Sterfte aan infectieziekten 2020

Sla de grafiek Sterfte aan infectieziekten 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision)-codes A00-B99
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2020 overleden bijna 3.000 mensen aan een infectieziekte of parasitaire ziekte

In 2020 overleden 2.972 personen aan een infectieziekte of parasitaire ziekte in Nederland, 1.399 mannen en 1.573 vrouwen (16,1 per 100.000 mannen en 17,9 per 100.000 vrouwen). Dit komt overeen met 1,8% van alle sterfgevallen in Nederland in 2020. Sterfte aan infectieziekten treedt vooral op hogere leeftijd op.
De sterfte aan infectieziekten lag in 2020 voor zowel mannen als vrouwen op een beduidend lager niveau dan in voorgaande jaren . Een mogelijke verklaring hiervoor is dat mensen met een verminderde weerstand in 2020 een verhoogde kans hadden om te overlijden aan COVID-19, een ziekte veroorzaakt door het coronavirus. Sterfte door COVID-19 is afzonderlijk gecodeerd en valt buiten de sterfte door (andere) infectieziekten.

Meer informatie


Sterfte aan COVID-19 2020

Sla de grafiek Sterfte aan COVID-19 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision)-codes: U07.1 (Vastgestelde COVID-19) en U07.2 (Vermoedelijke COVID-19)
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave.

In 2020 overleden ruim 20.000 mensen aan COVID-19

In 2020 overleden in Nederland 20.138 personen aan COVID-19, 10.763 mannen en 9.375 vrouwen (124 per 100.000 mannen en 107 per 100.000 vrouwen). Dit komt overeen met 12% van alle sterfgevallen in Nederland in 2020. Sterfte aan COVID-19 treedt vooral op hogere leeftijd op. Overlijden aan COVID-19 is gedefinieerd als overlijden aan een aandoening gerelateerd aan COVID-19.
Bij 17.463 (87%) van de sterfgevallen was sprake van vastgestelde COVID-19, waarbij het coronavirus is geïdentificeerd door laboratoriumonderzoek. In de overige gevallen (2.675; 13%) was sprake van vermoedelijke COVID-19, waarbij geen laboratoriumonderzoek is uitgevoerd ter identificatie van het virus of waarbij het resultaat van het laboratoriumonderzoek niet eenduidig was. De verhouding tussen sterfte door vastgestelde en vermoedelijke COVID-19 is vrijwel gelijk over alle leeftijdsgroepen vanaf 25 jaar.

Meer informatie


Sterfte aan infectieziekten 1980-2020

Sla de grafiek Sterfte aan infectieziekten 1980-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision)-codes A00-B99
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn niet goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie tekst en Verantwoording).

Sterfte aan infectieziekten in de periode 1980-2012 gestegen

De sterfte aan infectieziekten is in de periode 1980-2012 gestegen. Voor mannen is de sterfte in deze periode bijna verdubbeld en voor vrouwen meer dan verdubbeld. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). De sterfte lag in 2020 voor zowel mannen als vrouwen op een beduidend lager niveau dan in de voorgaande jaren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat mensen met een verminderde weerstand in 2020 een verhoogde kans hadden om te overlijden aan COVID-19, een ziekte veroorzaakt door het coronavirus. Sterfte door COVID-19 is afzonderlijk gecodeerd en valt buiten de sterfte door (andere) infectieziekten.
De toename in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is groter. Voor mannen is de absolute sterfte met ruim een factor 3 toegenomen, van 339 in 1980 naar 1.092 in 2012. Voor vrouwen is de absolute sterfte met een factor 4 toegenomen, van 278 in 1980 naar 1.139 in 2012. De absolute sterfte voor mannen was met 1.399 in 2020 kleiner dan in 2019 (1.590). Ook voor vrouwen was de absolute sterfte in 2020 (1.573) kleiner dan in 2019 (1.717).

Trendbreuk in 2013 als gevolg van wijziging codering doodsoorzaak

In 2013 is het  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen. De invoer van automatisch coderen ging gepaard met de invoer van  ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision)-update: niet nader gespecificeerde diarree wordt sinds 2013 gecodeerd als infectieziekte. Vóór 2013 werd niet nader gespecificeerde diarree gecodeerd als ziekte van het spijsverteringsstelsel. De update heeft geleid tot een grote verschuiving van ziekten van het spijsverteringsstelsel naar infectieziekten als doodsoorzaak. Vanaf 2013 lijkt de sterfte aan infectieziekten af te nemen.

Meer informatie

  • M.J.J.C. Poos (RIVM)
  • A.M. Gommer (RIVM)