Niet één oorzaak voor angststoornissen

Er bestaat niet één oorzaak voor angststoornissen. Waarschijnlijk gaat het om een samenspel van factoren. De volgende groepen determinanten worden onderscheiden: persoonsgebonden factoren, omgevingsgebonden factoren en levensgebeurtenissen. Risicofactoren en -groepen voor de verschillende typen angststoornissen komen grotendeels met elkaar overeen; soms zijn er kleine verschillen ( Land et al. 2008 Land, V't H, Schoemaker, C. G., Ruiter, C., Trimbos zakboek psychische stoornissen, Utrecht (2008) ).

Tabel: Risicofactoren voor het optreden van angststoornissen
Risicofactoren voor het optreden van angststoornissen

Persoonsgebonden factoren

Genetische factoren

  • erfelijke factoren

Persoonlijkheidskenmerken

  • geremd temperament
  • weinig sociale vaardigheden
  • voortdurend zorgen maken

Gezondheidstoestand

  • aanwezigheid van andere psychische aandoeningen
  • aanwezigheid van andere ziekten

Omgevingsgebonden factoren

Sociale steun

  • weinig steun ontvangen

Eenzaamheid

  • eenzaam voelen

Levensgebeurtenissen

Belastende gebeurtenissen

  • verlies van iets of iemand
  • emotionele verwaarlozing of seksueel geweld
  • ernstig trauma

Een angststoornis beperkt het sociale leven, dagelijkse bezigheden en vitaliteit

Mensen met een angststoornis hebben een slechtere kwaliteit van leven vergeleken met de algemene bevolking ( Olatunji et al. 2007 Olatunji, BO., Cisler, JM., Tolin, DF., Quality of life in the anxiety disorders: a meta-analytic review. (2007) ). Dit blijkt zowel uit metingen met de vragenlijst SF-36 Medical Outcomes Study 36-Item Short Form Health Survey. Vragenlijst voor het meten van kwaliteit van leven. ( Ravelli & Bijl 2000 Ravelli, A. C. J., Bijl, R. V., Current and residual functional disability associated with psychopathology: findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). (2000) ) als met de World Health Organization Disability Assesment Schedule (WHO-DAS;  Iancu et al. 2014 Iancu, S. C., Penninx, B. W. J. H., Zweekhorst, M. B. M., Bunders, J. F. G., Veltman, D. J., Balkom, TJ. L. M., Batelaan, N. M., Trajectories of functioning after remission from anxiety disorders: 2-year course and outcome predictors. (2014) ). Mensen met een angststoornis ervaren hun gezondheid als minder goed en voelen zich minder vitaal. Ook zijn ze minder in staat dagelijkse bezigheden uit te voeren. Ze vermijden voor hen angstopwekkende situaties en activiteiten of ze hebben extreem veel tijd nodig voor die activiteiten ( Kessler et al. 2005 Kessler, R. C., Chiu, WTat, Demler, O, Merikangas, K.R., Walters, EE., Prevalence, severity, and comorbidity of 12-month DSM-IV disorders in the National Comorbidity Survey Replication. (2005) Buist-Bouwman et al. 2005 Buist-Bouwman, M. A., Vollebergh, WW. A. M., Ormel, J. J., de Graaf, R., Comorbidity of physical and mental disorders and the effect on work-loss days. (2005) ). De impact hiervan op het dagelijks leven hangt af van de situatie(s) of activiteit(en).

Verschil in kwaliteit van leven tussen patiënten met een angststoornis en de algemene populatie. Bij 18-64 jarigen, gemeten met de SF-36

SF-36 item

Verschil tussen patiënten en de algemene populatie

Fysiek functioneren

+

Rolfunctioneren fysiek

+

Pijn

+

Ervaren gezondheid

++

Vitaliteit

++

Sociaal functioneren

++

Rolfunctioneren emotioneel

++

Bron:  Ravelli & Bijl 2000 Ravelli, A. C. J., Bijl, R. V., Current and residual functional disability associated with psychopathology: findings from the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (NEMESIS). (2000)

0 = geen verschil, + = klein verschil, ++ = middelgroot verschil, +++ = groot verschil 


Comorbiditeit versterkt gezondheidsgevolgen

Meer dan de helft van de mensen met een angststoornis heeft daarnaast ook een depressieve stoornis ( Wittchen et al. 2000 Wittchen, H. U., Pfister, H., Lieb, M., Kessler, R. C., Why do people with anxiety disorders become depressed? A prospective-longitudinal community study. (2000) Lamers et al. 2011 Lamers, F, van Oppen, P, Smit, J. H., Spinhoven, P, Nolen, WA., Penninx, B. W. J. H., van Balkom, A. J. L. M., Zitman, FG., Comijs, H. C., Beekman, A. T. F., Comorbidity Patterns of Anxiety and Depressive Disorders in a Large Cohort Study (2011) ). Ook het risico op een andere angststoornis ( Ravelli et al. 1998 Ravelli, A. C. J., van Zessen, G., Bijl, R. V., Comorbiditeit van psychiatrische stoornissen in de Nederlandse bevolking: resultaten van de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (1998) Lamers et al. 2011 Lamers, F, van Oppen, P, Smit, J. H., Spinhoven, P, Nolen, WA., Penninx, B. W. J. H., van Balkom, A. J. L. M., Zitman, FG., Comijs, H. C., Beekman, A. T. F., Comorbidity Patterns of Anxiety and Depressive Disorders in a Large Cohort Study (2011) ) en op afhankelijkheid van alcohol en/of drugs is groter ( Ravelli et al. 1998 Ravelli, A. C. J., van Zessen, G., Bijl, R. V., Comorbiditeit van psychiatrische stoornissen in de Nederlandse bevolking: resultaten van de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study (1998) Boschloo et al. 2011 Boschloo, L, Vogelzangs, N, Smit, JH., van den Brink, W, Veltman, DJ., Beekman, AT. F., Penninx, BW. J. H., Comorbidity and risk indicators for alcohol use disorders among persons with anxiety and/or depressive disorders: findings from the Netherlands Study of Depression and Anxiety (NESDA). (2011) ). Naarmate iemand meer psychische stoornissen tegelijkertijd heeft ( Klein Hofmeijer-Sevink et al. 2012 Klein Hofmeijer-Sevink, M, Batelaan, N. M., van Megen, HJ. G. M., Penninx, B. W. J. H., Cath, DC., van den Hout, MA., van Balkom, A. J. L. M., Clinical relevance of comorbidity in anxiety disorders: A report from the Netherlands Study of Depression and Anxiety (NESDA) (2012) Penninx et al. 2011 Penninx, B. W. J. H., Zitman, FG., Nolen, WA., Lamers, F, Smit, J. H., Spinhoven, P, Cuijpers, P, de Jong, PJ., van Marwijk, H. W. J., van der Meer, KK., Verhaak, P. F. M., Laurant, MM. G. H., de Graaf, R., Hoogendijk, W. J., van der Wee, N, Ormel, J. J., van Dyck, RR., Beekman, A. T. F., Two-year course of depressive and anxiety disorders: Results from the Netherlands Study of Depression and Anxiety (NESDA) (2011) ) duren de klachten langer, zijn de sociale gevolgen ernstiger en wordt meer gebruikgemaakt van gezondheidszorgvoorzieningen.

  • C. Zomer (RIVM)