Rijtijdenanalyse ambulances

Begin 2016 heeft het RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu een nieuwe versie van het rijtijdenmodel in gebruik genomen. In de periode 1 juli 2014 tot en met 30 juni 2015 heeft het RIVM nieuwe metingen van ambulancesnelheden laten uitvoeren. Hierbij zijn snelheden in heel Nederland gemeten. Uit de meetgegevens zijn gemiddelde snelheden bepaald. Er worden 11 wegtypes gehanteerd, er is onderscheid gemaakt naar regio en tijdstip op de dag en er is rekening gehouden met verschillen tussen binnen en buiten de bebouwde kom. De nieuwe gemiddelde snelheden zijn gebruikt in een routeplanner die toegesneden is op hulpdiensten. In deze routeplanner kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van busbanen die afgesloten zijn voor normaal personenautoverkeer. Ook zijn afritten van snelwegen specifiek voor hulpdiensten opgenomen in de wegenkaart van de routeplanner.

De volgende kanttekeningen kunnen bij het rijtijdenmodel gemaakt worden:

  • Het komt voor dat ambulances onderweg zijn als ze opgeroepen worden, bijvoorbeeld op de terugreis van het ziekenhuis naar de standplaats. Ook wordt er wel voor gekozen om op drukke tijden aanwezig te zijn op of nabij de snelweg. In beide gevallen wordt gesproken van rijdende paraatheid. Met dergelijke situaties wordt in de kaarten geen rekening gehouden.
  • Een aantal grote bedrijven heeft een eigen bedrijfsambulancedienst. De bijbehorende locaties zijn niet opgenomen in de kaart. Hierdoor zal de bereikbaarheidsituatie op sommige plaatsen bijvoorbeeld op de Maasvlakte in werkelijkheid anders zijn dan in de kaart.
  • In de gemiddelde snelheden die gebruikt zijn voor deze analyse is rekening gehouden met vertraging door congestie op verschillende wegsoorten (stad, platteland, snelweg etc.).
  • In de gebruikte maat wordt geen rekening gehouden met voorwaardescheppende inzetten. Wanneer alle ambulances van een bepaalde locatie in actie zijn, verandert de bereikbaarheidssituatie in de regio op dat moment. In dergelijke gevallen wordt soms een ambulance vanuit een andere standplaats tijdelijk op een strategische plaats ergens tussen beide posten gestationeerd zodat toch nog een redelijke rijtijd gegarandeerd kan worden. Dit wordt een voorwaardescheppende inzet genoemd.
  • Er wordt in deze modelmatige weergave voorbij gegaan aan het feit dat langs de landsgrenzen bijstand vanuit het buitenland (België en Duitsland) kan worden geleverd.

Bereikbaarheidspercentages

De bereikpercentages in deze kaart (Inwoners binnen bereik van een ambulancestandplaats) zijn anders dan in het Referentiekader. Dat komt omdat deze kaart uitgaat van de werkelijke spreiding van standplaatsen, terwijl het referentiekader een eigen, modelmatige, spreiding hanteert. Het referentiekader is een planninginstrument, de werkelijke spreiding kan hiervan afwijken, bijvoorbeeld om hogere bereikpercentages te realiseren.

In bereikbaarheidsmodellen wordt uitgegaan van 3 minuten voor de ontvangst en uitvraag van de melding, verstrekking van de inzetopdracht en het uitrukken van het ambulanceteam; de netto rijtijd is 12 minuten. Ook is uitgegaan van open grenzen. Dat wil zeggen dat gebieden ook door standplaatsen van buiten de eigen regio aangereden mogen worden. Steunpunten die gebruikt worden voor voorwaardescheppende inzetten en DAM-standplaatsen (Dynamisch Ambulance Management) zijn niet meegenomen in de berekeningen. Het gehanteerde rijtijdenmodel is dezelfde als die gebruikt is in het 'Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2013''( Kommer & Zwakhals 2013 Kommer, G. J., Zwakhals, L, Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2013, Bilthoven (2013) ) Kommer & Zwakhals 2013 Kommer, G. J., Zwakhals, L, Referentiekader spreiding en beschikbaarheid ambulancezorg 2013, Bilthoven (2013) .


Crisis GGZ Geestelijke gezondheidszorg

Uit de declaratiebestanden van Vektis over de GGZ zijn DBC Diagnose Behandeling Combinatie. Een DBC geeft het geheel van activiteiten van de behandelaar weer (bijvoorbeeld vormen van diagnostiek, behandeling, begeleiding, et cetera) voortvloeiend uit de zorgvraag van de patiënt.’s met zorgtype 301 (crisisinterventie zonder opname) en 302 (crisisinterventie met opname) geselecteerd. Een crisiscontact is hier gedefinieerd als een declaratie. Eén declaratie kan meerdere consulten van één of meerdere behandelaren omvatten. Voor 2020 zijn alleen zogenaamde declaraties ‘binnen budget’ meegenomen. Dat zijn declaraties voor de eerste drie dagen crisisinterventie. Voor 2016-2019 geldt dat declaraties langer dan drie dagen open konden staan.