Trend in bevallingen naar lijn en plaats 2011-2020

Sla de grafiek Trend in bevallingen naar lijn en plaats 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Perined, 2021

  • Het betreft bevallingen bij alle kinderen geboren bij een zwangerschapsduur van ≥ 22 weken of indien zwangerschapsduur onbekend een geboortegewicht van >500 gram.

In 2020 vond het merendeel van de bevallingen in het ziekenhuis plaats

Vrouwen met een ongecom­pliceerde zwangerschap bevallen in Nederland in principe in de eerste lijn. Dat wil zeggen onder begeleiding van een verloskundige of huisarts, thuis, in een polikliniek of geboortecentrum. In 2020 bevielen 162.687 vrouwen ( Perined 2021 Perined, Perined via www.peristat.nl Versie: 2.1, geüpdatet: 25-09-2021. Data: v1.14, bijgewerkt 09-09-2021, Utrecht (2021) ). Van hen beviel 26,9% in de eerste lijn en 69,2%% in de tweede lijn. Een overdracht naar de tweede lijn (in een ziekenhuis) is noodzakelijk als er sprake is van complicaties of een verhoogd risico op complicaties. Een tweedelijnsbevalling is ook noodzakelijk als de vrouw, in overleg met haar verloskundige, gynaecoloog en anesthesioloog, kiest voor pijnstilling met behulp van een epidurale ruggenprik of een pomp die door de vrouw zelf bediend wordt. In de periode 2011-2020 is het aandeel vrouwen dat bevalt in de eerste lijn stabiel gebleven. In de tien jaar daarvoor was het aandeel bevallingen in de eerste lijn gedaald en in de tweede lijn gestegen (Perined).

Tijdens lockdown in maart 2020 meer thuisbevallingen

In 2020 is het percentage thuisbevallingen hoger dan voorgaande jaren, terwijl de percentages voor de andere eerstelijnsbevallingen (in een polikliniek of geboortecentrum) wat lager zijn. Tijdens de eerste lockdown vanwege corona in maart 2020 waren er significant meer thuisbevallingen in vergelijking met de jaren ervoor. Dit verschil vlakt halverwege 2020 uit. Het percentage thuisbevallingen blijft wel hoger, maar het verschil met vorige jaren is gedurende de tweede helft van 2020 klein en dat is zo gebleven na aanscherping van de corona-maatregelen eind september 2020 ( Perined 2021 Perined, Perinatale zorg in Nederland anno 2020: duiding door landelijke perinatale audit en registratie, Utrecht (2021) ). Het hogere percentage thuisbevallingen tijdens de beginperiode van de coronapandemie is ook gevonden in een studie bij laag-risico zwangeren (gezonde zwangeren die een eenling verwachten en onder begeleiding van de eerste lijn kunnen bevallen). Tussen maart en augustus 2020 beviel een hoger percentage laag-risico zwangeren thuis  dan in dezelfde periode in 2019. Ook het percentage laag-risico zwangeren dat thuis wenste te bevallen was in maart-augustus 2020 hoger dan een jaar eerder ( Verhoeven et al. 2022 Verhoeven, C.J.M., Boer, J., Kok, M., Nieuwenhuijze, M., de Jonge, A., Peters, LL, More home births during the COVID-19 pandemic in the Netherlands (2022) ). 


Trend in wijze van bevallen 2011-2020

Sla de grafiek Trend in wijze van bevallen 2011-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Perined, 2021

  • Het betreft bevallingen bij alle kinderen geboren bij een zwangerschapsduur van ≥ 22 weken of indien zwangerschapsduur onbekend een geboortegewicht van >500 gram.

 

Kwart bevallingen via kunstverlossing of keizersnede

Het grootste deel van de bevallingen in Nederland verliep in 2020 spontaan (73,3%), dat wil zeggen zonder een kunstverlossing (zoals via vacuümpomp  of verlostang) of keizersnede. Bij 6,9 % van de bevallingen was sprake van een kunstverlossing en bij 17,3 % van een keizersnede. Het percentage keizersneden is in de periode 2011-2018 redelijk constant. In 2019 en 2020 nam het toe. De komende jaren moet blijken in hoeverre deze toename zich voortzet of dat er bijvoorbeeld sprake was van een tijdelijke fluctuatie of veranderingen in registratie (lager aandeel wijze van bevallen onbekend). Het percentage kunstverlossingen is over de hele periode afgenomen ( Perined 2021 Perined, Perined via www.peristat.nl Versie: 2.1, geüpdatet: 25-09-2021. Data: v1.14, bijgewerkt 09-09-2021, Utrecht (2021) ).


Ruim 5.000 opnames op neonatale intensive care in 2019

In 2019 werden 5.263 pasgeboren kinderen met een zwangerschapsduur van 24 weken of meer opgenomen op de neonatale intensive care unit ( NICU Neonatale intensive care unit (Neonatale intensive care unit)). De gemiddelde opnameduur bedroeg 12,0 dagen. Het aantal opnamedagen per kind hangt omgekeerd evenredig samen met de zwangerschapsduur. Vanaf een zwangerschapsduur van minimaal 24 weken of een geboortegewicht van minimaal 500 gram geldt hoe vroeger het kind geboren wordt of hoe lager het geboortegewicht, hoe groter het aantal opnamedagen per kind (Perined, 2020). 


  • R. Gijsen ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M. Harbers, red. (RIVM)