Merendeel verloskundigenpraktijken biedt een preconceptieconsult aan

Preconceptiezorg is het geheel aan maatregelen en/of programma’s dat als doel heeft om risico’s voor de gezondheid van (aanstaande) ouders en hun toekomstige kind te identificeren en om vervolgens geïnformeerde keuzes mogelijk te maken en risico’s te minimaliseren door middel van counseling, preventie en beleid ( CPZ/ACK-ZIN 2016 CPZ/ACK-ZIN, Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1, Utrecht/Diemen (2016) ). Verloskundigen, huisartsen en gynaecologen kunnen preconceptieconsulten (ook wel kinderwensconsulten genoemd) aanbieden ( KNOV 2016 KNOV, Aanbieders kinderwensspreekuur (2016) ; de de Jong-Potjer et al. 2011 de Jong-Potjer, L. C., Beentjes, M., Bogchelman, M., Jaspar, A. H. J., van Asselt, K. M., NHG-Standaard Preconceptiezorg (2011) NVOG 2008 NVOG, Nota preconceptiezorg. Versie 1.0, Utrecht (2008) ). In 2020 boden 540 van de 585 verloskundigenpraktijken een preconceptieconsult aan (Zorginzicht Open data Integrale geboortezorg).   

Een preconceptieconsult bestaat in grote lijnen uit ( CPZ/ACK-ZIN 2016 CPZ/ACK-ZIN, Zorgstandaard Integrale Geboortezorg Versie 1.1, Utrecht/Diemen (2016) ):

  • verkenning van de zorgvraag
  • een uitgebreide (familie)anamnese van de vrouw en haar partner
  • gezondheidsvoorlichting
  • voorlichting over prenatale zorg
  • voorlichting over prenatale screening en -diagnostiek
  • (indien gewenst) gezondheid bevorderende interventies, zoals foliumzuurgebruik, vaccinaties tegen infectieziekten, doorverwijzen voor stoppen met roken, alcohol of drugs,  overgewicht Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2 (Er is sprake van overgewicht bij een Body Mass Index (BMI) ≥ 25 kg/m2), wijziging van het medicatiegebruik en wijziging werkomstandigheden. 

De multidisciplinaire Preconceptie Indicatie Lijst (PIL) beschrijft op hoofdlijnen de inhoud van preconceptiezorg en samenwerkingsafspraken ten aanzien van de organisatie van het preconceptieconsult.


Naar functie

Sla de grafiek Werkzame verloskundige 2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Beroepenregistraties verloskundigen

  • Eerstelijnsverloskundige in loondienst van een geboortecentrum, gezondheidscentrum, ziekenhuis of vergelijkbare instelling/stichting
  • Eerstelijnsverloskundige in loondienst van een zelfstandig gevestigde verloskundige
  • Achterliggende cijfers: Databank Nivel

In 2021 naar schatting 3.940 werkzame verloskundigen

Op 1 januari 2021 waren er volgens de Nivel-registratie in Nederland naar schatting 3.940 praktiserende verloskundigen. De gemiddelde leeftijd van de verloskundigen is 41,9 jaar. In vergelijking met 2018 is de groep verloskundigen aan het vergrijzen. Vanaf 40 jaar zien we dat de groep verloskundigen in 2021 groter is dan in 2018, terwijl voor de leeftijdscategorieën onder de 35 jaar de groep verloskundigen in 2021 juist kleiner is dan in 2018. Deze ontwikkeling houdt waarschijnlijk verband met het feit dat de instroom in de opleiding de laatste jaren wat lager lag, terwijl de groep verloskundigen die al langer werkzaam zijn wel is toegenomen ( Kenens & Batenburg 2021 Kenens, R., Batenburg, R., Cijfers uit de Nivel-registratie van verloskundigen; Resultaten van de peiling 2021, Utrecht (2021) ).

Grootste deel eerstelijnsverloskundigen werkzaam als zelfstandig gevestigde

De praktiserende verloskundigen zijn over het algemeen werkzaam als zelfstandig gevestigde in een verloskundige praktijk (61%) of als waarnemer (25%). Klinisch werkzame verloskundigen vormen 10% van de responsgroep. Eerstelijns verloskundigen in loondienst van een instelling (geboortecentrum, gezondheidscentrum, ziekenhuis of vergelijkbare instelling/stichting) en zij die in loondienst zijn van een verloskundige praktijk, vormen met 3% en 5% de kleinste groepen ( Kenens & Batenburg 2021 Kenens, R., Batenburg, R., Cijfers uit de Nivel-registratie van verloskundigen; Resultaten van de peiling 2021, Utrecht (2021) ).

Aantal verloskundige actieve huisartsen niet precies bekend

Ook huisartsten kunnen verloskundige zorg bieden, dat wil zeggen bevallingen doen en pre- en postnatale zorg bieden. Het is niet precies bekend hoeveel verloskundig actieve huisartsen er zijn. In 2020 stonden ongeveer 42 huisartsen ingeschreven in het register Verloskunde van het College voor Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden ( CHBB 2021 CHBB, Jaarverslag 2019-2020 College voor huisartsen met bijzondere bekwaamheden, Utrecht (2021) ).


Grafiek Werkzame verloskundigen 1993-2021

Sla de grafiek Werkzame verloskundigen 1993-2021 over en ga naar de datatabel

Bron: Nivel Beroepenregistratie verloskundigen

Aantal verloskundigen neemt toe

Het aantal verloskundigen is toegenomen van 1.196 in 1993 tot 3.940 in 2021. Vergeleken met de peiling van 2018 is het aantal praktiserende verloskundigen met 500 toegenomen, een groei van 14,5%. Dat is een jaarlijkse groei van gemiddeld 4,8%. Tussen 2008 en 2018 is het aantal praktiserende verloskundigen met 1.079 verloskundigen toegenomen, wat neerkomt op een gemiddelde groei van 4,6% per jaar ( Kenens et al. 2020 Kenens, R., van der Velden, L., Vis, E., Batenburg, R., Cijfers uit de registratie van verloskundigen; peiling 2018, Utrecht (2020) )


Nederland telt 23 geboortecentra

In september 2013 telde Nederland 23 geboortecentra. Daarbij is de volgende definitie van geboortecentrum gehanteerd ( van den Akker-van Marle et al. 2016 van den Akker-van Marle, M. E., Akkermans, H., Boesveld, I.C., Bruijnzeels, M. A., Franx, A., de Graaf, J. P., Klapwijk-Hermus, M. A. A., Hitzert, M., van der Pal-de Bruin, K. M., Wiegers, T. A., Steegers, E. A. P., Geboortecentrum Onderzoek. Evaluatie van zorg in geboortecentra in Nederland. Resultaten van het Geboortecentrum Onderzoek (ZonMw projectnummer 20900012) (2016) ): "Een geboortecentrum is een ‘midwifery-managed’ bevallocatie anders dan thuis, waar laagrisicozwangeren kunnen bevallen onder verantwoordelijkheid van een eerstelijns verloskundig professional. Het geboortecentrum heeft een huiselijke sfeer en inrichting, met daarbij faciliteiten die het fysiologisch verloop van de baring kunnen ondersteunen. Wanneer er reden is voor overdracht neemt de tweede lijn (gynaecoloog of kinderarts) de verantwoordelijkheid van de zorg over van de eerste lijn (verloskundige of huisarts)." Geboortecentra kunnen (ver) buiten het terrein van het ziekenhuis liggen of in een ziekenhuis zonder afdeling Verloskunde (vrijstaand). Ze kunnen ook op het terrein van of binnen de muren van het ziekenhuis liggen, los van de klinische afdeling (aanpalend). Ook kunnen ze in het ziekenhuis liggen op dezelfde afdeling als de klinische verloskamers (intern)  ( van den Akker-van Marle et al. 2016 van den Akker-van Marle, M. E., Akkermans, H., Boesveld, I.C., Bruijnzeels, M. A., Franx, A., de Graaf, J. P., Klapwijk-Hermus, M. A. A., Hitzert, M., van der Pal-de Bruin, K. M., Wiegers, T. A., Steegers, E. A. P., Geboortecentrum Onderzoek. Evaluatie van zorg in geboortecentra in Nederland. Resultaten van het Geboortecentrum Onderzoek (ZonMw projectnummer 20900012) (2016) ). 


Neonatale intensive care unit op negen ziekenhuislocaties

In Nederland hebben momenteel (april 2022) 9 ziekenhuislocaties een neonatale intensive care unit ( NICU Neonatale intensive care unit (Neonatale intensive care unit)). Het betreft de zeven universitaire medische centra ( UMC Universitair Medisch Centrum (Universitair Medisch Centrum) Universitair Medisch Centrum) plus het Maxima Medisch Centrum in Veldhoven en de Isalaklinieken in Zwolle. De NICU in het Amsterdam UMC heeft als locatie het AMC Academisch Medisch Centrum Amsterdam (Academisch Medisch Centrum Amsterdam) Academisch Medisch Centrum. 


Ruim 400 erkende lactatiekundigen in Nederland

Momenteel zijn ruim 400 erkende lactatiekundigen IBCLC lid van de beroepsvereniging van lactatiekundigen (de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen, NVL). IBCLC staat voor International Board Certified Lactation Consultant. Lactatiekundigen IBCLC hebben met goed gevolg het internationaal erkende examen (IBLCE) afgelegd en mogen de titel ‘lactatiekundige IBCLC’ voeren. Alleen IBCLC-gecertificeerd lactatiekundigen of lactatiekundigen in opleiding kunnen (aspirant) lid worden van de NVL. Voor sommige verzekeraars is lidmaatschap van de NVL een voorwaarde om tot vergoeding van lactatiekundige zorg te kunnen overgaan ( NVL NVL, Website Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen () ).


  • R. Gijsen ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • M. Harbers, red. (RIVM)
  • C. Deuning (RIVM)