Wetgeving biedt bescherming tegen omgevingslawaai

Om geluidhinder te voorkomen gelden er regels voor het geluidniveau bij woningen en andere geluidgevoelige gebouwen en terreinen, zoals ziekenhuizen en scholen. Zo gelden er geluidnormen voor verkeers- en industrielawaai en de overheid neemt maatregelen om geluidhinder te verminderen, bijvoorbeeld door stiller wegdek en geluidschermen. Dit is onder meer geregeld via de Wet geluidhinder (Wgh). Deze wet vormde lange tijd het belangrijkste kader voor het Nederlandse geluidhinderbeleid. Inmiddels zijn steeds meer delen van de Wgh overgeheveld naar andere wetgeving: de Wet milieubeheer (Wm Wet milieubeheer), de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de luchtvaartwetgeving ( Kenniscentrum InfoMil 2019 Kenniscentrum InfoMil, Regelgeving in ontwikkeling (2019) ). Verder is de Europese richtlijn 2002/49/EG Evaluatie en beheersing van omgevingslawaai (in het kort Richtlijn omgevingslawaai) in juli 2004 geïmplementeerd in Nederlandse wetgeving. De Richtlijn geeft een gemeenschappelijke aanpak voor het verminderen van de blootstelling aan omgevingslawaai door ( Kenniscentrum InfoMil 2016 Kenniscentrum InfoMil, Overzicht van EU-beleid (2016) ):

  • de vaststelling van de mate van blootstelling via gemeenschappelijke bepalingsmethoden en strategische geluidbelastingkaarten;
  • door voorlichting aan de bevolking;
  • door actieplannen ter vermindering van de blootstelling aan omgevingslawaai.

Nieuwe geluidwetgeving: de beleidsprocessen SWUNG-1 en 2

Op 1 juli 2012 is de regelgeving voor de Rijksinfrastructuur (rijkswegen en spoorwegen) aangepast en overgeheveld van de Wet geluidhinder naar de Wet Milieubeheer. Dit proces werd aangeduid als SWUNG Samen Werken aan de Uitvoering van Nieuw Geluidbeleid-1. Het betrof de introductie van zogenoemde geluidproductieplafonds Geluidproductieplafonds geven de maximaal toegestane geluidproductie op referentiepunten langs de (spoor) weg aan. voor de Rijksinfrastructuur. SWUNG-1 bestaat uit de volgende drie pijlers:

  1. beheersen van de groei van geluid (naleven geluidproductieplafonds);
  2. reduceren van hoge geluidbelastingen (saneren);
  3. stimuleren bronmaatregelen waaronder de invoering van stillere voertuigen, stillere sporen en stillere wegdekken.

Wanneer plafondoverschrijding dreigt moet de wegbeheerder maatregelen treffen om weer onder het geluidniveau te geraken en dit geldt niet meer alleen bij aanleg of reconstructie van de weg. Ook voor gemeentelijke en provinciale wegen wordt de regelgeving  gemoderniseerd, dit beleidsproces wordt aangeduid als SWUNG-2. Het is de bedoeling dat de geluidregelgeving uiteindelijk opgaat in de nieuwe Omgevingswet. Deze integreert een belangrijk deel van het bestaande (gebiedsgerichte) omgevingsrecht in één wet met een samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures ( Kenniscentrum InfoMil 2019 Kenniscentrum InfoMil, Regelgeving in ontwikkeling (2019) ).

Meer informatie

  • E.E.M.M. van Kempen (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)