Drinkwaterwet en Drinkwaterbesluit bevatten drinkwaternormen

In de Drinkwaterwet en het Drinkwaterbesluit zijn maximumwaarden gesteld aan de chemische stoffen en micro-organismen die in het drinkwater mogen voorkomen. Ook is daarin aangegeven hoe het drinkwater gecontroleerd moet worden. Deze controle geldt zowel voor waterleidingbedrijven als eigenaren van collectieve drinkwatervoorzieningen. De Europese Drinkwaterrichtlijn vormt de basis voor de Nederlandse Drinkwaterwet. Deze richtlijn is inmiddels herzien en de nieuwe Europese drinkwaterrichtlijn is 12 januari 2021 van kracht geworden. Lidstaten hebben daarna twee jaar de tijd om de nieuwe richtlijn in nationale regelgeving te implementeren. De nieuwe richtlijn voorziet in maatregelen om de toegang tot drinkwater te verbeteren. Verder is nieuw dat de richtlijn geharmoniseerde  EU Europese unie (Europese unie)-regels bevat voor materialen en chemicaliën die in contact met drinkwater staan (zoals kranen en leidingen). Ook bevat de nieuwe richtlijn nieuwe of aangescherpte normen voor stoffen als PFAS Poly- en perfluoralkylstoffen (Poly- en perfluoralkylstoffen ) en lood. Lood stond in Nederland al in de belangstelling naar aanleiding van het advies 'Loodinname via kraanwater' van Gezondheidsraad (

Gezondheidsraad 2019 Gezondheidsraad, Loodinname via kraanwater. publicatienr. 2019/18, Den Haag (2019) ). In juli 2020 hebben de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Infrastructuur en Waterstaat en van Medische Zorg en Sport een gezamenlijke aanpak gepresenteerd om loodinname via drinkwater te beperken ( Tweede Kamer 2020 Tweede Kamer, Kamerbrief Waterbeleid, vergaderjaar 2019–2020, 27 625, nr. 506 (2020) ).

RIVM bewaakt drinkwaterkwaliteit

Een belangrijke taak van het  RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) is het bewaken van de drinkwaterkwaliteit in Nederland. Jaarlijks rapporteert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan de Tweede Kamer over de drinkwaterkwaliteit op basis van de gegevens die de waterleidingbedrijven in het kader van het Drinkwaterbesluit verzamelen. De continuïteit en betrouwbaarheid van de drinkwatervoorziening kan in gevaar komen door verstoringen, variërend van een leidingbreuk tot lozingen in de oppervlaktewaterbron en moedwillige aanslagen met bijvoorbeeld chemicaliën. Het RIVM voorziet het Ministerie van I&M Ministerie van Infrastructuur en Milieu ( Ministerie van Infrastructuur en Milieu) en de bedrijfstak van informatie over stoffen, chemische, microbiologische en radiologische verontreinigingen. Het RIVM doet onderzoek naar methoden om snel zulke verontreinigingen op te kunnen sporen, zogenaamde Early Warning Systems. Bij een calamiteit kan de Milieu Ongevallen Dienst van het RIVM monsters nemen en ter plekke analyseren. Voor een verdere analyse hebben ze toegang tot een landelijk netwerk van chemische en microbiologische laboratoria. Tevens kunnen de mogelijke gezondheidseffecten direct in kaart worden gebracht.

Watertemperatuur van 50 °C of meer voorkomt legionella

Besmetting van waterleidingen met legionella wordt voorkomen door er in de eerste plaats voor te zorgen dat leidingen goed worden aangelegd, conform het Bouwbesluit (NEN 1006). Voor collectieve drinkwaterinstallaties bij prioritaire locaties (dit zijn locaties waar mensen verblijven die een grotere kans hebben om ziek te worden na blootstelling aan de legionellabacterie) is het belangrijk om legionellapreventie uit te voeren. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de leidingen regelmatig door te spoelen en te zorgen dat de temperatuur van het water dat uit de kraan komt 50 °C of hoger is. Zie voor meer informatie legionella in drinkwater op de website van de Rijksoverheid.

Meer informatie


Eisen aan zwemwater vastgelegd in Europese zwemwaterrichtlijn 

De Europese Zwemwaterrichtlijn (2006/7/EC) richt zich op de bescherming van de gezondheid van de mens. De richtlijn toetst zwemwater op bacteriologische parameters ter voorkoming van maagdarmklachten. De richtlijn stelt eisen aan de meetfrequentie gedurende het zwemseizoen en vereist het opstellen van zwemwaterprofielen voor alle zwemlocaties. Daarnaast eist de richtlijn passende maatregelen wanneer gezondheidsrisico’s als gevolg van vermeerdering van blauwalgen worden verwacht. De richtlijn stelt ook het geven van adequate informatie over de actuele zwemwaterkwaliteit aan het publiek verplicht.

Nederlands zwemwater in badseizoen elke twee weken getest

In Nederland worden tijdens het badseizoen (van mei tot oktober) eens in de twee weken metingen uitgevoerd op ongeveer 700 officiële zwemlocaties. In de meeste gevallen voeren de waterschappen die uit, maar het Rijk controleert de kustwateren en de grote rivieren. De provincie ontvangt de resultaten van deze metingen en kan eventueel een negatief zwemadvies geven of zelfs een zwemverbod instellen. Aan het eind van het seizoen ontvangt Rijkswaterstaat alle resultaten en toetst die aan de Europese Zwemwaterrichtlijn. Alle resultaten worden gerapporteerd aan de Europese Commissie.

Meer informatie

  • S.A. Rutjes (RIVM)
  • F.M. Schets (RIVM)
  • M. Harbers, red. (RIVM)