Sterfte longkanker naar leeftijd en geslacht

Sla de grafiek Sterfte longkanker naar leeftijd en geslacht 2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision)-codes C33-C34
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

Ruim  10.000 mensen overleden aan longkanker in 2020

In 2020 zijn 10.070 mensen overleden aan longkanker, 5.677 mannen en 4.393 vrouwen (65,5 per 100.000 mannen en 50,1 per 100.000 vrouwen). Hiermee is longkanker de kanker met de hoogste sterfte in Nederland. De sterfte neemt toe met de leeftijd, maar op hoge leeftijd neemt de relatieve sterfte weer af.


Trend sterfte longkanker

Sla de grafiek Trend sterfte aan longkanker 1980-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van  CBS Centraal Bureau voor de Statistiek (Centraal Bureau voor de Statistiek) StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10 International Classification of Diseases, tenth revision (International Classification of Diseases, tenth revision)-codes C33-C34
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte mannen afgenomen, sterfte vrouwen toegenomen

Voor vrouwen is de sterfte in de periode 1980-2011 toegenomen. De sterfte was in 2011 bijna vier keer hoger dan in 1980. De sterfte aan longkanker bij vrouwen is in de periode 2011-2020 niet verder toegenomen. Voor mannen is de sterfte in de periode 1980-2020 met ruim 60% afgenomen. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). In tegenstelling tot mannen, zijn vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw meer vrouwen gaan roken. De aanvankelijke toename van sterfte door longkanker bij vrouwen wordt hieraan toegeschreven. Dat de sterfte door longkanker de laatste jaren niet meer stijgt, heeft mogelijk te maken met de afname van het percentage rokende vrouwen sinds de jaren tachtig.
De absolute (niet gestandaardiseerde) sterfte is voor mannen gedaald van 6.968 in 1980 naar 5.677 in 2020. Bij vrouwen is de absolute sterfte gestegen van 650 in 1980 naar 4.393 in 2020.



Bron: NKR

  • ICD-10-codescode C33, C34
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving van longkanker is slecht, maar verbeterd

De overleving bij longkanker is slecht. Van alle mensen met longkanker overlijdt bijna 80% binnen vijf jaar na het stellen van de diagnose. Deze informatie is gebaseerd op relatieve overlevingscijfers voor mensen die in de periode 2011-2015 zijn gediagnosticeerd met longkanker. Voor kleincellige tumoren is de prognose het slechtst. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de delingssnelheid van de betreffende cellen groter is dan bij niet-kleincellige tumoren. De overleving van longkanker is wel verbeterd. Voor longkanker gediagnosticeerd in de periode 1991-1995 bedroeg de relatieve vijfjaarsoverleving van longkanker nog 12,2%. Dit wil zeggen dat van alle mensen die in deze periode de diagnose longkanker hebben gekregen ongeveer 88% binnen vijf jaar na het stellen van de diagnose is overleden. Voor patiënten met  SCLC Small cell lung carcinoma (Kleincellig longcarcinoom) (Small cell lung carcinoma (Kleincellig longcarcinoom)) is de overleving iets verbeterd sinds de introductie van chemotherapie in de twintigste eeuw en de introductie van preventieve bestraling van de hersenen in 2007 (om uitzaaiingen in de hersenen tegen te gaan) ( Coebergh & Janssen-Heijnen 2001 Coebergh, J. W. W., Janssen-Heijnen, M. L. G., Trends in incidence and prognosis of the histological subtypes of lung cancer in North America, Australia, New Zealand and Europe. (2001) IKZ 2005 IKZ, Van meten naar weten; 50 jaar kankerregistratie, Eindhoven (2005) Slotman et al. 2007 Slotman, B, Faivre-Finn, C, Kramer, G, Rankin, E, Snee, M, Hatton, M, Postmus, P, Collette, L, Musat, E, Senan, S, EORTC Radiation Oncology Group and Lung Cancer Group, Prophylactic cranial irradiation in extensive small-cell lung cancer. (2007) ). Bij patiënten met  NSCLC Non-small cell lung carcinoma (niet-kleincellig longcarcinoom) (Non-small cell lung carcinoma (niet-kleincellig longcarcinoom) ) lijken nieuwe behandelingsmethoden, zoals stereotactische bestraling en de ontwikkeling van nieuwe 'precisie' geneesmiddelen te leiden tot een verbetering van de overleving.


Staat van Volksgezondheid en Zorg: kerncijfers voor beleid:

  • M.J.J.C. Poos ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • J.A. Burgers (NKI)
  • A.M. Gommer, red. (RIVM)
  • M. Rodriguez, red. (RIVM)