Illustratie

Huisartsenregistratie van beroerte

Voor bepaling van de  prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. (Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) en aantal nieuwe gevallen van beroerte in de huisartsenpraktijk (huidige situatie en trends) zijn de gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistratie eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar met beroerte ( jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar. (Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Gebruikte  ICPC International Classification of Primary Care (International Classification of Primary Care)-codes: voor beroerte ICPC-code K90 en voor  TIA Transient Ischemic Attack (Transiënte Ischemische Aanval). Een tijdelijke vermindering van de doorbloeding van een meestal klein gebied in de hersenen. De klinische verschijnselen zijn binnen 24 uur volledig verdwenen. (Transient Ischemic Attack (Transiënte Ischemische Aanval). Een tijdelijke vermindering van de doorbloeding van een meestal klein gebied in de hersenen. De klinische verschijnselen zijn binnen 24 uur volledig verdwenen.) K89.

Kenmerken van beroerte in de huisartsenpraktijk

Beroerte (exclusief TIA) is een chronische aandoening. Veel patiënten liggen in het acute stadium lang in het ziekenhuis. Een huisarts herkent een beroerte in de regel goed en kan deze snel diagnosticeren. Als de huisarts ten onrechte de diagnose stelt, wordt na verloop van tijd wel duidelijk dat er geen sprake was van een beroerte. De registraties stellen de geregistreerde diagnose dan bij.

Enige tijd na een beroerte zal de situatie mogelijk stabiel worden. Er is dan niet altijd meer contact met de huisarts vanwege de beroerte. Wel krijgen veel patiënten die een herseninfarct hebben gehad, regelmatig een (herhaal)recept voor bepaalde medicijnen, zoals plaatjesaggregatieremmers. Patiënten die langdurig belangrijke activiteiten niet meer kunnen verrichten, worden uiteindelijk opgenomen in een verpleeghuis.


Tabel: Bronnen bij de cijfers over beroerte

Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
Nivel Zorgregistraties eerste lijn

Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

Nederlandse bevolking NZR
CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Doodsoorzakenstatistiek

Aantal sterfgevallen

Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
Landelijke Medische Registratie (LMR)

Klinische opnamedagen,  klinische opnamen Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd. (Een klinische opname betreft een verblijf op een voor verpleging ingerichte afdeling, waarvoor één of meer verpleegdagen worden geregistreerd. ), gemiddelde opnameduur, dagbehandelingen
met beroerte als hoofdontslagdiagnose

Nederlandse bevolking LMR
Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor beroerte Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat

Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek ( CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek)) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS: