Bijna de helft van de Nederlanders doet vrijwilligerswerk

In 2019 deed 46,7% van de bevolking van 15 jaar en ouder vrijwilligerswerk. In de leeftijdscategorie van 35 tot 45 jaar werd het meeste vrijwilligerswerk gedaan (54,7%), gevolgd door de leeftijdscategorie 45 tot 55 jaar (53,4%). Het aandeel 75-plussers dat vrijwilligerswerk verleende, is het laagst van alle leeftijdscategorieën. Zo verrichtte van de 75-plussers nog maar 31,7% vrijwilligerswerk. Het aantal mannen en vrouwen dat vrijwilligerswerk deed lag ongeveer gelijk (45,5 versus 47,9%). 

Meer informatie


Bijna 60% van de hoger opgeleiden doet vrijwilligerswerk

In 2019 verleende 58,4% van de WO’ers en 55,6% van de HBO’ers vrijwilligerswerk. Hoger opgeleide volwassenen participeerden hiermee vaker in vrijwilligerswerk dan lager opgeleide volwassenen ( Arends & Schmeets 2018 Arends, J., Schmeets, H., Vrijwilligerswerk: activiteiten, duur en motieven, Den Haag/Heerlen (2018) ). Van de volwassenen die alleen het basisonderwijs hebben afgerond verleende 30,2% vrijwilligerswerk.  

Meer informatie


Gezondheid en vrijwilligerswerk naar leeftijd 2016

Sla de grafiek Gezondheid en vrijwilligerswerk naar leeftijd 2016 over en ga naar de datatabel

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM 

  • EG: Ervaren gezondheid*
  • MG: Mentale gezondheid (betreft het percentage 'matig of hoog risico op angststoornis of depressie')*
  • Bep: Beperkingen*
  • CZ: Chronische ziekte*

*De verschillen in percentages voor de weergegeven leeftijdscategorie zijn statistisch significant (geen overlap in de 95% betrouwbaarheidsintervallen, hier niet weergegeven). 

Doen van vrijwilligerswerk afhankelijk van gezondheid

Gezondheid hangt samen met het doen van vrijwilligerswerk. Mensen in verschillende leeftijdsgroepen met gezondheidsproblemen doen minder vrijwilligerswerk dan mensen zonder gezondheidsproblemen. In 2016 deden volwassenen met een beperking of met een langdurige ziekte of aandoening minder vaak vrijwilligerswerk dan volwassenen zonder een beperking of chronische ziekte. Hetzelfde is te zien bij een minder goede ervaren (mentale) gezondheid (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016. GGD'en, CBS en RIVM). Voor ouderen is een goede gezondheid van belang om vrijwilligerswerk te kunnen verrichten, maar ook andere factoren spelen een rol. Zo verrichten hoogopgeleiden, mensen met een hoog inkomen en mensen met een groot sociaal netwerk relatief vaak vrijwilligerswerk ( Eysink et al. 2014 Eysink, P. E. D., Harbers, M. M., Zantinge, E. M., Is gezond zijn een voorwaarde voor de participatie van ouderen? (2014) ).

Meer informatie


Vrijwilligerswerk en gezondheid naar leeftijd 2016

Sla de grafiek Vrijwilligerswerk en gezondheid naar leeftijd 2016 over en ga naar de datatabel

Bron: Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD’en, CBS en RIVM 

  • EG: Ervaren gezondheid*
  • MG: Mentale gezondheid (betreft het percentage 'matig of hoog risico op angststoornis of depressie')*
  • Bep: Beperkingen*
  • CZ: Chronische ziekte*

*De verschillen in percentages voor de weergegeven leeftijdscategorie zijn statistisch significant (geen overlap in de 95% betrouwbaarheidsintervallen, hier niet weergegeven). 

Doen van vrijwilligerswerk goed voor gezondheid

Gezondheid hangt samen met het doen van vrijwilligerswerk en andersom. Wanneer personen vrijwilligerswerk doen, hebben zij vaker een goed ervaren gezondheid dan wanneer zij geen vrijwilligerswerk verrichten (81,4% tov 74,6%). Personen die geen vrijwilligerswerk doen hebben vaker een minder goede mentale gezondheid, meer beperkingen en vaker een chronische ziekte (Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016, GGD'en, CBS en RIVM). Vrijwilligerswerk heeft over het geheel genomen positieve effecten op gezondheid ( Harbers & Hoeymans 2013 Harbers, M. M., Hoeymans, N., Gezondheid en maatschappelijke participatie: Themarapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014, Bilthoven (2013) ). 

Meer informatie

  • P.E.D. Eysink ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • B.E.P. Snijders (RIVM)
  • T. Hulshof, red. (RIVM)