GGD-regio's

Gemeenten

In het westen minder sterfte aan ziekten van ademhalingswegen

Regio's met een lage sterfte aan ziekten van de ademhalingswegen concentreren zich in het westen van Nederland. In de CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Zeeland het laagste sterftecijfer aan ziekten van de ademhalingswegen gemeld. Het hoogste sterftecijfer aan ziekten van de ademhalingswegen is geregistreerd in de regio Twente. De in de kaart weergegeven sterfte per  GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst )-regio is gecorrigeerd voor verschillen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2017 t/m 2020 50.135 personen aan ziekten van de ademhalingswegen overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 12.534 sterfgevallen en komt overeen met 7,3 sterfgevallen per 10.000 inwoners. Binnen de groep van ziekten van ademhalingswegen wordt een aantal subgroepen onderscheiden, waarvan longontsteking en COPD ook een kaart is opgenomen. 

Sterfte aan ziekten van ademhalingswegen per gemeente

In het westen van Nederland is de sterfte aan ziekten van de ademhalingswegen per gemeente lager dan in de rest van het land. In het noorden, oosten en zuiden zijn meer gemeenten te vinden waar de sterfte hoger is. Meer gegevens over dit onderwerp zijn te vinden door op de gemeentekaart te klikken. 


Hoogste sterfte aan longontsteking in Twente

In de CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) Doodsoorzakenstatistiek is voor de regio Twente de hoogste sterfte aan longontsteking gemeld. Gevolgd door de regio's Zuid-Limburg en West-Brabant. Het laagste sterftecijfer aan longontsteking is geregistreerd in de regio Flevoland. De in de kaart weergegeven sterfte per  GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst )-regio is gecorrigeerd voor verschillen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2017 t/m 2020 bijna 13.345 personen aan longontsteking overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 3.336 sterfgevallen en komt overeen met 1,9 sterfgevallen per 10.000 inwoners. Longontsteking behoort tot de groep ziekten van de ademhalingswegen. Longontsteking is een ontsteking van de onderste luchtwegen. 


Minste sterfgevallen aan COPD in westen van Nederland

Regio's met een lage sterfte aan COPD Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten) (Chronic obstructive pulmonary disease (Chronische obstructieve longziekten)) zijn geconcentreerd in het westen van het land. Het laagste sterftecijfer aan COPD is geregistreerd in de regio's Zeeland en Zaanstreek-Waterland. In de CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Twente het hoogste sterftecijfer aan COPD gemeld. De in de kaart weergegeven sterfte per  GGD Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke of Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst )-regio is gecorrigeerd voor verschillen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2017 t/m 2020  26.185 personen aan COPD overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 6.546 sterfgevallen en komt overeen met 3,8 sterfgevallen per 10.000 inwoners. COPD behoort tot de groep ziekten van de ademhalingswegen.


  • Bronverantwoording
  • Methoden: Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio
  • De regionale spreiding is getoetst een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil (een statistische toets is uitgevoerd om te bepalen of sprake is van een statistisch significant verschil ) ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 
  • Achterliggende cijfers op RIVM-Statline

  • H. Giesbers ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • C.M. Deuning (RIVM)