Naar schatting 777.400 mensen met coronaire hartziekten

In 2020 waren er naar schatting 777.400 mensen met een coronaire hartziekte: 483.000 mannen en 294.400 vrouwen (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.). Dat zijn 55,7 per 1.000 mannen en 33,5 per 1.000 vrouwen. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts voor ten minste één vorm van coronaire hartziekten. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts voor coronaire hartziekten. Mensen met meerdere vormen van coronaire hartziekten tellen dus maar één keer mee in het totaal.

Huisartsencijfers lager dan zelfgerapporteerde cijfers

In de CBS-Gezondheidsenquête gaf 3,1% van de ondervraagden (12 jaar en ouder) in 2020 aan ooit een acuut hartinfarct te hebben gehad: 4,3% van de mannen en 1,9% van de vrouwen. Het percentage mensen dat zelf aangeeft ooit een acuut hartinfarct te hebben gehad, is hoger dan de (jaar)prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. op basis van registratie door de huisarts.

68.400 nieuwe patiënten met acuut myocardinfarct in 2020

In 2020 kwamen er 68.400 nieuwe patiënten met een acuut myocardinfarct bij: 47.500 mannen en 20.900 vrouwen. Het aantal nieuwe gevallen van angina pectoris is 26.300 en het aantal nieuwe gevallen van andere/chronische ischemische hartziekte is 10.000. Deze schattingen zijn gebaseerd op de Nivel Zorgregistraties eerste lijn

Tabel: Coronaire hartziekten naar type 2020

 

Nieuwe gevallen

Jaarprevalentie

 

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Per 1.000 personen

Angina pectoris (K74)

1,6

1,4

27,1

21,5

Acuut myocardinfarct (AMI Acuut myocard infarct; K75)

5,5

2,4

20,9

8,4

Andere/chronische ischemische hartziekte (K76)

0,7

0,4

16,2

7,5

Absolute aantallen         

Angina pectoris (K74)

14.200

12.100

234.600

188.400

Acuut myocardinfarct (AMI; K75)

47.500

20.900

181.500

73.400

Andere/chronische ischemische hartziekte (K76)

6.200

3.800

140.700

65.500

Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).


    Prevalentie coronaire hartziekten in huisartsenpraktijk naar leeftijd en geslacht

    Sla de grafiek Jaarprevalentie coronaire hartziekten 2020 over en ga naar de datatabel
    • ICPC International Classification of Primary Care-codes K74, K75 en K76

    Coronaire hartziekten vaker bij mannen en bij ouderen

    In 2020 waren er naar schatting 777.400 mensen met coronaire hartziekten (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.). In alle leeftijdsklassen zijn er relatief meer mannen dan vrouwen met coronaire hartziekten. Voor zowel mannen als vrouwen stijgt de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. met de leeftijd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2020 bekend waren bij de huisarts voor coronaire hartziekten. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2020 contact te hebben gehad met de huisarts voor coronaire hartziekten.

    Mogelijk lagere aantallen in 2020 door COVID-19-uitbraak

    Bij vergelijking van het COVID-19-jaar 2020 en het jaar 2019 valt op dat het aantal nieuw geregistreerde gevallen en/of de prevalentie van een groot aantal klachten en aandoeningen is afgenomen. Het is niet te achterhalen of deze klachten en aandoeningen daadwerkelijk minder voorkwamen in 2020 of dat de huisartsenpraktijk minder voor deze klachten werd bezocht ( Nielen et al. 2021 Nielen, M., Weesie, Davids, Winckers, Korteweg, Urbanus, de Leeuw, van Dijk, Korevaar, J., Hasselaar, Hek, Zorg door de huisarts. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn: jaarcijfers 2020 en trendcijfers 2016-2020, Utrecht (2021) ).


    Trend prevalentie coronaire hartziekten in huisartsenpraktijk

    Sla de grafiek Jaarprevalentie coronaire hartziekten 2011-2020 over en ga naar de datatabel

    Lichte daling prevalentie coronaire hartziekten na 2017

    In de periode 2011-2017 was het aantal mensen met coronaire hartziekten dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) vrijwel constant, voor zowel mannen als vrouwen. Vanaf 2017 is er een lichte daling te zien. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
    Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met coronaire hartziekten dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 410.500 in 2011 naar 483.000 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 264.500 in 2011 naar 294.400 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

    Onduidelijke trend in periode 1991-2014

    De trend in de gestandaardiseerde jaarprevalentie van coronaire hartziekten verschilt tussen twee huisartsenregistraties (FaMe-net en RNH-Limburg) waarop de jaarprevalentie in deze periode is gebaseerd (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen coronaire hartziekten 1991-2014 (PDF;113 KB)).


    Trend voorkomen acuut myocardinfarct in huisartenpraktijk

    Sla de grafiek Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen acuut myocardinfarct 2011-2020 over en ga naar de datatabel
    • ICPC International Classification of Primary Care-code K75
    • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
    • Geïndexeerd (2011 is 100)
    • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

    Aantal nieuwe diagnoses acuut myocardinfarct licht afgenomen

    Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van acuut myocardinfarct was in de periode 2011-2019 nagenoeg constant, en is in 2020 voor zowel mannen als vrouwen afgenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
    Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van acuut myocardinfarct is licht toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 45.000 in 2011 naar 47.500 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 19.800 in 2011 naar 20.900 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave(.

    Prevalentie acuut myocardinfarct toegenomen

    In de periode 2011-2017 is het aantal mensen met acuut myocardinfarct dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) toegenomen. Voor mannen was de toename (15%) minder groot dan voor vrouwen (25%). Vanaf 2017 is de jaarprevalentie niet verder toegenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
    Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met acuut myocardinfarct dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 130.500 in 2011 naar 181.500 in 2020. Voor vrouwen is het aantal toegenomen van 50.600 in 2011 naar 73.400 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).


    Trend voorkomen angina pectoris in huisartsenpraktijk

    Sla de grafiek Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen angina pectoris 2011-2020 over en ga naar de datatabel
    • ICPC International Classification of Primary Care-code K74
    • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
    • Geïndexeerd (2011 is 100)
    • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

    Aantal nieuwe diagnoses angina pectoris sterk afgenomen

    Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van angina pectoris is in de periode 2011-2020 met 56% afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
    Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van angina pectoris is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 26.600 in 2011 naar 14.200 in 2020. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 23.600 in 2011 naar 12.100 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

    Prevalentie angina pectoris ook afgenomen

    In de periode 2011-2020 is het aantal mensen met angina pectoris dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.)  gedaald, voor zowel mannen (18%) als vrouwen (14%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
    Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met angina pectoris dat bekend was bij de huisarts is daarentegen toegenomen. Voor mannen nam het aantal toe van 225.700 in 2011 naar 234.600 in 2020. Voor vrouwen nam het aantal toe van 187.100 in 2011 naar 188.400 in 2020 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave). Dat de gestandaardiseerde prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief. afnam en het ongecorrigeerde aantal mensen met angina pectoris in dezelfde periode toenam, is het gevolg van vergrijzing van de bevolking.


    Door veranderingen in risicofactoren verandert incidentie

    Door veranderingen in het voorkomen van de risicofactoren van coronaire hartziekten verandert de incidentie Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief. (en daarmee de sterfte en de prevalentie Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie), ooit in het leven (lifetime prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.) van coronaire hartziekten. Ook kan de ernst van de ziekte bij optreden hierdoor afnemen. Een aantal trends in de determinanten (risicofactoren) van coronaire hartziekten is ongunstig en een aantal is gunstig. Indien er daadwerkelijk een daling in de incidentie is opgetreden, betekent dit dat de positieve trends in risicofactoren meer invloed hebben op de trends in coronaire hartziekten dan de negatieve trends in risicofactoren.

    (On)gunstige trends van risicofactoren

    Gunstige en ongunstige ontwikkelingen in het (recente) verleden die mogelijk doorwerken in de huidige en toekomstige cijfers zijn:

    • Daling van het percentage personen met een te hoog totaal cholesterolgehalte, met name als gevolg van een sterke toename van het gebruik van cholesterolverlagende medicatie.
    • Daling van het percentage rokers in de tachtiger jaren (en een stabilisatie in de jaren negentig).
    • Daling van de inname van transvetzuren sinds het begin van de jaren negentig (na aanpassingen door de voedingsmiddelenindustrie).
    • Toename van het aantal mensen met overgewicht.
    • Toename van het aantal mensen met diabetes mellitus.
    • Daling in de consumptie van groente, fruit en vezels (zie: trends in voeding).

    Stijging overleving door verbeterde behandelingen

    De toegenomen mogelijkheden in medische behandeling en de verbeterde toepassing van de beschikbare behandelingsmethoden hebben bijgedragen aan de daling in de sterfte aan coronaire hartziekten. Een verbeterde overleving heeft ook effect op de incidentie van een hernieuwd (recidief) hartinfarct. Het gaat hierbij om de volgende factoren:

    • Vroege opsporing van personen met een groot hartinfarct (hartinfarct met ST-elevatie Toestand na een acuut coronair incident waarbij een bepaald segment (ST-segment) van de grafische weergave van de electrische activiteit van het hart (het electrocardiogram) hoger ligt dan bij gezonde personen) door verbeterde diagnostiek buiten het ziekenhuis (pre-hospital triage).
    • Vroege opsporing van risicofactoren bij coronaire hartziekten, zoals verhoogde bloeddruk, te hoog totaal cholesterolgehalte en diabetes mellitus, bij personen die (nog) geen coronaire hartziekte hebben.
    • Sterke intensivering van de behandeling in de acute fase van het hartinfarct: de toepassing van reperfusietherapie (PCI Percutane coronaire interventie. Ook wel dotteren of ballondilatatie genoemd. Techniek waarbij een opblaasbare ballon op (bijna) dichtgeslibde plaatsen in de hartslagaders (kransslagaders) het bloedvat wat kan oprekken. Het doel van deze techniek is de doorbloeding van de hartspier weer beter op…) is sterk gestegen en verbeterd.
    • Een uitgebreider en efficiënter gebruik van medicijnen zoals β-blokkers, aspirine, ACE Angiotensine converting enzyme. ACE is een enzym dat vooral betrokken is bij de regulatie van de bloeddruk.-remmers, angiotensine-II-antagonisten en, wellicht het meest belangrijk, statines.
    • Ook in de herstelfase na een hartinfarct is het gebruik van β-blokkers, ACE-remmers, aspirine, nieuwe bloedplaatjesremmers en orale anticoagulantia sterk toegenomen ( Widdershoven et al. 1997 Widdershoven, J. W., Gorgels, A. P., Vermeer, F., Dijkman, L. W., Verstraaten, G. M., Dassen, W. R., Wellens, H. J., Changing characteristics and in-hospital outcome in patients admitted with acute myocardial infarction. Observations from 1982 to 1994. (1997) ;  Deckers et al. 2010 Deckers, J. W., Veerhoek, RJ., Smits, PC., Jansen, C.C.G., Trends in prevalence of cardiovascular risk factors and their treatment in coronary heart disease: the Euroaspire-project (2010) ).

    Verwachte stijging aantal mensen met coronaire hartziekten door alleen demografie

    Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met coronaire hartziekten (jaarprevalentie Het aantal personen dat een bepaalde ziekte heeft gehad gedurende een bepaald jaar.) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 43% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 42% voor mannen en 44% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van coronaire hartziekten beïnvloeden.


    • M.M.J. Nielen (NIVEL Nederlands Instituut voor Onderzoek van de Gezondheidszorg)
    • M.J.J.C. Poos (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
    • A.M. Gommer, red. (RIVM)
    • M. Rodriguez, red. (RIVM)
    • C. Hendriks, red. (RIVM)
    • S.J. van Dis (Hartstichting)
    • P.M. Engelfriet (RIVM)
    • J.W. Deckers (Erasmus MC)
    • H.B.M. Hilderink (RIVM)