibility in general practice (2011) ).

  • M.C.M. Busch (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)