Bijna 69% van de 15- tot 75-jarigen heeft betaald werk

In 2019 had 68,8% van de beroepsbevolking (15- tot 75-jarigen) betaald werk (netto-arbeidsparticipatie). De beroeps- en niet-beroepsbevolking bestond in 2019 uit ongeveer 13 miljoen mensen. Bij mannen is de netto-arbeidsparticipatie 73,2% en bij vrouwen 64,4%. Onder jongeren (15- tot 25-jarigen) ligt de netto arbeidsparticipatie Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Het betreft de bevolking van 15 tot 75 jaar. (Het aandeel van de werkzame beroepsbevolking in de bevolking (beroeps- en niet-beroepsbevolking). Het betreft de bevolking van 15 tot 75 jaar.) relatief laag vanwege het grote aantal onderwijsvolgenden binnen deze groep. Dit is de enige leeftijdscategorie waar meer vrouwen dan mannen participeren in arbeid. In alle overige leeftijdscategorieën zijn er meer mannen dan vrouwen met een betaalde baan. Naarmate de leeftijd toeneemt, wordt het verschil in netto arbeidsparticipatie tussen mannen en vrouwen groter. 

Meer informatie


Twee keer zoveel vrouwen als mannen werken in deeltijd

In 2019 werkte 49,1% van de werkzame beroepsbevolking (15- tot 75-jarigen) in deeltijd. Deeltijd is het aantal uren, minder dan 35, dat een persoon in een normale of gemiddelde werkweek werkt. In totaal werken bijna 4,4 miljoen personen in deeltijd. Hiervan is 70% vrouw (3,1 miljoen) en 30% man (1,3 miljoen). Het zijn niet alleen moeders met jonge kinderen die in deeltijd werken. Uit onderzoek blijkt dat jonge vrouwen kort na afronding van hun opleiding al vaker in deeltijd werken dan jonge mannen, dus ook als de meesten van hen nog geen kinderen hebben (SCP, 2017). Dit verschil tussen mannen en vrouwen wordt naarmate de leeftijd toeneemt groter, tot ongeveer 55 jaar. 

Meer informatie


Minder dan 4% van de beroepsbevolking werkloos

In 2019 was 3,4% van de beroepsbevolking werkloos. De beroepsbevolking bestond in 2019 uit ongeveer 9 miljoen mensen. Evenveel mannen als vrouwen zijn werkloos. In de leeftijdscategorie 15 tot 25 jaar is de werkloosheid het hoogst (6,7%). In deze leeftijdscategorie zijn iets meer mannen dan vrouwen werkloos. Dit hoge percentage komt waarschijnlijk doordat jongeren veelal net nieuw op de arbeidsmarkt komen en niet direct passend werk kunnen vinden. Tussen 25 en 75 jaar blijft het werkloosheidspercentage redelijk constant. 

Meer informatie


Stijging netto-arbeidsparticipatie oudere vrouwen 2003-2019

In de periode 2003-2019 is het percentage netto-arbeidsparticipatie bij oudere vrouwen flink gestegen. In de leeftijdscategorie 45 tot 65 jaar steeg het percentage voor vrouwen van 49,5% naar 70,6%. Voor mannen in dezelfde leeftijdscategorie steeg de arbeidsparticipatie licht (van 72,3% naar 83,8%). Jongere generaties vrouwen hebben op latere leeftijd een steeds hogere arbeidsparticipatie. Zo ligt de arbeidsparticipatie van elk jonger geboortecohort bij dezelfde leeftijd op een aanmerkelijk hoger niveau dan van het voorgaande, oudere cohort. In de leeftijdscategorie 25 tot 45 jaar is de netto-arbeidsparticipatie voor vrouwen licht gestegen (van 73,7% naar 82,1%). Voor mannen is deze licht gedaald (van 90,9% naar 89,4%). 

Meer informatie


Werkloosheidspercentage laatste jaren gedaald

In 2019 is het werkloosheidspercentage in de leeftijdscategorie 15- tot 65-jarigen voor mannen (3,4%) en vrouwen (3,4%) onder het niveau van 2003. Sinds 2008, het jaar dat de financiële crisis ook in Nederland merkbaar werd, is het werkloosheidspercentage sterk gestegen tot 2014. Daarna is het werkloosheidspercentage weer gedaald. Het verschil in werkloosheidspercentage tussen mannen en vrouwen is tot 2013 steeds kleiner geworden. Daarna is er weer een verschil in werkloosheidpercentage zichtbaar tot 2019. In dat jaar ligt het werkloosheidspercentage voor mannen en vrouwen op hetzelfde niveau. 

Meer informatie


Pensioenleeftijd sterk gestegen

In de periode 2002-2019 is de gemiddelde pensioenleeftijd gestegen van 60,7 naar 65,1 jaar. Vooral na 2006 is er een sterke stijging te zien. Vanaf 2007 is wet- en regelgeving gericht op inperking van regelingen voor vervroegd pensioen ingevoerd. In dezelfde periode is ook de  levensverwachting Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. (Het gemiddeld aantal nog te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd. ) en gezonde levensverwachting (het aantal jaren in goed ervaren gezondheid) gestegen. Al stegen deze iets minder hard dan de pensioenleeftijd.

Meer informatie


Gezondheid en arbeid naar leeftijd 2018

Sla de grafiek Gezondheid en arbeid naar leeftijd 2018 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête

  • EG: Ervaren gezondheid (betreft het percentage dat zijn/haar algemene gezondheid als (zeer) goed ervaart).
  • MG: Mentale gezondheid (betreft het percentage dat psychisch gezond is obv 'Mental Health Inventory 5').
  • Bep: Beperkingen (betreft het percentage dat geen beperking met horen, zien of mobiliteit heeft).
  • CZ: Chronische ziekte (betreft het percentage dat geen langdurige ziekte(n) of aandoening(en) heeft).

*De verschillen in percentages voor de weergegeven leeftijdscategorie zijn statistisch significant (geen overlap in de 95% betrouwbaarheidsintervallen, hier niet weergegeven).  Dit geldt voor EG en CZ in de categorie 19-24 en voor alle percentages in de categorieën 25-64, 65-84 (behalve MG) en Totaal.

Minder goede gezondheid leidt vaker tot uitval 

Gezondheid en arbeidsparticipatie hangen met elkaar samen. Het is mogelijk dat een goede gezondheid zorgt voor een actieve deelname aan het arbeidsproces. Een mogelijke verklaring voor de samenhang tussen gezondheid en arbeidsparticipatie is dat een minder goede gezondheid vaker leidt tot uitval uit het arbeidsproces (werkloosheid, vroegpensioen en arbeidsongeschiktheid) ( Versantvoort & Van Echtelt 2012 Versantvoort, M., Van Echtelt, P., Belemmerd aan het werk: Trendrapportage ziekteverzuim, arbeidsongeschiktheid en arbeidsdeelname personen met gezondheidsbeperkingen, Den Haag (2012) Oortwijn et al. 2011 Oortwijn, W., Nelissen, E., Adamini, S., Van den Heuvel, S., Geuskens, G., Burdorf, L., Social determinants state of the art reviews - Health of people of working age, Luxembourg (2011) ). Andersom kan arbeidsparticipatie ook zorgen voor een goede gezondheid (zie: arbeid en gezondheid naar leeftijd). 

Personen met goede gezondheid hebben vaker betaalde baan

Als we gezonde personen vergelijken met personen met gezondheidsproblemen dan zien we dat in 2018 een groter percentage van de personen (25-64 jaar) met een goed ervaren gezondheid werkt dan personen met een minder dan goed ervaren gezondheid (89,1% versus 54,9%). Het zelfde patroon is te zien als we kijken naar mentale gezondheid, het hebben van beperkingen en chronische ziekten. Bij de personen zonder gezondheidsproblemen is het percentage werkenden hoger dan bij de personen met gezondheidsproblemen (CBS-Gezondheidsenquête). 

Meer informatie


Arbeid en gezondheid naar leeftijd 2018

Sla de grafiek Arbeid en gezondheid naar leeftijd 2018 over en ga naar de datatabel

Bron: CBS-Gezondheidsenquête

  • EG: Ervaren gezondheid (betreft het percentage dat zijn/haar algemene gezondheid als (zeer) goed ervaart).
  • MG: Mentale gezondheid (betreft het percentage dat psychisch gezond is obv 'Mental Health Inventory 5').
  • Bep: Beperkingen (betreft het percentage dat geen beperking met horen, zien of mobiliteit heeft).
  • CZ: Chronische ziekte (betreft het percentage dat geen langdurige ziekte(n) of aandoening(en) heeft).

*De verschillen in percentages voor de weergegeven leeftijdscategorie zijn statistisch significant (geen overlap in de 95% betrouwbaarheidsintervallen, hier niet weergegeven).  Dit geldt voor EG en CZ in de categorie 19-24 en voor alle percentages in de categorieën 25-64, 65-84 (behalve MG) en Totaal.

Werkenden gezonder dan niet-werkenden 

Gezondheid en arbeidsparticipatie hangen met elkaar samen. Naast dat gezondheid leidt tot minder uitval in het arbeidsproces, kan het feit dat men werkt andersom juist ook een bijdrage leveren aan een betere gezondheid. Als we personen met en zonder het hebben van een betaalde baan vergelijken dan zien we dat in 2018 bij werkenden van 25-64 jaar vaker sprake is van een goed ervaren gezondheid ten opzichte van niet werkenden (83,7% versus 43,5%). Verder hebben werkenden een hoger percentage met een goede mentale gezondheid, minder beperkingen en zijn ze minder vaak chronisch ziek ten opzichte van personen zonder een betaalde baan (CBS-Gezondheidsenquête). 

Meer informatie

  • P.E.D. Eysink ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M. van der Noordt (RIVM)
  • B.E.P. Snijders (RIVM)
  • T. Hulshof, red. (RIVM)