Beleid rond ioniserende straling volgt grotendeels Europees beleid

Het beleid op het gebied van ioniserende straling is voor een belangrijk deel gebaseerd op Europese regelgeving (Euratom) en is erop gericht de stralingsblootstelling zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te beperken.  Het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs, 2018) beschermt verschillende groepen die te maken hebben met ioniserende straling: werknemers die met ioniserende straling werken, patiënten die een behandeling met ioniserende straling ondergaan, de bevolking en het milieu. Het Bbs is gebaseerd op de Europese richtlijn 2013/59/Euratom. Deze richtlijn bevat basisnormen voor stralingsbescherming en verplicht iedere lidstaat om referentieniveaus voor de radonconcentratie in het binnenmilieu vast te stellen. Deze referentieniveaus mogen in principe niet hoger zijn dan 300 Bq/m3. Voor Nederland is in februari 2018 een radon-referentieniveau van 100 Bq/m3 vastgesteld in het Bbs. Dit referentieniveau is mede gebaseerd op de relatief lage radonconcentratie in de gemiddelde verblijfsruimte in Nederland. Voor gammastraling uit bouwmaterialen binnenshuis is in het Bbs een referentieniveau van maximaal 1  mSv MilliSievert. Maat voor de 'effectieve dosis' ioniserende straling, ofwel de hoeveelheid straling waarmee het lichaam gemiddeld genomen belast wordt. (MilliSievert. Maat voor de 'effectieve dosis' ioniserende straling, ofwel de hoeveelheid straling waarmee het lichaam gemiddeld genomen belast wordt.) per jaar ‘bovenop de externe blootstelling buitenshuis’ vastgesteld. Voor thoron is geen apart referentieniveau vastgesteld en ontbreekt nadere regelgeving rond de blootstelling.

Nationaal actieprogramma radon om langetermijnrisico’s van radon te beheersen

De Europese richtlijn verplicht Nederland ook om een nationaal actieprogramma radon op te stellen. 
Dit nationaal actieprogramma radon is in voorjaar 2021 vastgesteld ( IenW 2021 IenW, Nationaal Actieprogramma Radon (2021) ). Doelstelling van dit actieprogramma is om de langetermijnrisico’s van blootstelling aan radon te beheersen. Daarbij is het uitgangspunt dat de gemiddelde radonconcentratie binnenshuis in de toekomst niet zal toenemen. De acties of maatregelen komen er in het kort op neer dat de situatie van radon in het binnenmilieu gevolgd blijft worden. Daarnaast blijft ingezet worden op het informeren van belanghebbenden en het geven van voorlichting. De acties of maatregelen dienen zowel de bevolking als geheel als ook het individu zoveel als redelijkerwijs mogelijk te beschermen tegen de gevaren van blootstelling aan radon in het binnenmilieu ( IenW 2021 IenW, Nationaal Actieprogramma Radon (2021) ). Thoron en gammastraling uit bouwmaterialen worden niet in dit Nationaal Actieprogramma Radon geadresseerd. Maatregelen gericht op het beheersen van de radonconcentratie in het algemeen zijn echter ook effectief voor het beheersen van de thoronconcentratie in het binnenmilieu ( IenW 2021 IenW, Nationaal Actieprogramma Radon (2021) ).

Meer informatie


Beleidsmaatregelen moeten leiden tot herstel ozonlaag 

De milieubeleidsmaatregelen van de afgelopen decennia hebben ertoe geleid dat het gebruik van ozon aantastende stoffen in Nederland sterk is gedaald (Compendium voor de Leefomgeving: Fotochemische luchtverontreiniging: beleid). Samen met het internationaal afgesproken beleid kan dit er voor zorgen dat de ozonlaag zich in de toekomst langzaam zal herstellen (Compendium voor de Leefomgeving: Fotochemische luchtverontreiniging: oorzaken en effecten). Of de  UV Ultraviolet (Ultraviolet)-belasting inderdaad zal verminderen, zal de komende jaren moeten blijken.

Voorlichting over verantwoord zonnen om UV-blootstelling te verminderen

Naast milieubeleidsmaatregelen zijn er voorlichtingscampagnes van bijvoorbeeld de Nederlandse Kankerbestrijding die beogen de blootstelling aan UV-straling terug te dringen. Dergelijke campagnes geven bijvoorbeeld het advies om de zon rond het middaguur te vermijden, om tijdens blootstelling aan de zon voldoende beschermende zonnecrèmes te gebruiken en om extra voorzichtig te zijn met kinderen in de zon. Ook heeft het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) in opdracht van het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) en in samenwerking met maatschappelijke partners die zich inspannen om huidkanker te voorkomen, het zonkrachtactieplan opgesteld ( Van Dijk et al. 2019 Van Dijk, Hagens, Slaper, Boekema, Zonkrachtactieplan: Versie 2019, Bilthoven (2019) ). Deze samenwerking heeft tot doel de bewustwording over de effecten van UV-straling op de gezondheid te vergroten en de berichtgeving onderling af te stemmen. Het streven is om daarmee de huidkankerrisico’s in de toekomst te verminderen.

Meer informatie


Maatregelen rond zendmasten

In Nederland is het beleid met betrekking tot de plaatsing van antennes vastgelegd in het Nationaal Antennebeleid ( Rijksoverheid 2000 Rijksoverheid, Nationaal Antennebeleid, 2000. Tweede Kamer, vergaderjaar 2000-2001, 27 561, nr. 2, Den Haag (2000) ). Dit beleid is verder uitgewerkt in een convenant tussen de rijksoverheid, de gemeenten en de aanbieders van mobiele communicatie. In 2010 is dit convenant geactualiseerd en ook ondertekend door de aanbieders die nieuw op de markt zijn gekomen ( Rijksoverheid et al. 2010 Rijksoverheid, VNG, Telecom-operators, Convenant in het kader van het Nationaal Antennebeleid inzake de plaatsing van vergunningvrije antenneinstallaties voor mobiele communicatie, Den Haag (2010) ). Uitgangspunt zijn de blootstellingslimieten in de  EU Europese unie (Europese unie)-aanbeveling voor de beperking van blootstelling van de bevolking aan EM-velden ( Europese Commissie 1999 Europese Commissie, Aanbeveling van de Raad van 12 juli 1999 betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz - 300 GHz., Brussels (1999) ).


Maatregelen ten aanzien van hoogspanningslijnen

In oktober 2005 heeft Staatssecretaris Van Geel van milieu aan de gemeenten, provincies en beheerders van hoogspanningslijnennetwerk een beleidsadvies gestuurd. De Rijksoverheid adviseert hierin om bij "bij de vaststelling van streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in het gebied rond bovengrondse hoogspanningslijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone)" ( Rijksoverheid 2005 Rijksoverheid, Advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Den Haag (2005) ). Het advies gaat uit van het voorzorgbeginsel. Met nieuwe situaties worden nieuwbouwplannen bedoeld of het aanleggen of wijzigen van bovengrondse hoogspanningslijnen. Het advies, dat in 2008 nader is verduidelijkt ( Rijksoverheid 2008 Rijksoverheid, Brief aan gemeenten met verduidelijking advies met betrekking tot hoogspanningslijnen, Den Haag (2008) ), wil voorkomen dat het aantal kinderen dat wordt blootgesteld aan deze elektromagnetische velden verder zal toenemen. Het voorzorgsbeleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen wordt in 2018 geëvalueerd en er zal een verkenning worden uitgevoerd naar de verbreding van het voorzorgsbeleid naar andere bronnen van magneetvelden, zoals ondergrondse elektriciteitskabels, transformatorstations en transformatorhuisjes ( KP-EMV 2018 KP-EMV, Kabinetsreactie op advies Gezondheidsraad over hoogspanningslijnen en gezondheid (2018) ). Voor bestaande situaties werkt het ministerie van Economische Zaken aan een verkabelprogramma en is er een uitkoopregeling om tegemoet te komen aan de maatschappelijke wens om ook in bestaande situaties bewoners te ontlasten van wonen direct onder de draden van bovengrondse hoogspanningsverbindingen ( Rijksoverheid 2018 Rijksoverheid, Wonen onder hoogspanningslijnen (2018) Ministerie van Economische Zaken 2016 Ministerie van Economische Zaken, Uitkoopregeling woningen onder een hoogspanningsverbinding (2016) ). 

Meer informatie

  • P.D.B.M. Bekhuis (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)