Internationale aanpak luchtverontreiniging

Vanwege het grootschalige en grensoverschrijdende karakter van luchtverontreiniging wordt het in internationaal verband aangepakt. Het Nederlandse beleid voor de luchtkwaliteit is gebaseerd op internationale afspraken en normen. Het beleid richt zich enerzijds op het verminderen van de blootstelling van de bevolking aan luchtverontreiniging, onder andere door minder of anders te bouwen op locaties met veel luchtverontreiniging. Zo gelden er in de buurt van provinciale wegen en rijkswegen beperkingen voor de bouw van zogenaamde gevoelige bestemmingen, zoals scholen. Dit is geregeld in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Anderzijds richt het beleid zich op het verminderen van de uitstoot van stoffen door zuinigere motoren en fabrieken, schonere brandstoffen en filters en snelheidsbeperkende maatregelen. Nederland moet voldoen aan emissieplafonds voor luchtverontreinigende stoffen van de Verenigde Naties (VN) (onder andere het Verdrag betreffende grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand en het Gotenburg protocol) en de  EU Europese unie (Europese unie) (NEC-richtlijn). 

Europese normen fijn stof en ozon bindend voor Nederland

Ter bescherming van de volksgezondheid heeft de EU grenswaarden voor onder andere fijn stof en stikstofdioxide-concentraties vastgelegd in de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit. EU-lidstaten mogen deze waarden niet overschrijden. Nederland heeft de grenswaarden van de EU sinds 2009 in de Wet milieubeheer opgenomen. De grenswaarden gelden niet alleen voor stikstofdioxide en fijn stof, maar ook voor zwaveldioxide, lood, benzeen en koolmonoxide. Voor ozon, arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen gelden streefwaarden. Mede door het gevoerde beleid is de afgelopen decennia de blootstelling aan luchtverontreiniging afgenomen. Het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) moet ervoor zorgen dat Nederland aan de Europese grenswaarden voldoet. Het NSL is een samenwerkingsprogramma van het rijk, provincies en gemeenten.

Meer informatie

  • P.H. Fischer † ( RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu))
  • L. van Bree ( PBL Planbureau voor de Leefomgeving (Planbureau voor de Leefomgeving))
  • M. Harbers, red. (RIVM)