Terugdringen overgewicht speerpunt preventiebeleid VWS

Overgewicht is sinds 2003 één van de speerpunten van het preventiebeleid van het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Het terugdringen van overgewicht Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2 is één van de doelen van het Nationaal Preventieakkoord. De ambitie van het akkoord is om overgewicht terug te dringen tot het niveau van 1995: 9,1% voor 4-20 jarigen en 38% voor 20 jaar en ouder. Verschillende partijen zetten zich in om de omgeving gezonder te maken en om kinderen thuis, op school, op de opvang in de wijk en op de sportvereniging meer te laten bewegen. Om gezond eten te stimuleren, komt er onder andere een campagne over de Schijf van Vijf en een nieuw, breed gedragen voedselkeuzelogo. Om het drinken van water te stimuleren komen er meer watertappunten op publieke plekken.

Preventie overgewicht via combinatie van interventiemethoden

Preventie van overgewicht richt zich op het voorkómen van overgewicht, het bevorderen van een normaal gewicht bij mensen die te zwaar zijn en het op gewicht blijven voor mensen die zijn afgevallen. Effectieve preventie van overgewicht vraagt om een integrale aanpak. Dit is een aanpak die bestaat uit een combinatie van interventies gericht op de omgeving, regelgeving en handhaving, voorlichting en educatie, en signalering, advies en ondersteuning vanuit de zorg (zie: Loketgezondleven.nl: Een integrale aanpak van overgewicht.

Bevorderen van gezonde leefomgeving 

Voor preventie van overgewicht is een leefomgeving die uitnodigt tot gezond gedrag van groot belang. Zo kan de fysieke omgeving bevorderen dat mensen gezond eten en/of voldoende bewegen. Voorbeelden daarvan zijn een gezond voedingsaanbod in school- en bedrijfskantines, het ‘beweegvriendelijker’ maken van de omgeving en sportvoorzieningen op kleine afstand van woonwijken. Ook de sociale omgeving speelt een belangrijke rol in voedings- en beweeggedrag van mensen. Ouders van (jonge) kinderen, maar ook het sociale netwerk hebben invloed op wat, wanneer en hoe er wordt gegeten en bewogen, zowel in positieve als negatieve zin.

Inzet wetgeving beperkt

De Rijksoverheid stelt zich terughoudend op om wet- en regelgeving in te zetten in de strijd tegen overgewicht. Om kinderen te vrijwaren van een reclameaanbod voor voedingsmiddelen die niet passen in een gezond voedingspatroon is gekozen voor zelfregulering in plaats van een wettelijk verbod. Wettelijke beperkingen en prijsverhogingen voor vet en calorieën worden niet ingezet. Ook kiest de Rijksoverheid niet voor het instellen van een suikertaks. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) pleit voor het belasten van suikerhoudende dranken aangezien een frisdranktaks – onder de juiste omstandigheden – kan bijdragen aan het verminderen van obesitas Er is sprake van obesitas of ernstig overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 30 kg/m2., diabetes type II en tandbederf ( WHO 2017 WHO, Taxes on sugary drinks: Why do it? (2017) ). Steeds meer landen, zoals Portugal en Noorwegen, voerden een vorm van belasting op suiker in. Het gaat hier bijna altijd om een frisdranktaks ( Tamir et al. 2018 Tamir, O, Cohen-Yogev, T, Furman-Assaf, S, Endevelt, R, Taxation of sugar sweetened beverages and unhealthy foods: a qualitative study of key opinion leaders' views. (2018) Hagenaars et al. 2017 Hagenaars, LLouis, Jeurissen, PP. P. T., Klazinga, NSieds, The taxation of unhealthy energy-dense foods (EDFs) and sugar-sweetened beverages (SSBs): An overview of patterns observed in the policy content and policy context of 13 case studies. (2017) ). De Nederlandse overheid kiest ook hier voor zelfregulering. Zo is in het Nationaal Preventieakkoord afgesproken dat producenten suiker in frisdrank stapsgewijs verminderen naar 30% minder verkochte calorieën in 2025 (zie: Loketgezondleven.nl: Landelijke kaders overgewicht.

Op lokaal niveau wordt wel regelgeving ingezet

Op lokaal niveau is er de laatste jaren een voorzichtige ontwikkeling om regelgeving in te zetten. Dit ligt op het vlak van vergunningverstrekking. Een voorbeeld is een restrictief vestigingsbeleid van (mobiele) snackbars en fastfoodrestaurants. Gemeenten kiezen er bijvoorbeeld voor geen vergunning te verstrekken voor vestiging in de omgeving van scholen, of een maximum te stellen aan het aantal fastfoodbedrijven in een bepaald gebied (zie: Loketgezondleven.nl: Landelijke kaders overgewicht.

Voorlichting gezond gewicht via campagnes, projecten en programma’s

Via campagnes, projecten en (les)programma’s worden het algemeen publiek en specifieke doelgroepen, zoals ouders van (jonge) kinderen, scholieren en werknemers, voorgelicht over het belang van een gezond overgewicht. Er is een groot en divers aanbod aan leefstijlinterventies gericht op het terugdringen van overgewicht. Voor een overzicht zie Loketgezondleven.nl: Interventieoverzicht Overgewicht.

Signalering, advies en ondersteuning door professionals

Professionals spelen een rol bij signalering, advies en ondersteuning rond (dreigend) overgewicht. Signaleren van (dreigend) overgewicht gebeurt bijvoorbeeld door de huisarts en professionals in de jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, school of welzijn. Advies en ondersteuning bij het voorkómen en terugdringen van overgewicht worden onder andere geboden door professionals van GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst -en, de eerstelijnszorg en welzijnsinstellingen. Ook kunnen zij mensen met overgewicht doorverwijzen naar een leefstijlinterventie gericht op het verminderen van hun overgewicht. Sinds 1 januari 2019 kunnen patiënten met een (matig) verhoogd gewicht-gerelateerd gezondheidsrisico worden doorverwezen naar een zogenaamde gecombineerde leefstijlinterventie (GLI). Deze interventie bestaat uit drie componenten: advisering over en begeleiding bij dieet, beweging en gedragsverandering. De GLI wordt vergoed vanuit de basisverzekering (zie Loketgezondleven.nl: Gecombineerde Leefstijlinterventie.

Meer informatie

  • M.C.M. Busch (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • E.A. van der Wilk, red. (RIVM)