Lichamelijke activiteit goed voor lichaam en geest

Bewegen is belangrijk voor een goede fysieke en mentale (ervaren) gezondheid. Dit geldt in principe voor jong en oud en voor mensen met en zonder chronische ziekte of beperking. Bewegen is daarnaast van groot belang in het terugdringen van  overgewicht Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2 (Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2) en valletsel. Om mensen te informeren over hoeveel bewegen ‘verstandig’ is vanuit gezondheidsperspectief, zijn richtlijnen ontwikkeld door de Gezondheidsraad.

Integrale aanpak nodig voor bevorderen bewegen 

Het effectief bevorderen van bewegen vraagt om een integrale aanpak die zich richt op de verschillende factoren (ook wel ‘pijlers’ genoemd) die van invloed zijn op beweeggedrag: fysieke en sociale omgeving; voorlichting en educatie; signalering, advies en ondersteuning en regelgeving en handhaving.

Beweegvriendelijke omgeving stimuleert lichamelijke activiteit

Een beweegvriendelijke omgeving is een leefomgeving die mensen uitdaagt om te bewegen. Denk hierbij aan de aanwezigheid van sport-, spel- en recreatieve voorzieningen op loop- en fietsafstand, de aanwezigheid van groen of water, een goede voetgangersinfrastructuur, veilige fietspaden en een aantrekkelijke en veilige buurt. Voorbeelden van initiatieven ter bevordering van een beweegvriendelijke omgeving zijn het programma Sport en Bewegen in de buurt met de inzet van Buurtsportcoaches en de programma’s Gezonde School en Gezonde Kinderopvang. Bewegen is een van de onderwerpen waar scholen en kinderopvangorganisaties zich extra op in kunnen zetten.

Voorlichting en educatie over belang van bewegen en beweegaanbod

Om bewegen te bevorderen is het relevant om burgers en/of specifieke doelgroepen (zoals kinderen, ouderen, patiënten of mensen met een beperking) te informeren over het belang voor gezondheid en over het aanbod aan sport- en beweeginterventies. Naast kennisorganisaties op het gebied van bewegen zoals het Mulier Instituut en Kenniscentrum Sport, spelen veel andere actoren een rol bij de voorlichting en educatie van beweeggedrag, zoals scholen, kinderopvang, ouders, zorgprofessionals, gemeenten en de rijksoverheid.

Zorgprofessionals signaleren en adviseren rondom inactiviteit

De Jeugdgezondheidszorg ( JGZ Jeugdgezondheidszorg (Jeugdgezondheidszorg)) monitort, signaleert, motiveert en verwijst eventueel door bij problemen in het beweeggedrag en motoriek van 0- tot 19-jarigen. De JGZ kan kinderen die onvoldoende of motorisch niet goed bewegen, adviseren op een sportclub te gaan of doorverwijzen naar huisarts, kinderarts, fysiotherapie of beweegadvies op maat door een leerkracht lichamelijke opvoeding. De huisarts, (praktijk)verpleegkundige, leefstijladviseur of fysio-/oefentherapeut kan inactiviteit en/of valrisico signaleren, beweegadvies geven of doorverwijzen naar een beweeg- of valpreventie-interventie.

Beperkte inzet wet- en regelgeving bij bevorderen sport en bewegen

Bij het bevorderen van (veilig) sporten en bewegen is de inzet van wet- en regelgeving beperkt. Voor het bewegingsonderwijs op basis- en middelbare scholen en in het middelbaar beroepsonderwijs gelden wettelijke kerndoelen en eindtermen (bijvoorbeeld over bewegings- en spelvormen en bevoegdheid leerkracht). Hierbinnen zijn scholen vrij het bewegingsonderwijs op eigen wijze vorm te geven. Het (minimum)aantal lesuren bewegingsonderwijs is alleen in het voortgezet onderwijs wettelijk vastgelegd. Gemeenten moeten er als beheerder van speeltoestellen op toezien dat deze veilig geïnstalleerd en goed onderhouden zijn. Voor speeltoestellen geldt sinds 1997 het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS). 
Ook is bij wet geregeld dat per 1 januari 2019 de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) aangeboden wordt vanuit het basispakket. Gezond bewegen maakt onderdeel uit van deze interventie. 


  • M.C.M. Busch ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))