Beweeggedrag internationaal 2017

Sla de grafiek Beweeggedrag internationaal 2017 over en ga naar de datatabel

Bron:  Europese Commissie 2017 Europese Commissie, Sport and physical activity. Special Eurobarometer 472 – Wave EB88.4 – TNS opinion & social, Brussel (2017)

  • Regelmatig: minimaal 5 keer per week
  • Met enige regelmaat: 1 tot 4 keer per week
  • Zelden: 3 keer per maand of minder

Nederlanders sporten vaker dan gemiddeld in de EU

Van de EU Europese unie (Europese unie)-burgers beweegt en sport 40% minimaal één keer per week. Nederland zit hier met 57% ruim boven, net als andere noordelijke landen als Finland (69%), Zweden (67%) en Denemarken (63%). Een groot deel van de Europeanen (60%) is niet of nauwelijks actief. Voor Nederland is dit 43%. De Zuid-Europeanen bewegen en sporten het minst. Van de Bulgaren, Grieken en Portugezen beweegt of sport 68% nooit, van de Roemenen is dat 63% en van de Italianen 62% tegenover 46% gemiddeld in Europa ( Europese Commissie 2017 Europese Commissie, Sport and physical activity. Special Eurobarometer 472 – Wave EB88.4 – TNS opinion & social, Brussel (2017) ). 
Nederlanders scoren het hoogst als het gaat om bewegen naast sportactiviteiten. Voorbeelden van dergelijke activiteiten zijn: fietsen, dansen en in de tuin werken. Gemiddeld besteedt 44% van de EU-burgers daar ten minste één keer per week tijd aan. Voor Nederland is dit percentage 80%. Aan de andere kant doet 35% van de Europeanen en 7% van de Nederlanders nooit aan dit soort activiteiten ( Europese Commissie 2017 Europese Commissie, Sport and physical activity. Special Eurobarometer 472 – Wave EB88.4 – TNS opinion & social, Brussel (2017) ). 

Nederlanders vaker lid van sportclub dan EU-buurman

Nederlanders (53%), Zweden (59%) en Denen (ook 53%) zijn relatief vaak lid van een club op het gebied van sport of recreatieve lichamelijke activiteit zoals sportclubs of fitnesscentra. Gemiddeld is 30% van de EU-burgers lid van zo'n club. Daarbij zijn Nederlanders het vaakst lid van een sportclub (27%) gevolgd door Denen en Duitsers (beide 23%). Zweden (41%) zijn het vaakst lid van een gezondheids- of fitnesscentrum. Daarna volgen de Denen met 24% en de Nederlanders met 22% ( Europese Commissie 2017 Europese Commissie, Sport and physical activity. Special Eurobarometer 472 – Wave EB88.4 – TNS opinion & social, Brussel (2017) ).


Percentage dat minimaal één uur per dag beweegt of sport 2018

Sla de grafiek Percentage dat minimaal één uur per dag beweegt of sport 2018 over en ga naar de datatabel

Bron: Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC) Study

  • Volgorde op basis van totaal (jongens en meisjes samen)
  • Figuur presenteert  EU Europese unie (Europese unie)-landen, Noorwegen en Zwitserland
  • HBSC Health Behaviour in School-aged Children (Health Behaviour in School-aged Children)-gemiddelde: het gemiddelde van alle landen die deelnemen aan de HBSC-studie

Nederlandse 15-jarigen bewegen meer dan in andere Europese landen

Nederlandse jongeren van 15 jaar bewegen meer dan veel andere jongeren in Europa. Dit blijkt uit de internationale Health Behaviour in School-Aged Children study (HBSC-studie). In Bulgarije en Slowakije bewegen 15-jarigen ook relatief veel. In Italië en Frankrijk beweegt slechts 4% van de 15-jarige meisjes minimaal een uur ( Inchley et al. 2020 Inchley, J., Currie, D., Budisavljevic, S., Torsheim, T., Jåstad, A., Cosma, A., Kelly, C., Arnarsson, MA., Samdal, O., Spotlight on adolescent health and well-being. Findings from the 2017/2018 Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey in Europe and Canada, Copenhagen (2020) ).

Nederlandse jongeren van 11 en 13 jaar bewegen minder dan gemiddeld

Het percentage 15-jarigen dat minimaal een uur (intensief) beweegt is hoger dan het HBSC Health Behaviour in School-aged Children (Health Behaviour in School-aged Children)-gemiddelde, maar 11- en 13-jarigen in Nederland scoren juist lager dan gemiddeld (zie tabel). Voor alle onderzochte landen en in alle leeftijdsgroepen geldt dat meer jongens dan meisjes lichamelijk actief zijn. Bij de 11- en 13-jarigen in Frankrijk en Italië ligt dit percentage onder de 10% ( Inchley et al. 2020 Inchley, J., Currie, D., Budisavljevic, S., Torsheim, T., Jåstad, A., Cosma, A., Kelly, C., Arnarsson, MA., Samdal, O., Spotlight on adolescent health and well-being. Findings from the 2017/2018 Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey in Europe and Canada, Copenhagen (2020) ).

Tabel: Percentage jongeren van 11, 13 en 15 jaar dat minimaal één uur per dag (intensief) beweegt

 

Nederland HBSC-gemiddelde
  Jongens Meisjes Jongens Meisjes
11 jaar 23 17 27 21
13 jaar 19 13 23 15
15 jaar 21 14 19 11

Nederlanders zijn ook kampioen langdurig zitten

Gemiddeld zit 12% van de  EU Europese unie (Europese unie)-burgers langer dan acht en een half uur op een gemiddelde dag. Nederlanders zitten daar ver boven met 32%, op ruime afstand gevolgd door de Denen met 23%. Het is opvallend dat in de landen waar men lang zit, men ook vaker op regelmatige basis beweegt of sport. Dit is te zien in Nederland, Denemarken en Zweden ( Europese Commissie 2017 Europese Commissie, Sport and physical activity. Special Eurobarometer 472 – Wave EB88.4 – TNS opinion & social, Brussel (2017) ).


Internationale vergelijking van zitgedrag jongeren

Nederlandse kinderen zitten relatief vaak voor tv of computer

Nederlandse kinderen kijken relatief veel tv: 61% van de 11-jarigen, 71% van de 13-jarigen en 74% van de 15-jarigen kijkt minstens twee uur per dag televisie. Gemiddeld liggen deze percentages lager in&nbspHealth Behaviour in School-Aged Children-landen: 50%, 62% en 63% ( Inchley et al. 2020 Inchley, J., Currie, D., Budisavljevic, S., Torsheim, T., Jåstad, A., Cosma, A., Kelly, C., Arnarsson, MA., Samdal, O., Spotlight on adolescent health and well-being. Findings from the 2017/2018 Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey in Europe and Canada, Copenhagen (2020) ). Jongeren zijn het afgelopen decennium minder tv gaan kijken, maar deze afname is meer dan gecompenseerd met de tijd die met andere schermen (zoals smartphone, tablet of computers) wordt doorgebracht. Ook op de vraag hoe vaak jongeren computeren en/of computerspelletjes spelen scoren Nederlandse jongeren hoog. Over het algemeen geldt dat voor het spelen van computerspellen de percentages hoger liggen onder jongens dan onder meisjes. Meisjes gebruiken de computer vaker voor email, internet of huiswerk ( Inchley et al. 2020 Inchley, J., Currie, D., Budisavljevic, S., Torsheim, T., Jåstad, A., Cosma, A., Kelly, C., Arnarsson, MA., Samdal, O., Spotlight on adolescent health and well-being. Findings from the 2017/2018 Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) survey in Europe and Canada, Copenhagen (2020) ).


  • E.A. van der Wilk (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)