Centrale missie

 

In 2040 leven alle Nederlanders ten minste vijf jaar langer in goede gezondheid, en zijn de gezondheidsverschillen tussen de laagste en hoogste sociaaleconomische groepen met 30% afgenomen.

 
Indicatoren centrale missie
Levensverwachting in goed ervaren gezondheid vanaf de geboorte1
2019 2020 2021
Mannen 64,8 66,4 65,4
Vrouwen 63,2 65,8 65,1
Levensverwachting in goed ervaren gezondheid vanaf de geboorte naar opleiding2,5
2015/2018 2017/2019
Mannen    
  • Laag onderwijsniveau
  • Middelbaar onderwijsniveau
  • Hoog onderwijsniveau
57
65,3
71
57,1
65,2
71,7
Vrouwen    
  • Laag onderwijsniveau
  • Middelbaar onderwijsniveau
  • Hoog onderwijsniveau
56,5
64,3
70,6
56,1
64,2
71,1
Levensverwachting in goed ervaren gezondheid vanaf de geboorte naar inkomen3,6
2014/2017
Mannen  
  • Laagste inkomensklasse
  • Laag midden inkomenklasse
  • Midden inkomensklasse
  • Hoog midden inkomensklasse
  • Hoogste inkomensklasse
52,4
59,8
66
69,2
72,5
Vrouwen  
  • Laagste inkomensklasse
  • Laag midden inkomenklasse
  • Midden inkomensklasse
  • Hoog midden inkomensklasse
  • Hoogste inkomensklasse
52,7
58,9
64,9
67,6
72,4
Gemiddelde leeftijd van overlijden4
2019 2020 2021
Mannen 76,3 76,7 76,6
Vrouwen 80,7 81,1 80,7

 

1. Bron: CBS-StatLine; Update frequentie: Jaarlijks; Gezonde levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) op www.vzinfo.nl; Gezonde levensverwachting op www.staatvenz.nl

2. Bron: CBS-StatLine; Update frequentie: 1 keer in de 2 jaar Gezonde levensverwachting op www.vzinfo.nl; Gezonde levensverwachting op www.staatvenz.nl

3. Bron: CBS-StatLine; Update frequentie: 1 keer in de 5 jaar ; Gezonde levensverwachting op www.vzinfo.nl; Gezonde levensverwachting op www.staatvenz.nl

4. Bron: CBS-StatLine; Update frequentie: Jaarlijks

5. Voor personen van 25 jaar en ouder is gebruik gemaakt in de berekening van het hoogst voltooide onderwijs van de persoon. Voor personen jonger dan 25 jaar is in de berekening gebruik gemaakt van informatie over het onderwijsniveau van ouders/verzorgers van de persoon en van het hoogst gevolgde (dus niet per se voltooide) onderwijsniveau van de persoon zelf. Hiervoor is gekozen omdat kinderen en jongeren veelal nog bezig zijn met hun opleiding carrière.
Laag onderwijs: Hieronder vallen basisonderwijs, het  vmbo Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs), de eerste 3 leerjaren van  havo Hoger algemeen voortgezet onderwijs (Hoger algemeen voortgezet onderwijs)/ vwo Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs) of de assistentenopleiding ( mbo Middelbaar beroepsonderwijs (Middelbaar beroepsonderwijs)-1).
Middelbaar onderwijsniveau: Hieronder vallen bovenbouw van havo/vwo, de basisberoepsopleiding (mbo-2), de vakopleiding (mbo-3) en de middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4). Hoog onderwijsniveau: Hieronder vallen  hbo Hoger beroepsonderwijs (Hoger beroepsonderwijs) of  wo Wetenschappelijk Onderwijs (Wetenschappelijk Onderwijs).


6. Het inkomen van een persoon is uitgedrukt door het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen. Het besteedbare huishoudensinkomen is het totaal aan loon, winst en inkomen uit vermogen, vermeerderd met uitkeringen en toelagen en verminderd met premies en belastingen. Gecorrigeerd voor omvang en samenstelling van het huishouden levert dat vervolgens het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen.
Vanaf 2010 zijn de inkomensklassen van personen bepaald aan de hand van de kwintielscore van het huishouden waartoe de persoon (respondent) behoort op basis van het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen. De kwintielscore volgt uit een rangschikking naar oplopend inkomen van alle huishoudens in Nederland met een bekend inkomen, waarna vijf groepen huishoudens van gelijke omvang worden gevormd.

  • E.L. de Hollander (RIVM)
  • S. Pees (RIVM)