In 2020 ruim 48 duizend contacten met een crisisdienst ggz

In 2020 waren er bij volwassenen in Nederland 48.385 patiëntcontacten met een crisisdienst ggz. Het aantal patiënten met één of meer contact was 38.409. Dat betekent dat gemiddeld elke patiënt met een contact met de crisisdienst, 1,26 contacten in een jaar had. Ook voor kinderen en jongeren kan bij crises de hulp van ggz-crisisdiensten ingeroepen worden. Cijfers over de frequentie waarmee dat gebeurt, zijn echter (nog) niet landelijk beschikbaar.

Onder jongvolwassenen (rond het 25e jaar) komen crisiscontacten het meest voor. Met het ouder worden neemt de kans op een crisiscontact af. Alleen boven de 75 jaar is de kans weer wat groter. Per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder is het aantal crisiscontacten voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk. Bij vrouwen ligt het zwaartepunt op iets jongere leeftijd dan bij mannen.

Aantal crisiscontacten onder volwassen patiënten en aantal patiënten met een crisiscontact

Sla de grafiek Trend crisiscontacten 2016-2020 over en ga naar de datatabel

Bron: Vektis via NZa, 2022

  • De absolute aantallen zijn zichtbaar in de tabelweergave

Dalende trend crisiscontacten, mede onder invloed van corona

Het aantal patiëntcontacten lag in 2020 12,2% lager dan in 2019. Dit heeft waarschijnlijk te maken met de COVID-19-pandemie (en de genomen maatregelen). In 2020 was er ook een verandering van de bekostiging van acute ggz, wat mogelijk ook enige effect kan hebben gehad. In de periode 2016-2018 daalde het aantal crisiscontacten en aantal patiënten met een crisiscontact geleidelijk, maar die daling stokte in 2019.

Bij crisis wordt 36% van de patiënten opgenomen

Uit een analyse uit 2017 bleek dat 36% van de patiënten die in crisis raakte en gezien werd door de crisisdienst, werd opgenomen voor één of meerdere dagen ( Vektis 2019 Vektis, Minder mensen behandeld voor crisis, Zeist (2019) ). De gemiddelde verblijfsduur na een crisis was 7 dagen. Daarbij werden alleen de verblijfsdagen in de eerste 28 dagen vanaf de crisis meegeteld. In de periode 2013-2017 daalde de verblijfsduur; in 2013 was deze nog ruim 9 dagen.


  • R. Gijsen (RIVM Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)
  • H. Giesbers (RIVM)