Kwaliteit verbeteren door hechtere samenwerking en betere communicatie

In de zomer van 2008 kreeg de 'Stuurgroep zwangerschap en geboorte' de opdracht om voorstellen te doen om de zorg rond zwangerschap en geboorte te verbeteren. Het doel was om waar mogelijk perinatale sterfte Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. (Perinatale sterfte: De som van doodgeboorte en vroegneonatale sterfte (sterfte in de eerste 7 dagen) of neonatale sterfte (sterfte in de eerste 28 dagen). De perinatale sterfte wordt uitgedrukt per 1.000 levend- en doodgeborenen. ) en morbiditeit terug te dringen. Het Stuurgroep advies ‘Een goed Begin’ uit 2009 had als centrale boodschap dat de kwaliteit van de geboortezorg verbeterd moet worden door een hechtere samenwerking en een betere communicatie tussen alle betrokken zorgprofessionals, maar ook tussen zorgprofessionals en de zwangere vrouw en haar omgeving ( Stuurgroep zwangerschap en geboorte 2009 Stuurgroep zwangerschap en geboorte, Een goed begin. Veilige zorg rond zwangerschap en geboorte, Utrecht (2009) ). Tussen 2011 en 2016 volgde de inspectie (de toenmalige IGJ Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.  De Inspectie verzorgt het toezicht op de kwaliteit van de zorg, medische producten en jeugdhulp. (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.  De Inspectie verzorgt het toezicht op de kwaliteit van de zorg, medische producten en jeugdhulp.)) de uitwerking van de aanbevelingen uit het Stuurgroep-rapport kritisch en komt met aanbevelingen voor verdere verbeteringen ( Inspectie voor de Gezondheidszorg 2016 Inspectie voor de Gezondheidszorg, Thematisch toezicht geboortezorg: Afsluitend onderzoek naar de invoering van de normen van ‘Een goed begin’. De stand van zaken in de Verloskundige Samenwerkingsverbanden (VSV’s) in Nederland op 1 november 2015. , Utrecht (2016) ; Inspectie voor de Gezondheidszorg 2014 Inspectie voor de Gezondheidszorg, Mogelijkheden voor verbetering geboortezorg nog onvolledig benut. Samenvattend eindrapport van het inspectieonderzoek naar de invoering van het Advies van de Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte., Utrecht (2014) ). Het werk van de stuurgroep wordt inmiddels voortgezet en geïmplementeerd via het College Perinatale Zorg (CPZ) ( CPZ 2012 CPZ, Plan van aanpak, Utrecht (2012) ).

Zorgstandaard en regionale consortia om samenwerking binnen de geboortezorg te versterken

Het CPZ heeft in nauwe samenwerking met het Kwaliteitsinstituut de Zorgstandaard Integrale Geboortezorg ontwikkeld en ondersteunt VSV’s bij de ontwikkeling van de integrale geboortezorg. De Zorgstandaard beschrijft vanuit het perspectief van de (aanstaande) zwangere vrouw voor elke fase in de zwangerschap de noodzakelijk geachte integrale zorg voor en begeleiding van de zwangere vrouw ( CPZ/ACK-ZIN 2016 CPZ/ACK-ZIN, Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1, Utrecht/Diemen (2016) ). De Zorgstandaard is in 2020 geëvalueerd ( CPZ 2021 CPZ, Evaluatie Zorgstandaard Integrale Geboortezorg. Een meta-analyse en aanbevelingen voor de Toekomst. , Utrecht (2021) ). Zie voor de belangrijkste bevindingen: Evaluatie ZIG: veel werk verricht maar regionale verschillen zijn groot (CPZ). Verder heeft ZonMw Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) het onderzoeksprogramma ‘Zwangerschap en geboorte’ gelanceerd ( ZonMW 2014 ZonMW, Programma Zwangerschap en geboorte. Een impressie van het kennisnetwerk geboortezorg en onderzoeksprojecten. Een gezonde moeder, een gezonde zwangerschap en een gezond kind, Den Haag (2014) ). Hiermee is een landelijk kennisnetwerk geboortezorg gevormd dat bestaat uit 9 regionale consortia verenigd in het Landelijk Netwerk Regionale Consortia Geboortezorg. Binnen de regionale multidisciplinaire consortia werken zorgprofessionals en onderzoekers samen met als doel de kwaliteit van geboortezorg te verbeteren door samenwerking en kennisontwikkeling.

  • I.C. Boesveld (RIVM)
  • M.M. Harbers, red. (RIVM)