Oorzaken vroeggeboorte


Meeste vroeggeboorten treden spontaan op

Een vroeggeboorte kan spontaan ontstaan, maar ook een gevolg zijn van medisch ingrijpen. Dat laatste kan het geval zijn bij ernstige problemen tijdens de zwangerschap die het noodzakelijk maken dat het kind eerder geboren wordt. In die situaties is het risico voor het kind ín de baarmoeder groter dan daarbuiten. De tabel geeft een overzicht van factoren die de kans op een spontane vroeggeboorte verhogen. Waarschijnlijk spelen meerdere factoren een rol (multifactorieel). Vaak komen deze factoren gezamenlijk voor of lokt de ene risicofactor de andere uit ( Timmermans, Bonsel, Steegers-Theunissen, R.P.M., Mackenbach, Steyerberg, Raat, H., Verbrugh, Tiemeier, Hofman, Birnie, Looman, Jaddoe, V.W.V., Steegers, E.A.P, Individual accumulation of heterogeneous risks explains perinatal inequalities within deprived neighbourhoods (2011) Lanting, CI., Segaar, D, Bennebroek-Gravenhorst, J, Buitendijk, S. E., van Wouwe, J. P., Crone, M. R., Clustering of socioeconomic, behavioural, and neonatal risk factors for infant health in pregnant smokers. (2009) ). Een voorbeeld is de leeftijd van vrouwen. De kans op vroeggeboorte is verhoogd voor vrouwen ouder dan 35 jaar. Waarschijnlijk hangt dit samen met andere risicofactoren voor vroeggeboorte die vaker voorkomen bij vrouwen boven de 35, zoals chronische ziekten, meerlingzwangerschappen en/of gebruik van  (In Vitro Fertilisatie. Methode waarbij eicellen door middel van een punctie uit de eierstokken van de vrouw worden gehaald en buiten het lichaam worden bevrucht (reageerbuisbevruchting). Daarna worden de bevruchte eicellen in de baarmoeder geplaatst met als doel een zwangerschap tot stand te brengen.) ( Carolan, M, Frankowska, D, Advanced maternal age and adverse perinatal outcome: A review of the evidence (2011) ). Voor een deel komen de factoren die de kans op vroeggeboorte verhogen overeen met de factoren die de kans op een laag geboortegewicht/groeivertraging verhogen. We lichten er hieronder een aantal uit.

Eigenschappen moeder geassocieerd met vroeggeboorte

Lage en hoge (>35 jaar) leeftijd van de moeder, lage sociaaleconomische status, ongehuwde status en lage opleiding zijn geassocieerd met een verhoogde kans op vroeggeboorte ( de Laat, SA. A., Essink-Bot, M, van Wassenaer-Leemhuis, AG., Vrijkotte, T.G.M., [Preterm birth and low socioeconomic status: more psychosocial problems at age 5-6?]. (2015) Ruiz, M, Goldblatt, P, Morrison, J, Kukla, L, Vancara, J. Š., Riitta-Järvelin, M, Taanila, A, Saurel-Cubizolles, M, Lioret, S, Bakoula, C, Veltsista, A, Porta, D, Forastiere, F, van Eijsden, M., Eggesbø, M, White, RA., Barros, H, Correia, S, Vrijheid, M, Torrent, M, Rebagliato, M, Larrañaga, I, Ludvigsson, J, Olsen-Faresjö, Å., Hryhorczuk, D, Antipkin, Y, Vrijkotte, T. G. M., Marmot, M., Pikhart, H, Mother's education and the risk of preterm and small for gestational age birth: a DRIVERS meta-analysis of 12 European cohorts. (2015) Carolan, M, Frankowska, D, Advanced maternal age and adverse perinatal outcome: A review of the evidence (2011) Jansen, P.W., Tiemeier, H., Jaddoe, V.W.V., Hofman, A., Steegers, E.A.P, Verhulst, F.C., Mackenbach, J.P., Raat, H., Explaining educational inequalities in preterm birth: the generation r study. (2009) Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) ). Vrouwen die eerder een te vroeg geboren kind hebben gekregen, hebben ook in hun volgende zwangerschap een verhoogde kans op vroeggeboorte ( Yang, J., Baer, RJ., Berghella, V, Chambers, C, Chung, P, Coker, T, Currier, RJ., Druzin, ML., Kuppermann, M, Muglia, LJ., Norton, ME., Rand, L, Ryckman, K, Shaw, GM., Stevenson, D, Jelliffe-Pawlowski, LL., Recurrence of Preterm Birth and Early Term Birth. (2016) Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) ).  Verder is etniciteit is een opvallende risicofactor, die onafhankelijk is van andere risicofactoren ( Goedhart, G., van Eijsden, M., van der Wal, M. F., Bonsel, G. J., Ethnic differences in preterm birth and its subtypes: the effect of a cumulative risk profile. (2008) Muglia, LJ., Katz, M, The Enigma of Spontaneous Preterm Birth (2010) ).

Meer vroeggeboorten door onvruchtbaarheidsbehandelingen

Behandeling van vruchtbaarheidsstoornissen verhoogt de kans op vroeggeboorte ( van Heesch, MM. J., Dumoulin, JC. M., Evers, JL. H., van der Hoeven, MA. H. B. M., Severens, JL., Dykgraaf, RH. M., van der Veen, F, Tonch, N, Nelen, WL. D. M., van Zonneveld, P, van Goudoever, JB., Tamminga, P., Steiner, K, Koopman-Esseboom, C, Bonsel, G. J., Boomsma, DI., Snellen, D, Dirksen, CD., van Beijsterveldt, C. E. M., Long term costs and effects of reducing the number of twin pregnancies in IVF by single embryo transfer: the TwinSing study (2010) Heijnen, E. M. E. W., de Klerk, C., Beckers, N. G. M., Klinkert, E. R., Broekmans, F. J., Passchier, J., te Velde, E. R., Macklon, N. S., Fauser, B. C. J. M., Polinder, S., Eijkemans, M, Minder risico's, patiëntenongemak en kosten, maar niet minder zwangerschappen in de milde behandelstrategie voor ivf (2008) Baird, DD., Wilcox, A.J., Kramer, M, Why might infertile couples have problem pregnancies? (1999) ).  (In vitro (Latijn: in glas) is een term die wordt gebruikt voor biologische technieken die buiten het lichaam van het organisme worden toegepast.) fertilisatie (IVF) is in de eerste plaats een risicofactor doordat het de kans op meerlingen vergroot ( Allen, V. M., Wilson, R. D., Cheung, A., Genetics Committee of the Society of Obstetricians and Gynaecologists of Canada (SOGC), Reproductive Endocrinology Infertility Committee of the Society of Obstetricians and Gynaecologists of Canada (SOGC)., Pregnancy outcomes after assisted reproductive technology (2006) ). IVF is echter ook een onafhankelijke risicofactor, want ook IVF-eenlingen hebben een grotere kans op vroeggeboorte dan andere eenlingen ( McDonald, S.D., Han, Z, Mulla, S, Murphy, KE., Beyene, J, Ohlsson, A, Preterm birth and low birth weight among in vitro fertilization singletons: A systematic review and meta-analyses (2009) Buitendijk, S. E., IVF pregnancies: outcome and follow-up, Leiden (2000) ) en IVF-meerlingen hebben meer kans op vroeggeboorte dan spontane meerlingen ( McDonald, S.D., Han, Z, Mulla, S, Ohlsson, A, Beyene, J, Murphy, KE., Preterm birth and low birth weight among in vitro fertilization twins: A systematic review and meta-analyses (2010) ).

Roken en overgewicht verhogen de kans op vroeggeboorte

Diverse leefstijlfactoren hebben mogelijk invloed op vroeggeboorte, zoals roken, alcohol- en drugsgebruik of overgewicht en bewegen ( Patra, J., Bakker, R., Irving, H., Jaddoe, V.W.V., Malini, S., Rehm, J., Dose-response relationship between alcohol consumption before and during pregnancy and the risks of low birthweight, preterm birth and small for gestational age (SGA)-a systematic review and meta-analyses (2011) Savitz, DA., Murnane, P, Behavioral influences on preterm birth: a review. (2010) Shah, N. R., Bracken, M. B., A systematic review and meta-analysis of prospective studies on the association between maternal cigarette smoking and preterm delivery. (2000) ). Roken verdubbelt de kans op vroeggeboorte ( Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) Jaddoe, V.W.V., Troe, EJ.W.M., Hofman, A, Mackenbach, J.P., Moll, HA., Steegers, E.A.P, Witteman, J.C.M., Active and passive maternal smoking during pregnancy and the risks of low birthweight and preterm birth: the Generation R Study (2008) ). Bij vrouwen die al zwanger zijn en alsnog stoppen met roken, wordt de kans op vroeggeboorte kleiner. Ook overgewicht vergroot de kans op vroeggeboorte ( Torloni, MRegina, Betrán, APilar, Daher, S, Widmer, M, Dolan, SM., Menon, R, Bergel, E, Allen, T, Merialdi, M, Maternal BMI and preterm birth: a systematic review of the literature with meta-analysis. (2009) ), terwijl bewegen gepaard gaat met een kleinere kans ( Aune, D., Schlesinger, S., Henriksen, T., Saugstad, O. D., Tonstad, S., Physical activity and the risk of preterm birth: a systematic review and meta-analysis of epidemiological studies. (2017) ). Tot slot tonen gegevens uit de Nederlandse hongerwinter aan dat ernstige ondervoeding van de zwangere vrouw in het eerste en tweede trimester van de zwangerschap kan leiden tot een kortere zwangerschapsduur ( Lumey, L. H., Decreased birthweights in infants after maternal in utero exposure to the Dutch famine of 1944–1945 (1992) ).

Ook arbeidsomstandigheden van invloed op vroeggeboorte

Ook werkomstandigheden vegroten mogelijk de kans op vroeggeboorte, vooral wanneer een combinatie van risicofactoren zich voordoen, zoals tillen, staan, lopen, stress en werken in ploegendienst ( Velu, A. V., Torij, H. W., Miedema, H., van Beukering, M. D. M., Steegers, E.A.P, Rosman, A. N., Kennismodule Arbeid en Zwangerschap. Arbeid en Gezond zwanger - maak er werk van! , Rotterdam (2016) Rosman, A. N., Velu, A. V., Steegers, E.A.P, Arbeid en gezond zwanger (2016) van Beukering, M. D. M., van Melick, M. J. G. J., Mol, B.W., Frings-Dresen, M. H. W., Hulshof, C. T. J., Physically demanding work and preterm delivery: a systematic review and meta-analysis. (2014) Bjerrum-Runge, S, Krabbe-Pedersen, J, Svendsen, SWulff, Juhl, M, Bonde, J. P., Nybo-Andersen, A, Occupational lifting of heavy loads and preterm birth: a study within the Danish National Birth Cohort. (2013) Bonzini, M, Coggon, D, Palmer, K.T., Risk of prematurity, low birthweight and pre-eclampsia in relation to working hours and physical activities: a systematic review. (2007) ).

Grote rol van infectie bij ontstaan van vroeggeboorte

Infecties hebben een belangrijke rol bij het ontstaan van vroeggeboorte ( Romero, R, Espinoza, J, Gonçalves, LF., Kusanovic, JPedro, Friel, L, Hassan, S, The role of inflammation and infection in preterm birth. (2007) ). Waarschijnlijk is de aanwezigheid van alleen een infectie echter niet genoeg om een vroeggeboorte te veroorzaken en spelen ook andere factoren een rol. Bij 25-40% van de vroeggeboorten blijkt er bij nader onderzoek sprake te zijn geweest van een infectie. Bij vier op de vijf zwangerschappen die rond 21-24 weken zwangerschapsduur leiden tot een vroeggeboorte kan een infectie aangetoond worden. Bij 35-36 weken is dit percentage gedaald tot ongeveer 10% ( Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) Muglia, LJ., Katz, M, The Enigma of Spontaneous Preterm Birth (2010) ).

Tabel: Factoren die de kans op vroeggeboorte beïnvloeden
Risicofactor bij moeder
Demografische kenmerken moeder (lage en hoge leeftijdopleidingsniveau, etniciteit)
Familiair
Korte tijd tussen zwangerschappen
Meerlingzwangerschap
Vruchtbaarheidsbevorderende behandelingen 
Eerdere vroeggeboorte 
Dreigende, eerdere of herhaalde miskraam (geboorte vóór de 20ste zwangerschapsweek)
Complicaties in de zwangerschap (zoals hoge bloeddruk en zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapsdiabetes

Voor de zwangerschap al aanwezige chronische aandoening (diabeteshoge bloeddruk, bloedarmoede, astma, schildklieraandoening)

Infecties (oa urineweginfecties,  (Human immunodeficiency virus (Humane Immunodeficiëntievirus)), syfilis, bacteriële vaginose)
Rokenalcohol- en drugsgebruik
Arbeidsomstandigheden (veel tillen, staan, lopen, stress en hoge werkdruk, onregelmatige werktijden)
Voeding (ernstige ondervoeding, overgewicht, tekort aan micronutriënten zoals foliumzuur en ijzer)

Bronnen:  March of Dimes, PMNCH, Save the children, WHO, Born Too Soon: The Global action report on preterm Birth, Geneve (2012) Goldenberg, R. L., Culhane, JF., Lams, J. D., Romero, R, Epidemiology and causes of preterm birth (2008) ,   van Oppenraaij, R. H. F., Jauniaux, E., Christiansen, O. B., Horcajadas, J. A., Farquharson, R. G., Exalto, N., on behalf of the ESHRE Special Interest Group for Early Pregnancy (SIGEP), Predicting adverse obstetric outcome after early pregnancy events and complications: a review (2009)


Gevolgen vroeggeboorte


Hoe korter de zwangerschap, hoe groter de kans op problemen

De kans op problemen hangt samen met de zwangerschapsduur. Hoe korter de zwangerschap heeft geduurd hoe groter de kans op sterfte (zie Sterfte naar zwangerschapsduur). Hoe korter de zwangerschapsduur, hoe onrijper de organen van het kind zijn. Onrijpe organen, maar ook de behandeling daarvan, kunnen leiden tot een aantal ernstige ziektebeelden. Zo kan vroeggeboorte leiden tot (ernstige) problemen met de ademhaling door onrijpe longblaasjes en mogelijke nadelige gevolgen van de behandeling van deze problemen ( Groenendaal, F., Termote, J. U. M., van der Heide-Jalving, M., van Haastert, I. C., de Vries, L.S., Complications affecting preterm neonates from 1991 to 2006: what have we gained? (2010) ). Ook kan vroeggeboorte leiden tot problemen met de bloedsomloop, de zuurstofvoorziening in de hersenen en andere vitale organen. Infecties komen veelvuldig voor door onvoldoende weerstand. Door het onrijpe maagdarmstelsel kunnen voedingsproblemen ontstaan. Onrijpheid van de darmen is ook een belangrijke risicofactor voor  (Necrotiserende enterocolitis (NEC) is een ontsteking van de darmen die vooral voorkomt bij te vroeg geboren kinderen.) (NEC) ( Heida, F. H., Stolwijk, L., Loos, M. H., van den Ende, S. J., Onland, W., van den Dungen, F. A., Kooi, E. M., Bos, A. F., Hulscher, J. B., Bakx, R., Increased incidence of necrotizing enterocolitis in the Netherlands after implementation of the new Dutch guideline for active treatment in extremely preterm infants: Results from three academic referral centers. (2017) ). Dit is een levensbedreigende darmontsteking die ook tot ernstige gevolgen op de lange termijn kan leiden, zoals ontwikkelingsachterstand en kortedarmsyndroom. Door een abnormale uitgroei van de vaten van het netvlies van het oog kan het netvlies loslaten, wat tot slechtziendheid of blindheid kan leiden (retinopathy of prematurity (ROP)). Vroeggeborenen kunnen hun temperatuur nog niet op peil houden, wat kan leiden tot onderkoeling. Net als bij sterfte geldt ook voor deze aandoeningen dat hoe korter de zwangerschap heeft geduurd hoe groter de kans op problemen. In het MOSAIC-onderzoek onder vroeggeborenen jonger dan 32 weken nam het percentage hersenaandoeningen of chronische longschade af van bijna 50% bij 26 weken en 25% bij 27 weken tot 5% bij 31 weken ( Gerrits-Kuiper, J. A., de Heus, R., Brouwers, H. A. A., Kollée, L. A. A., den Ouden, A. L., Visser, G.H.A., Op de grens van levensvatbaarheid: Nederlands verwijsbeleid bij vroeggeboorte te terughoudend (2008) ).

Prognose voor te vroeg geboren kinderen is afgelopen decennia verbeterd

Door verbeteringen in de prenatale en neonatale zorg is over de periode 1991-2006 de prognose verbeterd voor kinderen die geboren zijn tussen 25 en 30 weken zwangerschap.  Kinderen geboren in de periode 2002-2006 hadden een grotere kans op overleving, minder vaak beschadiging van het darmslijmvlies (necrotische enterocolitis) of hersenaandoeningen (periventriculaire leukomalacie). De  (Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.) van chronische longziekte (CLD) daalde echter niet ( Groenendaal, F., Termote, J. U. M., van der Heide-Jalving, M., van Haastert, I. C., de Vries, L.S., Complications affecting preterm neonates from 1991 to 2006: what have we gained? (2010) ).

Ernstige vroeggeboorte heeft langdurig effect op het kind

Behalve gevolgen voor de gezondheid direct of kort na geboorte, kan vroeggeboorte ook op de lange termijn gevolgen hebben voor de fysieke gezondheid,  en voor de ontwikkeling, gedrag en cognitie. Wat betreft de fysieke gezondheid hebben te vroeg geboren kinderen op de leeftijd van 19 jaar vaker een groeiachterstand, een hoge bloeddruk, insulineresistentie, longklachten en een minder goed gehoor dan gemiddeld. Dit blijkt uit de Nederlandse POPS-studie (Project on Preterm and Small for Gestational Age Infants) waarin kinderen die in 1983 veel te vroeg zijn geboren langdurig worden gevolgd ( TNO, POPS-19 Magazine. Vervolgonderzoek levenslange zorg voor te vroeg geboren kinderen, Leiden (2008) ). Uit reviews van internationale studies blijkt dat vroeggeboorte het risico verhoogt op chronische longaandoeningen, hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes en osteoporose ( Luu, TMai, Katz, SL., Leeson, P, Thébaud, B, Nuyt, A, Preterm birth: risk factor for early-onset chronic diseases. (2016) Been, JV., Lugtenberg, MJ., Smets, E, van Schayck, CP., Kramer, B.W., Mommers, M, Sheikh, A., Preterm birth and childhood wheezing disorders: a systematic review and meta-analysis. (2014) Sonnenschein-van der Voort, AA. M. M., Arends, LR., Annesi-Maesano, I, Arshad, HS., Barros, H, Basterrechea, M, Bisgaard, H, Chatzi, L, Corpeleijn, E, Correia, S, Craig, LC., Devereux, G, Dogaru, C, Dostal, M, Duchen, K, Eggesbø, M, van der Ent, KC., Fantini, MP., Forastiere, F, Frey, U, Gehring, U, Gori, D, van der Gugten, AC., Hanke, W, Henderson, JA., Heude, B, Iñiguez, C, Inskip, HM., Keil, T, Kelleher, CC., Kogevinas, M, Kreiner-Møller, E, Kuehni, CE., Küpers, LK., Lancz, K, Larsen, PS., Lau, S, Ludvigsson, J, Mommers, M, Andersen, ANybo, Palkovicova, L, Pike, KC., Pizzi, C, Polanska, K, Porta, D, Richiardi, L, Roberts, G, Schmidt, A, Sram, RJ., Sunyer, J, Thijs, C, Torrent, M, Viljoen, K, Wijga, AH., Vrijheid, M, Jaddoe, V.W.V., Duijts, L, de Jongste, JC., Preterm birth, infant weight gain, and childhood asthma risk: a meta-analysis of 147,000 European children. (2014) Parkinson, JR. C., Hyde, MJ., Gale, C., Santhakumaran, S, Modi, N, Preterm birth and the metabolic syndrome in adult life: a systematic review and meta-analysis. (2013) de Jong, F, Monuteaux, MC., van Elburg, RM., Gillman, MW., Belfort, MB., Systematic review and meta-analysis of preterm birth and later systolic blood pressure. (2012) ).
Wat betreft gevolgen voor ontwikkeling, gedrag en cognitie komen bij kinderen geboren vóór de 32ste zwangerschapsweek motorische of verstandelijke stoornissen, beperkingen en handicaps vaker voor dan bij op tijd geborenen( Kerstjens, J. M., de Winter, A.F., Bos, AF., Bocca-Tjeertes, I. F. A., Reijneveld, S. A., Risk of developmental delay increases exponentially as gestational age of preterm infants decreases: a cohort study at age 4 years. (2012) Stoelhorst, G. M. S. J., Rijken, M., Martens, S. E., van Zwieten, P. H. T., Feenstra, J., Zwinderman, A. H., Wit, J. M., Veen, S., Developmental outcome at 18 and 24 months of age in very preterm children: a cohort study from 1996 to 1997 (2003) ). Ook gedragstoornissen, zoals ‘Attention Deficit and Hyperactivity Disorder’ (ADHD), autisme en psychiatrische ziektebeelden, zoals depressie en angststoornissen, worden relatief vaak bij te vroeg geboren kinderen gezien ( Hornman, J, de Winter, A.F., Kerstjens, J. M., Bos, AF., Reijneveld, S. A., Emotional and Behavioral Problems of Preterm and Full-Term Children at School Entry. (2016) Theunissen, NC. M., den Ouden, A. L., Meulman, JJ., Koopman, HM., Verloove-Vanhorick, S. P., Wit, J. M., Health status development in a cohort of preterm children (2000) ). Deze stemmings- en concentratieproblemen nemen toe naarmate de kinderen ouder worden ( Theunissen, NC. M., den Ouden, A. L., Meulman, JJ., Koopman, HM., Verloove-Vanhorick, S. P., Wit, J. M., Health status development in a cohort of preterm children (2000) ). 

Ernstige vroeggeboorte heeft gevolgen voor school en werkloopbaan

Soms komen effecten pas later aan het licht, zoals specifieke leerstoornissen in de schoolleeftijd. Te vroeg geboren kinderen hebben een lager  (Intelligentie quotiënt) en hebben later vaker problemen met taal ( Kerr-Wilson, C. O., Mackay, D. F., Smith, G.C.S., Pell, J. P., Meta-analysis of the association between preterm delivery and intelligence. (2012) van Noort-van der Spek, I. L., Franken, M, Weisglas-Kuperus, N., Language functions in preterm-born children: a systematic review and meta-analysis (2012) Barre, N, Morgan, A, Doyle, LW., Anderson, PJ., Language abilities in children who were very preterm and/or very low birth weight: a meta-analysis. (2011) ). In Nederland volgen vroeg geboren kinderen op 14-jarige leeftijd zes keer vaker speciaal onderwijs dan hun leeftijdgenoten. Op de leeftijd van 19 jaar heeft 24% alleen speciaal onderwijs gevolgd. Bij vroeg geboren jongvolwassenen komen vaak matige tot ernstige cognitieve stoornissen of problemen op het gebied van het gezichtsvermogen voor. Ook dit blijkt uit de Nederlandse POPS-studie ( TNO, POPS-19 Magazine. Vervolgonderzoek levenslange zorg voor te vroeg geboren kinderen, Leiden (2008) ). In vergelijking met op tijd geboren leeftijdsgenoten zijn zij (op de leeftijd van 19 jaar) driemaal vaker werkloos en volgen zij driemaal zo vaak geen onderwijs meer ( Hille, E. T. M., Weisglas-Kuperus, N., van Goudoever, J. B., Jacobusse, G. W., Ens-Dokkum, M. H., de Groot, L., Wit, J. M., Geven, W. B., Kok, J.H., de Kleine, M. J. K., Kollee, L. A. A., Mulder, A.L.M., de Vries, L.S., van Weissenbruch, M. M., Verloove-Vanhorick, S. P., Dutch POPS-19 Collaborative Study Group, van Straaten, H.L.M., Functional Outcomes and Participation in Young Adulthood for Very Preterm and Very Low Birth Weight Infants: The Dutch Project on Preterm and Small for Gestational Age Infants at 19 Years of Age (2007) ). De oorzaken zijn complex: niet alleen de mate van vroeggeboorte, maar ook de sociaaleconomische status van het gezin en opleiding van de ouders spelen een belangrijke rol ( Weisglas-Kuperus, N., Hille, E. T. M., Duivenvoorden, H. J., Finken, M. J. J., Wit, J. M., van Buuren, S., van Goudoever, J. B., Verloove-Vanhorick, S. P., Dutch POPS-19 Collaborative Study Group, Intelligence of very preterm or very low birthweight infants in young adulthood (2008) ).

Ook late vroeggeboorte leidt tot problemen

Het merendeel (80%) van de vroeggeboorten vindt plaats tussen 32 en 37 weken. Ook deze groep heeft kort na de geboorte problemen met temperatuur, voeding en ademhaling. Ook zij hebben later vaker concentratie- en leerstoornissen dan kinderen die op tijd geboren worden. Hun intelligentie, (fijne) motoriek en psychische gezondheid is later minder goed dan bij kinderen geboren vanaf 37 weken. Ook in deze groep zijn de problemen groter als de zwangerschapsduur korter wordt. Dit blijkt uit het Pinkeltje-onderzoek in Groningen (internationaal: Lollypop) ( Kerstjens, J. M., de Winter, A.F., Bocca-Tjeertes, I. F. A., Vergert, EM.J. ten, Reijneveld, S. A., Bos, AF., Developmental Delay in Moderately Preterm-Born Children at School Entry (2011) Kerstjens, J. M., de Winter, A.F., Bos, AF., Bocca-Tjeertes, I. F. A., Reijneveld, S. A., Risk of developmental delay increases exponentially as gestational age of preterm infants decreases: a cohort study at age 4 years. (2012) Cserjesi, R, van Braeckel, K. N. J. A., Butcher, PR., Kerstjens, J. M., Bouma, A, Geuze, RH., Bos, AF., Reijneveld, S. A., Functioning of 7-year-old children born at 32 to 35 weeks' gestational age. (2012) ) en onderzoek in Tilburg ( de Jong, M, Verhoeven, M, van Baar, A. L., School outcome, cognitive functioning, and behaviour problems in moderate and late preterm children and adults: a review. (2012) van Baar, A. L., Vermaas, J., Knots, E., de Kleine, M. J. K., Soons, P., Functioning at School Age of Moderately Preterm Children Born at 32 to 36 Weeks' Gestational Age (2009) ). Daarnaast heeft deze groep op 5-jarige leeftijd vaker last van problemen met de luchtwegen ( Vrijlandt, EJ. L. E., Kerstjens, J. M., Duiverman, EJ., Bos, AF., Reijneveld, S. A., Moderately preterm children have more respiratory problems during their first 5 years of life than children born full term. (2013) ).


  • A.J.M. Waelput (Erasmus MC)
  • M. Harbers, red. (RIVM)